Laten we het eens over wetenschap hebben

Wetenschap

Studies moeten steeds duidelijker maatschappelijke relevantie hebben, bijvoorbeeld voor het binnenhalen van geld. Maar hoe praat je over je werk als je onderzoek doet naar iets mysterieus als Majoranadeeltjes of de C.elegans?

Foto Floren van Olden

Wat doe je als je een rood stoplicht ziet? Deze vraag stelt Isabel Beets vaak als ze wil vertellen over haar onderzoek naar de werking van de hersenen. De 30-jarige microbiologe promoveerde aan de KU Leuven op ‘associatief leren’: hoe beslist ons brein na een bepaalde gebeurtenis hoe we later, in een soortgelijke situatie, zullen reageren?

Ze ontdekte dat de hersenen van een minuscuul wormpje, de C.elegans, een soortgelijke stof gebruiken als ons menselijk brein om dingen te leren uit ervaring. Haar onderzoek is „heel, heel fundamenteel”, zegt Beets, dat wil zeggen dat het nog decennia kan duren voordat deze specifieke kennis in de praktijk wordt toegepast.

Toch is ze al druk bezig met het promoten van haar werk. Ze schreef een blog, publiceerde in een populair-wetenschappelijke tijdschriften en deed mee aan een Belgisch tv-programma. Daar leerde ze in ‘gewone mensentaal’ over haar werkgebied praten. Bijvoorbeeld door middel van een metafoor: „Iedereen weet uit ervaring dat een rood licht gevaar betekent, en dat je dus moet stoppen.”

Het onder de aandacht brengen van wetenschappelijk onderzoek bij een breed publiek is de afgelopen jaren belangrijker geworden. Het publiek heeft er recht op, is de tendens en er is ook dikwijls belangstelling voor. Daarnaast wordt ieder onderzoek in Nederland beoordeeld op een aantal criteria, zegt woordvoerder Irene van Houten  van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). „Een daarvan is valorisatie: hoe denk je de kennis uiteindelijk te benutten?”

Dat de interesse voor wetenschap vanuit de maatschappij is toegenomen, hebben ze gemerkt bij de wetenschapsacademie. „Over belangstelling hebben we niet te klagen. Kijk bijvoorbeeld naar het succes van de Universiteit van Nederland, waar online colleges van tophoogleraren worden uitgezonden. Of naar de debatagenda: op een willekeurige dag van de week kun je zo naar zes verschillende avonden over wetenschap.”

Een praatje op Lowlands

Het ‘dichterbij’ brengen van wetenschap is bijvoorbeeld ook een van de speerpunten van de Jonge Akademie, de club van topwetenschappers onder de 45 jaar. Toch is het nog niet vanzelfsprekend. Van Houten: „Een van de dingen waar jonge wetenschappers tegenaan lopen is de vraag: hoe word je voor deze inspanningen beloond? Wat levert het op om een praatje te houden op Lowlands of een interview aan de krant te geven?”

De KNAW ziet het als haar taak om initiatieven op dit gebied meer te stimuleren. „De laatste jaren is men er wel van overtuigd geraakt dat je niet alleen op publicaties moet hameren, maar dat je ook andere taken hebt als onderzoeker. We merken echter dat het systeem er nog niet helemaal op is ingericht.”

Brigitte Hertz, die trainingen en cursussen geeft aan wetenschappers, zag de vraag naar haar diensten toenemen. Ze begon 16 jaar geleden als eenpitter, inmiddels werken er tien trainers in haar bedrijf. Haar cliënten komen voornamelijk van binnen de universiteit. Deze week begeleidde ze nog een groep hoogleraren. Hertz: „Zij hebben niet eens tijd om fatsoenlijk na te denken over hoe ze de buitenwereld bereiken. Hun takenpakket is ontzettend uitgebreid. Daarom zijn we niet alleen presentatietraining, maar ook cursussen time-management gaan aanbieden.”