Komen gifstoffen vrij op het veld?

Voetballen op kunstgras

Wetenschappers deden al onderzoek naar het rubber in kunstgras. Hoe giftig oude autobanden in de vorm van korrels zijn, is niet duidelijk.

Foto Gino Kleisen

Het staat als een paal boven water: in rubberbanden zitten giftige en kankerverwekkende stoffen. De bandenfabrikanten stoppen die er zelf in om hun banden enigszins slijtvast te maken en meer grip te geven. Autobanden mogen niet bij het huisvuil, niet bij het grofvuil en ze mogen niet worden gestort. Ze worden apart verwerkt.

Banden bestaan voor 40 tot 60 procent uit rubber, voor 20 tot 35 procent uit carbon black (roet) en tot 25 procent uit olie die veel polycyclische aromatische koolwaterstoffen (pak’s) bevat. Daarnaast zijn er nog allerlei toevoegingen voor het rubbervormingsproces. Roet, pak’s en veel andere toevoegingen zijn giftig.

Het gebruik van gerecyclede autobanden voor korrels in kunstgras, rubbertegels op speelveldjes, trottoirs, stalvloeren en sportvelden is, schreven Spaanse onderzoekers in 2013 in een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Chemosphere, hergebruik dat geld oplevert.

Zitten de giftige stoffen die de fabrikanten erin stoppen nog steeds in de gerecyclede banden? Ja, toonden die onderzoekers van de universiteit van Santiago de Compostela aan. Ze maten de stoffen in rubbertegels onder speeltoestellen en vonden stoffen die erkend giftig en kankerverwekkend zijn. Alleen: de onderzoekers deden veel moeite om het gif aan het rubber te onttrekken – met chemische oplosmiddelen en ultrasone geluidsgolven. De vraag is of die stoffen op speelplaatsen en kunstgrasvelden ook vrijkomen.

Die vraag beantwoorden die Spaanse onderzoekers niet. Ze vinden wel dat er, vooral bij kinderen, gevaar is van opname door de huid, inademen en zelfs inslikken. Ze vinden ook dat overheden zich zorgen moeten maken.

Die doen dat. Het RIVM is er al tien jaar mee bezig. In alle westerse landen en ook in China zijn overheden en onderzoekers ermee bezig geweest. De conclusie is geruststellend: er hangen geen giftige dampen boven de speelvelden waarvoor oude autobanden zijn gebruikt. En rekenmodellen laten zien dat de luchtverontreiniging door het verkeer in grote steden minstens tienmaal zo gevaarlijk is als sporten op zo’n kunstgrasveld.

Er is een maar: nogal wat onderzoek naar de veiligheid van kunstgrasvelden is betaald door de kunstgrasfabrikanten en wordt toch als ‘onafhankelijk’ gepresenteerd, schreef de Australische volksgezondheidsonderzoeker John Orchard in een commentaar in het British Journal of Sports Medicine (augustus 2013).

Geen controlegroep

De nu veelbesproken Nederlandse studie van IndusTox Consult naar de urine van voetballers op een kunstgrasveld is opzienbarend in haar kleine letters. De financiers van het onderzoek zijn kunstgrasproducent TenCate, autobandenrecycle-organisatie RecyBEM, de branchevereniging voor de banden- en wielenbranche VACO, kunststoffenfabrikant DSM, de KNVB en NOC*NSF. Het RIVM en het ministerie van VWS zaten in de begeleidingscommissie.

Des te verbazender is het dat het een onderzoek werd onder zeven volwassen mannen die alleen op kunstgras met ingestrooide rubberballetjes voetbalden. Er was geen controlegroep. Er deden geen kinderen mee en ook geen vrouwen of meisjes. Iedereen met verstand van wetenschap weet dat het rubber op de velden wel heel giftig moest zijn, voordat deze studie alarmerende resultaten zou geven. De producenten en bandenverwerkers konden van tevoren weten dat de uitslag gunstig zou zijn.