Hup, verduurzamen kan wel wat sneller

Klimaatneutrale auto’s

Grote beleggers willen autofabrikanten bewegen om duurzamere auto’s te produceren. Ook Robeco doet mee met de actie.

Het opladen van een Foto Jorge Silva/ Reuters

Gewoon voldoen aan de regels – wat al bijzonder slecht lukt zoals uit het dieselschandaal bij Volkswagen blijkt – is niet genoeg. Autofabrikanten moeten meer geld steken in auto’s met weinig uitstoot van broeikasgas CO2. Ze moeten zelf zorgen voor realistische uitstootgegevens en actiever met overheden, toeleveranciers en investeerders werken aan duurzaamheid.

Dat vindt een groep van 250 grote investeerders, waaronder giganten als BlackRock en Hermes. De groep, die naar eigen zeggen samen bijna 22.000 miljard euro onder beheer heeft, publiceerde dinsdag een document met „verwachtingen” aan de auto-industrie, de Investor Expectations of Automotive Companies.

Alleen als autofabrikanten bereid zijn om meer geld te investeren in duurzame technologie, vinden de investeerders, zijn ze beter bestand tegen een veranderend klimaat en bijbehorende veranderende regelgeving. Nieuwe concurrenten die er beter in slagen om zuinige auto’s te maken liggen op de loer, en meer consumenten willen zuinige auto’s, denken de fondsen. Aan de slag dus. In dichterlijke kapitalistische taal: „We verwachten dat fabrikanten een effener pad naar toekomstige voorspoed inslaan”.

Het is de vierde keer dat de groep, gebundeld onder de naam Institutional Investors Group on Climate Change, zo’n gidsje uitbrengt. Eerder deden de investeerders dat al voor de oliesector, voor de mijnbouw en voor de energiesector.

Maar wat maakt zo’n gidsje nou uit? Matthias Narr praat namens de Nederlandse investeerder Robeco over duurzaamheid en goed bestuur met de bedrijven waar de vermogensbeheerder in deelneemt.

Wat als een autofabrikant nou koppig energieverslindende auto’s blijft maken? „De fondsen beslissen uiteindelijk zelf wat ze met de bedrijven doen die helemaal niks veranderen”, zegt Narr. „Maar het idee is wel dat je als fonds weer aan de groep rapporteert wat er goed gaat en wat niet”.

Bij het vorige gidsje voor de energiesector had Robeco de ‘verwachtingen’ zelf vertaald naar, onder meer, de simpele eis dat de bedrijven elk jaar minder CO2 moesten uitstoten bij het opwekken van energie. „Van de tien, vijftien bedrijven waar je mee praat, zijn er dan wel twee of drie die niet gemotiveerd zijn. Daar voer je dan intensievere gesprekken mee.”

De informatie gaat naar de portfoliomanager, die in het uiterste geval kan beslissen dat Robeco helemaal uit het bedrijf stapt. Maar liever blijft het fonds met het bedrijf in gesprek, benadrukt Narr.

Is het heel vals om te denken dat het gidsje gewoon mooie pr is voor de investeerders, zonder reële gevolgen voor de bedrijven en de fondsen zelf? Narr: „In zekere zin heb je gelijk. Reputatie doet ertoe. En investeerders kunnen niet tegelijk én uit de olie- en gassector én uit de energiebedrijven én uit de mijnbouw én uit de auto-industrie stappen.”

Waar het om gaat is „active ownership”, volgens Narr: je actief bemoeien met de bedrijven waar je deels eigenaar van bent. „Het management is uiteindelijk de vertegenwoordiging van de eigenaars. Als die eigenaars met dat management in gesprek gaan over duurzaamheid en goed bestuur, keer op keer op keer, dan zal het ooit veranderen.”

In Europa zijn auto’s op dit moment verantwoordelijk voor 12 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. In 2021 mogen nieuwe auto’s gemiddeld nog maar 95 gram CO2 per gereden kilometer uitstoten. Nu is dat 130 gram per kilometer. Fabrikanten die de normen overschrijden, kunnen rekenen op miljardenboetes.

Tegelijk komt er een nieuwe, strengere test die uitstoot van CO2 meet. Die moet het enorme verschil tussen de uitstoot op de weg en die in het lab – nu een gat van gemiddeld 40 procent – verkleinen.