Het koninklijk huis is geen gewone kunstverzamelaar

nrcvindt

Oranjes en wilde dieren. Het blijkt altijd weer een gevoelige combinatie. Prins Bernhard werd zijn leven lang aangesproken op zijn liefde voor de jacht. En nu zijn er vragen gerezen over de verkoop door de Koninklijke familie van het uit 1849 daterende schilderij ‘Boschbrand’ van de Javaanse schilder Raden Saleh. Het doek, een impressie van uit een brandend bos vluchtende tijgers, is , zoals NRC afgelopen zaterdag schreef, in 2013 door de Oranjes op eigen gezag verkocht aan de National Gallery Singapore.

Eveneens is nu pas bekend geworden dat een jaar eerder de Atlas Munnicks van Cleeff, een map met 1.200 tekeningen uit de zeventiende- en achttiende eeuw, verkocht blijkt te zijn aan zakenman John Fentener van Vlissingen. Beide transacties van het Koninklijk Huis roepen de voor de hand liggende vraag op of hier sprake is van privébezit dan wel staatseigendom.

Voor de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) is de zaak duidelijk. Het schilderij van Raden Saleh was geen onderdeel van de rijkscollectie en viel ook niet onder de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje Nassau. Daarmee kan het volgens de RVD worden bestempeld als privé-eigendom van de Oranjes. En mocht het dus aan het buitenland worden verkocht.

Het is een ogenschijnlijk logische redenering. Privébezit is privébezit. Maar hoe privé is het bezit van de Koninklijke familie? Het schilderij was een cadeau van de schilder voor koning Willem III als „eene geringe huldeblijk van mijnen diepen eerbied en innige erkentelijkheid”, zoals hij destijds schreef. Tegen wie spreken onderdanen zich in dit soort gevallen uit: tegen de persoon of tegen het instituut staatshoofd dat zeker in een door erfopvolging bepaalde monarchie zo nauw met elkaar is verweven?

Het was koningin Juliana die in 1972 duidelijkheid probeerde te scheppen in de hybride eigendomsverhoudingen met de oprichting van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje Nassau. Dit zorgde ervoor dat de koninklijke collectie in een soort publiek private constructie terecht kwam.

Het schilderij en de Atlas zijn nooit in de Stichting ondergebracht, Daarom meenden de nazaten van Juliana over te kunnen gaan tot ‘onderhandse’ verkoop. Maar het gaat hier om nationaal erfgoed. Op zijn minst hadden de stukken vanwege hun herkomst in Nederland in het openbaar kunnen worden aangeboden. Dat is niet gebeurd. Want het hoefde niet. Maar dat is nu juist het punt. Wat misschien formeel kan, hoeft zo niet te gebeuren. Dit heet moraliteit. Het heeft er alle schijn van dat de koninklijke antenne op dit vlak weer eens niet heeft gewerkt.