Recensie

Heldin Manon lijkt een van Assepoesters akelige zusjes

Deze week

Afgelopen maandag zou Ferdinand Bordewijk 132 jaar oud zijn geworden. De auteur is allang dood, maar er is een nieuwe biografie, en zijn boek Bint is tot toneelstuk bewerkt. Ook de opera Manon Lescaut van Bordewijks tijdgenoot Puccini is nu te zien.

Ultieme opera – zo typeert sopraan Eva-Maria Westbroek Puccini’s Manon Lescaut (1893). Goed, het is een ‘vroege’ Puccini, maar wel zijn eerste grote succes. Want Manon is ook een volbloed Puccini. Met een tragische heldin, passionele liefde en een aangrijpend liefdesduet in de slotakte, waarvan Manons akelige dorstdood het slotakkoord vormt.

Kun je opera die zo operatesk is anno 2016 nog serieus nemen? Regisseur Andrea Breth (63) spreekt liever van ‘muziektheater’, en dat is veelzeggend. Haar vertelvorm is die van de flashback: helemaal aan het begin van de opera, dus nog voor ze voor elkaar vallen, liggen Manon en haar geliefde Des Grieux hier al gevloerd in het woestijnzand waar de opera eindigt. Manons broer Lescaut, zeer overtuigend gezongen en geacteerd door Thomas Oliemans in een van zijn sterkste DNO-rollen tot dusverre, is in handen van Breth gewoon een jonge proleet; tuk op geld, gokken en zuipen. En Manon zelf excelleert, nadat ze haar ware geliefde Des Grieux heeft verruild voor de rijke ouwe bok Geronte, vooral in ostentatief gapen en spelen met juwelen.

Bij Puccini zit daar een laag onder; een laag van ware liefde en menselijke zwakte, die door de muziek in verzachtend licht wordt geplaatst. Zo maakt hij met de warmte van zijn muziek alles wat plat lijkt weer rond, en precies daarin schuilt zijn kracht.

Die empathische nuance mist de regie, maar wordt door dirigent Alexander Joel, het Nederlands Philharmonisch Orkest, het prachtig zingende koor en de uitstekende cast wel geboden. Hart en spil is Eva-Maria Westbroek in de titelrol. Haar vocale présence is dramatisch overweldigend en de compromisloze vocale intensiteit waarmee ze je aan het slot laat meeleven met haar dood is onweerstaanbaar. Dat haar Manon zo leeft hangt óók samen met haar spelplezier; de aanstekelijke pret waarmee ze Manon eerst neerzet als een van Assepoesters akelige zusjes.

De troost is dat een regie als deze niet het failliet van de romantische opera communiceert, maar de avondschemering van het regietheater. Het orthodox minimalistische decor met wit leren banken dat de leegte van de rijkdom moet illustreren; de platte humor van een nonnenkap die achter een muur blijft haken – het doet allemaal wat gedateerd aan. Een verademing is de slotakte, die slechts uit woestijnzand bestaat. Daar blijkt hoe weinig scenische impulsen nodig zijn om een zaal te laten meeleven en -lijden.