Geen land zó fel tegen CETA als Oostenrijk

Handelsverdragen Oostenrijkers moeten weinig hebben van CETA, het EU-handelsverdrag met Canada, dat 27 oktober moet worden getekend. Ook de TTIP-onderhandelingen met de VS krijgen amper steun.

Handelsverdragen CETA en TTIP worden voorgesteld als Foto Georg Hochmuth / AFP

,,Ik weet dat Oostenrijkers kritisch zijn over de EU-handelsverdragen met de VS en Canada. Daarom ben ik hier. Om te luisteren.” Eurocommissaris voor Handel Cecilia Malmström is in Wenen. Ze zal deze dag niet gauw vergeten. Anderhalf uur debatteert ze met een zaal vol leden van antiglobaliseringsorganisatie Attac en ‘Boeren tegen TTIP’. Velen dragen anti-TTIP-petten en T-shirts.

Malmström praat als Brugman. Ze zegt dat bestaande Europese wetten over voedselveiligheid of gengewassen niet zullen veranderen. Dat de Amerikanen documenten geheim willen houden, niet de Europeanen. En dat de Weense waterleiding straks niet in handen valt van een Amerikaanse multinational: publieke diensten vallen niet onder TTIP of CETA.

Maar Malmström overtuigt hier niemand. Er is boegeroep. Een man op de voorste rij, in lederhosen en met alpenhoedje op, zet de brochure Midden- en kleinbedrijven tegen TTIP tegen het podium en neemt er met zijn iPhone foto’s van. Er klinkt daverend applaus na vragen als:

„Wij hebben niet het gevoel dat er naar ons geluisterd wordt. Waarom moet dit zo geheimzinnig?”

„Wij willen dit niet. Waarom gebeurt het dan toch?”

„Philip Morris [de rookwarenfabrikant, red.] krijgt hier vrij spel. Hoe kunnen we nog gezond blijven?”

Kanselier zit klem

Geen EU-land is zo kritisch over CETA en TTIP als Oostenrijk. Volgens een Eurobarometer-peiling dit jaar is 22 procent voor TTIP (in Duitsland 37 procent, in Frankrijk ruim 50) en 70 procent tegen. Het akkoord met Canada, dat allang uitonderhandeld is, moet op 27 oktober in Brussel worden getekend. Maar de socialistische kanselier, Christian Kern, ligt dwars (net als zijn collega’s in Roemenië en België). De stijgende weerzin tegen CETA verontrust hem.

„Democratische legitimatie is essentieel”, schreef hij vorige week in het blad Profil. Dus hield hij in september een soort referendum in zijn partij. De opkomst was miniem. 89 procent stemde nee. Kern kan dat niet negeren.

Zijn conservatieve coalitiepartner is woedend op Kern. De totale handel tussen Oostenrijk en Canada had vorig jaar een waarde van 1,5 miljard euro. 1,1 miljard daarvan was export van Oostenrijk naar Canada (vooral machines, auto-onderdelen, levensmiddelen en metaal). Wil Kern dat in de waagschaal stellen?

De kanselier zit klem. Hij onderhandelt nu met de Commissie over een aangehecht protocol met extra sociale garanties, vergelijkbaar met wat Nederland deed na het ‘nee’ tegen het associatieakkoord met Oekraïne. Kerns verzoek om niet of later mee te doen aan een nieuw arbitragehof voor investeerders en staten, waar Oostenrijkers moeite mee hebben, is afgewezen. Als Malmström vertelt dat dit hof openbaar is, dat beroep straks mogelijk is en dat dit een „grote stap voorwaarts is”, krijgt ze deze vraag uit de zaal:

„U zei: ‘Ik krijg mijn mandaat niet van het Europese volk.’ Hoe durft u hierover over de hoofden van 500 miljoen burgers te onderhandelen?”

De eurocommissaris wordt boos.

„Dit heb ik nooit gezegd! Mijn mandaat komt wél van burgers! Alle regeringen hebben mij gevraagd met Canada en Amerika te onderhandelen. Ook uw regering. Op vier landen na is in álle Europese landen de meerderheid voor CETA en TTIP.”

De zaal roept: „Nee! Nee!”

Bij Duitsland op de bagagedrager

Later, in besloten kring, wil Malmström weten hoe een exportland als Oostenrijk, dat enorm heeft geprofiteerd van de uitbreiding met Oost-Europese landen, zó vijandig kan zijn. Haar onderhandelaar moet na hoorzittingen in het Weense parlement soms via de zijdeur af. Ook Canada tast in het duister. Wij zijn Amerika niet, zei een Canadese diplomaat laatst:

„We zijn socialer, onze regelgeving lijkt op die in Europa. Productvoorschriften verschillen niet erg. Als jullie met óns geen akkoord kunnen sluiten, met wie dan wel?”

Het debat over CETA en TTIP is irrationeel, zegt Paul Schmidt, directeur van de Oostenrijkse Vereniging voor Europapolitiek.

„Oostenrijk is een sterk uitgebouwde verzorgingsstaat. We hebben minder hervormd en geliberaliseerd dan andere EU-landen. We zijn goed door de economische crisis gekomen, omdat we bij het boomende Duitsland op de bagagedrager zitten én dankzij sterke handel met Oost-Europa. Zwakkeren worden hier goed beschermd. Maar velen vragen zich af: hoelang nog? We hebben veel te verliezen. De werkloosheid stijgt [van 4,3 procent in 2012 tot 6,2 procent afgelopen september, red.]. Multinationals die weinig belasting betalen, verdrijven kleine middenstanders. Velen zien globalisering niet als kans, maar als bedreiging.”

Niet-gouvernementele organisaties domineren het debat over CETA en TTIP. De regering, die als opdrachtgever rationele argumenten zou kunnen inbrengen, is lang stil geweest. Toen de onderhandelingen begonnen (met Canada in 2009, met Amerika in 2013), was dit een ‘technisch’ onderwerp: burgers bemoeiden zich zelden met handelsverdragen. De regering had te laat door dat ngo’s er een politiek issue van maakten. De ngo’s zien de verdragen als vehikel dat meer globalisering binnen brengt. Meer vrijhandel brengt ongelijkheid in de samenleving, legt de man in lederhosen uit – een producent van bioproducten uit het Waldviertel. „Regeringen kunnen dat nauwelijks meer corrigeren. We moeten dit stoppen. We willen niet worden als Griekenland. Zijn buurman zegt: „Waar het mij om gaat, is dat de totalitaire gemaksindustrie onze democratie bedreigt.” Kronen Zeitung, de populairste krant van Oostenrijk, is ook tegen. Grote industriëlen eveneens, onder wie de baas van winkelketen Spar.

De ngo’s zijn goed georganiseerd. Oostenrijk zat decennialang als ‘neutraal’ land tussen het Oostblok en het Westen in. Het werd pas na de val van de Muur lid van de EU. Het zit niet bij de NAVO. Na twee Wereldoorlogen en een bloedige burgeroorlog ertussen lag deze neutrale rol in de Koude Oorlog de Oostenrijkers uitstekend. Het pacifisme verdoezelde de schande van het naziverleden enigszins. Campagnes tegen kernwapens en kernenergie, gerund door ngo’s, gaven het kleine land een nieuwe identiteit op het wereldtoneel.

Neutraliteit

Neutraliteit was ook goed voor de business. Oostenrijk, dat na ’45 tien jaar deels door de Russen werd bestuurd, heeft altijd goede zakelijke banden met Moskou gehouden. De Weense gasvoorziening is 100 procent Russisch. De grootste buitenlandse banken in Rusland zijn Oostenrijks (Raiffeisen, Bank Austria). Lofts in Wenen en chalets in wintersportoorden worden opgekocht door Russen. Oostenrijkse bedrijven klagen over de sancties tegen Rusland. De regering wil ervan af, maar zwijgt daarover om tactische redenen: het heeft een diep conflict met Brussel over migratie, en wil geen tweede front openen.

Een deel van het publiek dat Malmström het vuur na aan de schenen legt, demonstreerde vroeger voor een kernwapenvrije wereld en tegen kerncentrales in buurlanden. Na de ramp met de kernreactor in Fukushima, in 2011, verloren die ngo’s hun antinucleaire missie: Duitsland schafte kernenergie af, anderen schroefden het terug. Rond die tijd kreeg het verzet tegen de globalisering in Europa vaart. De aftrap van de TTIP-onderhandelingen verschafte de ngo’s een nieuwe missie. Ze hebben goede netwerken en vrijwilligers. In Duitsland gebeurde iets dergelijks.

Na grote demonstraties tegen TTIP en CETA in Duitsland en Oostenrijk, vorige maand, suggereerde de Duitse bondskanselier Angela Merkel dat een handelsakkoord met Rusland „niet half zo veel discussie zou opleveren”.

Volgens Franz Schellhorn van de denktank Agenda Austria is het in Oostenrijk net zo. Antiamerikanisme speelt een rol bij het protest tegen TTIP, zegt hij. CETA is collateral damage. „Oostenrijkers zien de VS als het epicentrum van de hel. Ze zien de globalisering als ‘Amerikaanse’ bedreiging. En de spanning tussen Oost en West loopt weer op. Tijdens de detente na de val van Muur hebben we goed geboerd. Nu zitten we weer klem.” Veel Oostenrijkers vinden dat Washington Moskou heeft geprovoceerd.

Schoorsteenvegers

Oostenrijk is een redelijk open economie. Maar mensen denken protectionistisch. Zelfs McDonald’s pronkt met ‘Oostenrijks vlees’. Veel bakkerijen zijn ketens, die brood uit Polen geleverd krijgen dat hier afgebakken wordt. Toch houdt het land vast aan zijn eigen bakkersvoorschriften. Dat geldt voor veel beroepsgroepen en ambachten, van tandartsen tot schoorsteenvegers. „We leven in een romantische illusie”, zegt Schellhorn, „en houden dat graag zo”.

Veel boeren zijn tegen TTIP en CETA. Hermann Schultes, baas van de machtige boerenlobby, twijfelt over TTIP maar vindt CETA acceptabel. Canada, redeneert hij, importeert Oostenrijks voedsel. Als CETA wordt afgeblazen, „gaat Canada dat voedsel uit het Verenigd Koninkrijk halen”. Londen trappelt om, na Brexit, bilaterale handelsakkoorden te sluiten. Maar Schultes overtuigt de boeren niet. Sommigen noemen hem een „verrader”.

Velen denken dat kanselier Kern CETA wel zal gaan tekenen. Maar dat dempt de publieke weerstand waarschijnlijk niet. Het ‘additionele protocol’ met sociale garanties dat hij als oplossing aandraagt, herhaalt een paar zinnen uit 1.500 pagina’s tekst en heeft geen juridische status. Het is een „placebo”, schreef Der Standard: een trucje dat misschien werkt, maar niets geneest.