Drie vragen over de belastingdeal van de koning

Opnieuw is er ophef over de kosten van het koningschap. Wat is er aan de hand? Over welke kosten gaat het en wat zijn de consequenties? De belastingvrijdom voor de Oranjes lijkt zijn langste tijd te hebben gehad.

Foto ANP / Robin Utrecht

1. Waar gaat de ophef over?

Over de persoonlijke toelages die de koning en zijn directe familieleden (echtgenote en moeder) ontvangen. Die zouden volgens RTL Nieuws, dat al jaren onderzoek doet naar de kosten van het koningshuis, hoger zijn dan nodig.

Het bedrag zou vanaf 1973 zijn opgehoogd om het koningshuis te compenseren voor het feit dat ze vanaf dat jaar belasting moesten betalen over het rendement op hun privé-vermogen. Met name prins Bernhard zou hebben geprobeerd het onderste uit de kan te krijgen in de onderhandelingen over het zogeheten Financieel Statuut van 1973. RTL schat de oneigenlijke verhoging op ten minste 150.000 gulden.

Hoe groot het vermogen van de Oranjes in 1973 was – en dus ook hoeveel belasting ze moesten betalen – is onbekend. Dat geldt nog steeds anno 2016. Politici doen daar meestal relativerend over. Minister-president Jo Cals zei in 1966 in de Tweede Kamer over Juliana:

„De Koningin zou miljarden bezitten. Dit is gewoon een sprookje! Zij zou tenminste honderden miljoenen bezitten; ook geen sprake van, dat kan ik U verzekeren. Zij zou de rijkste vrouw van Europa zijn; er zijn alleen al verschillende Nederlanders die een groter vermogen hebben dan de Koningin.”

Kamerlid Jeroen Recourt van regeringspartij PvdA noemt het „schandalig” en „onacceptabel” als er in 1973 compensatie is gegeven. Hij wil de wet op het Financieel Statuut veranderen om de compensatie te schrappen. Een Kamermeerderheid van GroenLinks, PVV, SP, D66 en ChristenUnie lijkt hem daarin te steunen.

2. Hoe zijn de kosten voor de koning opgebouwd?

Uit drie verschillende componenten. Allereerst is er de toelage voor staatshoofd, diens echtgenoot en het voormalig staatshoofd (A-component). Daarover gaat de huidige ophef. De toelages stellen hen in staat de dagelijkse uitgaven te doen. Koning Willem-Alexander krijgt dit jaar 866.000 euro, koningin Máxima 343.000 euro en prinses Beatrix 489.000 euro. Als ze 18 jaar oud is, krijgt kroonprinses Amalia ook een persoonlijke toelage.

Daarnaast zijn er de (veel hogere uitgaven) voor personeel en diensten die het staatshoofd en zijn directe familieleden in staat stellen hun functie uit te oefenen (B-component). Daarbij moet worden gedacht aan de kosten van het personeel in de paleizen, administratieve ondersteuning door het secretariaat en het gebruik van auto’s, vliegtuigen en helikopter. Wat betreft deze functionele uitgaven is dit jaar een bedrag gereserveerd van 4,5 miljoen euro voor de koning, bijna zes ton voor Maxima en bijna één miljoen euro voor Beatrix.

Tenslotte zijn er de zogeheten doorbelaste kosten. Dat zijn kosten die andere departementen maken voor activiteiten van het koningshuis. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de uitgaven voor medewerkers van de Rijksvoorlichtingsdienst, en Kabinet van de Koning (Algemene Zaken), voor staatsbezoeken (Buitenlandse Zaken), het Militair Huis (Defensie) en beveiliging (Veiligheid en Justitie).

De laatste kost waarschijnlijk het meest, maar daarover worden geen mededelingen gedaan. Ook de kosten van het beveiligingshek voor de villa in Griekenland en de aanpassing van de aanlegsteiger voor de nieuwe speedboot vallen daaronder.

Voor 2016 was voor deze derde post 5,7 miljoen gereserveerd, maar die dekt waarschijnlijk niet alles. Er gaapt een groot gat tussen de officieel verantwoorde kosten van het koningshuis (rond de 40 miljoen euro) en de on-officieel geschatte kosten (rond de 110 miljoen euro).

Op de drie componenten zijn de automatische prijs- en loonindexaties van toepassing. De uitgaven stijgen dus mee met de loon- en prijsontwikkeling.

3. Wat zijn de consequenties?

Naast het mogelijk schrappen van de compensatieregeling, wordt de druk veel groter om de belastingvrijdom voor het koningshuis te schrappen, een al jaren slepende kwestie. Over de persoonlijke toelages voor Willem-Alexander, Máxima en Beatrix, hoeven de drie geen belasting te betalen. Het zelfde geldt voor schenkingen en de erfenis die het staatshoofd zijn of haar kinderen nalaat.

Vorig jaar nam een meerderheid van de Tweede Kamer een motie aan, met steun van de PvdA. Daarin werd het kabinet gevraagd ook de persoonlijke toelages te belasten. „Bij een modern koningschap hoort modern belasting betalen”, aldus PvdA-Kamerlid Recourt.

Premier Rutte heeft de wens tot belasting op de toelages tot nu toe naast zich neergelegd. Volgens hem zou belastingheffing tot een onnodig ingewikkelde broekzak-vestzakoperatie leiden. Dan zou eerst de bruto toelage moeten worden opgehoogd, om daarover vervolgens belasting te heffen. Volgens Recourt maakt juist het kabinet de kwestie nodeloos ingewikkeld. „Er wordt alleen maar mist opgeworpen”, zegt hij. „Bruteren kan ook bij ambtenaren, dus waarom niet bij de koning?”

De kwestie keert terug bij de behandeling van de begroting van de koning, eind deze maand. Als Rutte dan bij zijn weigering blijft, gaat de PvdA een initiatief-wetsvoorstel indienen om een einde te maken aan de belastingvrijdom op de persoonlijke toelages, zo kondigt Recourt aan. „Ik schat in dat daar maatschappelijk ook genoeg steun voor is.” Het schrappen van de belastingvrijdom vergt een grondwetswijziging.