Column

Boot gemist

CULRoosmalen 1

De familie van de vriendin had een huisje op Terschelling gehuurd waar we vanwege de verjaardag van de schoonmoeder een weekje boven op elkaar gingen zitten. Ik had in stilte geslikt bij het horen van de bestemming. Ik was vaker meegenomen naar Terschelling en wist dat dit eiland heel groot – bij wandelingen bijvoorbeeld – maar ook veel te klein kon zijn.

De voorbereidingen waren bijna militair, de avond voor vertrek stonden zeven gepakte tassen me alvast verwijtend aan te staren. Nadat ik te horen had gekregen dat het ‘natuurlijk’ een rookvrij huisje was, besloot ik mezelf op de dag van vertrek, na het doen van de laatste boodschappen, nog even te belonen met een dubbele espresso en een sigaret op een terras.

Een fout, want opeens moesten we ons haasten om de snelboot vanuit Harlingen te halen. Woedend stuurde de vriendin ons over de snelweg, ze bleef maar herhalen hoeveel spijt ik ging krijgen van dat kopje koffie. Heel veel spijt, dat wist ik toen al.

Of we de boot zouden halen, bleef tot op het laatste moment spannend. Dat laatste moment was net een scène uit een film. Ik met de dochter in de armen en zeven tassen om me heen in de terminal van Rederij Doeksen, de vriendin naar ons toe rennend vanaf de parkeerplaats terwijl op de achtergrond de boot toeterend weg voer. Ze zag het ook gebeuren, maar zette voor de vorm nog even aan.

De vriendin hield haar mobiel omhoog. „Ga jij mama maar bellen, ga jij haar maar zeggen dat we vijf uur later komen.”

Ik had in mijn leven al wel vaker de boot gemist, maar nu werd het verschil tussen winnen en verliezen er wel heel hard ingewreven.

Ik had weinig zin om de verdubbelaar nu al in te zetten.

Ze beende weg en ging op een afstandje haar moeder bellen, wier weekje weg ik al voordat ik op Terschelling was gearriveerd, had verpest.

„Ja!”, zei de vriendin toen ze terug was, „die stond nu dus gewoon op de verkeerde boot te wachten!”

De volgende boot kwam drie uur later en werd terecht de ‘langzame boot’ genoemd, want we gingen inderdaad heel langzaam richting dat eiland.

De schoonmoeder was ons toch weer komen halen, hoewel het natuurlijk ook kon zijn dat ze er al een paar uur stond. Ze deed tijdens het inladen heel erg haar best om niet te laten merken hoe vervelend de afgelopen uren waren geweest. Zwijgend koersten we in de volgepropte Nissan naar een huisje in het bos. De anderen waren er al uren, jammer dat we door de invallende duisternis niet konden zien hoe mooi het gelegen was.

„Mijn schuld”, hoorde ik mezelf zeggen.

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.