‘Zo erg huilen dat je je stem verliest’

Bij De Nationale Opera gaat vanavond een nieuwe productie van Puccini’s minder bekende opera ‘Manon Lescaut’ in première. Eva-Maria Westbroek zingt de hoofdrol en vindt het „de ultieme opera”.

Sopraan Eva-Maria Westbroek is Puccini’s Foto De Nationale Opera/Bernd Uhlig

Was Manon Lescaut, het hoofdpersonage van Puccini’s gelijknamige opera, nou maar het klooster ingegaan. Ga maar na: onderweg naar een kloosterleven wordt Manon in Amiens geschaakt door de student Des Grieux, ze vluchten samen, ze dumpt de arme student voor een rijke heer, keert toch terug bij Des Grieux, samen worden ze naar het Amerikaanse Louisiana verbannen en daar sterft Manon uiteindelijk van de dorst in een woestijn.

Beter naar het klooster dus, zoals haar vader voor ogen had? Regisseur Andrea Breth vindt dat een onzinnig idee. „Niemand zou het klooster in moeten willen. Manon wil léven, niet onder dwang met Jezus trouwen. Haar probleem is alleen dat ze vervolgens alles wil; de liefde maar ook het geld. Ze kan niet kiezen. Dat maakt haar niet perse onsympathiek, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Madama Butterfly is ze niet alleen maar een onschuldige engel. Pas in de derde akte komt ze tot het besef hoe diep haar liefde voor Des Grieux is. Die ambivalentie en ontwikkeling maken haar tot een interessant personage, al kun je het inderdaad geen happy end noemen.”

De Duitse Breth regisseert Manon Lescaut (1893) deze maand bij De Nationale Opera. Vrolijk is haar werk doorgaans niet, afgaande op haar eerdere ensceneringen in Amsterdam: een geniale, analytisch gedetailleerde De Speler van Prokofjev in een donker decor, een nog duisterder Macbeth van Verdi met grote stukken rauw vlees op tafel. De laatste productie kreeg bij de première boegeroep, al ging het daar volgens Breth om „een paar mensen die waren omgekocht, en ik weet door wie”. Maar, zegt ze: „Ik denk überhaupt niet over het publiek na. Ik wil de muziek zo goed mogelijk tot haar recht laten komen. Waarbij ik dan wel spreek van ‘muziektheater’ en niet van ‘opera’ met alle mogelijke clichématige associaties vandien.”

Terugblik

Voor haar enscenering van Manon kiest ze naar eigen zeggen voor een andere stijl dan men van haar gewend is. „Ik heb moeite met een personage dat op het podium sterft van de dorst maar nog uren doorzingt, dat is niet realistisch. Tegelijkertijd bevat deze opera juist veel realistische taferelen. Ik kies daarom voor een begin dat tegelijk het slotbeeld is: de stervende Manon blikt terug op haar leven, dat in afgeronde episodes voorbijtrekt.

„Het decor is een witte wand, dat aan de zijkanten is afgesloten: akoestisch noodzakelijk op het enorme podium van De Nationale Opera. Die witte muren verbeelden de woestenij waarin haar herinneringen vervolgens worden geschilderd. Realisme en herbeleving lopen door elkaar: in de eerste akte bijvoorbeeld doen Manon en Des Grieux niet net alsof ze elkaar voor het eerst ontmoeten.”

De hoofdrol is een zware: volgens de dirigent Alexander Joel „een combinatie van twee types Puccini: de lichte kant van een Mimì uit La Bohème en de dramatische kant van een Tosca. Gelukkig denkt Andrea Breth goed mee met de interactie tussen de zangers en het orkest. Het lot van een operadirigent is namelijk vaak dat je óf de zangers overstemt, óf te zacht speelt en dan de kritiek krijgt dat het orkest vlak klinkt.”

Zwarte humor

Sopraan Eva-Maria Westbroek kan de zwaarte van de hoofdrol beamen, vlak na afloop van een repetitie. „Ik ben een beetje gaar, haha. Vooral de derde en vierde akte zijn uitputtend. Aan de andere kant: als je één keer Isolde hebt gezongen is opeens alles kort. Bij Wagner ben je slechts een onderdeel van het grote orkestrale geheel en draait het minder om jezelf, dat is veel uitputtender. Ik krijg heel veel energie van Puccini, het is gewoon lekker, ook omdat de vocale lijnen veel organischer meebewegen met de spanning en ontspanning van je stem.”

Impulsief en egoïstisch: zo omschrijft Westbroek haar personage aan het begin van de opera. „Maar waar Manon aan het eind van de tweede akte nog al haar juwelen wil meegraaien waardoor haar vlucht mislukt, komt ze later in gevangenschap tot inkeer en zingt ze de tenor aan het einde toe: ik heb niet genoeg van je gehouden.”

Antonio Pappano, muzikaal directeur van het Royal Opera House in Londen, legt uit wat er in de muziek van ‘Manon Lescaut’ te horen is

Westbroek werkte al eerder met regisseur Andrea Breth samen. „Ze heeft veel zwarte humor en waakt voor de automatismen waar je als zanger snel in vervalt, zoals het dramatisch heffen van je armen. Ik hoop dat onze lezing van de opera overkomt, het is door de flashback-interpretatie geen naturalistische enscenering geworden. Maar als je er zelf middenin zit, wordt het moeilijker om te beoordelen hoe het geheel zal overkomen.”

Zoals het Puccini betaamt, barst de opera van de volbloed Italiaanse passie: vergelijk het met het bravere en langdradiger Manon van de Franse componist Massenet. Maar de pech voor Manon, meent dirigent Joel, is dat Puccini daarna drie nóg betere want meer compacte opera’s schreef – La Bohème, Tosca, Madama Butterfly – die tegenwoordig alle aandacht opeisen.

Eva-Maria Westbroek is het daar totaal niet mee eens. „Totáál niet! Ik vind Manon de ultieme opera! Het heeft door Manons karakterontwikkeling veel meer diepgang dan het spectaculaire Tosca. En de muziek is zó prachtig: toen ik de rol in Baden-Baden met Simon Rattle zong, moest ik bij de laatste repetities zo hard huilen dat de tranen over mijn wangen rolden en ik een snottebel werd. Ik zat er helemaal in. Maar dat kan ik beter bevechten, want daarna was ik vier dagen mijn stem kwijt.”