Recensie

Verleiding, woede en wreedheid in ‘Demonen’

Relatiedrama ‘Demonen’ van Norén, in regie van Marcus Azzini, kent vele hilarische momenten maar weet toch ook te ontroeren.

©

Ze is de koningin van de komedie, actrice Kirsten Mulder. Als tutje Honey in Albee’s Who’s afraid of Virginia Woolf, in 2014 ook bij Oostpool, deed ze al eens een hartverscheurend naïeve dans, waarin ontreddering en verlangen schrijnend hand in hand gingen. In Demonen doet Mulder als Katarina het diapositief van die dans, nu een en al cynische verleiding. Geroutineerd vouwt ze haar rode bh open en beroert haar tepels, terwijl de vermoeidheid van haar gezicht te lezen is. Zelfs als de verleidingspoging (van buurman Tomas) slaagt, weet ze dat die geen redding biedt. Deze Katarina heeft zich achter een façade van apathie en malloterie verschanst. Maar diep van binnen hunkert ze net als Honey naar liefde en overgave.

Relatiedrama

Demonen (1982) van Lars Norén leunt zwaar op Albee’s beroemde relatiedrama. Ook hier twee koppels bij elkaar op bezoek: buurtjes Jenna en Tomas, tot hun nek in de luiers, komen langs in het strakke, kinderloze appartement (veel glas en staal) van Katarina en Frank, waar de as van zijn overleden moeder in een urn op de vloer staat: dat is zo één van de demonen waar deze vier mee worstelen.

Marcus Azzini blijft in zijn regie weg van het psychologisch realisme van Norén. Mulder en Daan Schuurmans spelen, erg geestig, een koppel dat vastzit in een vorm: hij lacherig, zij lethargisch. Van onder de oppervlakte borrelen woede en wreedheid omhoog, als kleine, onbedoelde oprispingen: ‘oeps, zei ik dat?’ Amechtig proberen ze hun, ooit succesvolle, vorm vast te houden, maar die versplintert in hun handen als de kristallen vaas die tegen de vloer gaat.

Tegenover Frank en Katarina staan Jenna en Tomas: emotioneler, explosiever. Mariana Aparicio Torres is sterk als dodelijk vermoeide jonge vrouw die elk moment in huilen uit kan barsten. Rick Paul van Mulligen staat als Tomas consequent stijf van verbeten woede, maar is innemend ontredderd als Katarina hem verleidt, en hij haar smeekt hem écht te zien.

De artificiële speelstijl van de vier is passend en geestig, en Demonen kent een flink aantal hilarische momenten. Halverwege stort de voorstelling even in, omdat het spel dan teveel vorm blijft, en de tragiek van Norén te weinig ruimte krijgt. Maar tegen het einde toe boren de spelers toch een diepere laag aan. En de slotscène, waarin Katarina, voor het eerst kwetsbaar, haar diepmenselijke verlangen tot overgave uitspreekt, weet uiteindelijk ook echt te ontroeren.