Opinie

Stop met die vermenging van sport en politiek

De Iraniër Alireza Jahanbakhsh van AZ zal – uit vrees voor zijn familie en carrière – niet tegen de Israëlische club Maccabi voetballen. De sportbonden moeten de kwalijke stilte hierover doorbreken, schrijven Barbara Barend en Ronnie Eisenmann.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Voetbalclub AZ speelt dit jaar voor de Europa League tegen het Israëlische Maccabi Tel Aviv. Bij AZ speelt Alireza Jahanbakhsh, international van Iran. Jahanbakhsh is welkom in Israël, al is het alleen maar omdat ze in Israël sport niet met politiek willen vermengen. Maar helaas: AZ en Jahanbakhsh hebben besloten dat de Iraniër niet meereist naar Israël en zelfs niet meedoet in de thuiswedstrijd tegen de club uit Tel Aviv. Dat ligt niet aan Israël. De Iraanse international zou zelfs met ploeggenoten van Maccabi daags na de wedstrijd in Tel Aviv kunnen deelnemen aan het traditionele vrijdaggebed, niet in de synagoge maar in de moskee, zoals technisch directeur Jordi Cruijff van Maccabi desgevraagd opmerkte. Maar het zal niet gebeuren, want AZ en Jahanbakhsh vrezen de lange arm van Iran. In zijn Iraanse paspoort staat vermeld dat Jahanbakhsh niet naar Israël mag afreizen: „De houder van dit paspoort kan niet naar bezet Palestina reizen.” Dat ‘bezet Palestina’ slaat op Israël. AZ vreest voor de gevolgen voor de familie van de voetballer, de voetballer vreest voor zijn internationale carrière als hij meedoet in een officiële Europa Leaguewedstrijd tegen een club uit Israël.

Om Israël het internationale voetbalplezier niet te ontnemen is het land noodgedwongen lid van de Europese voetbalbond UEFA. Wedstrijden in Azië, en wedstrijden als Israël-Irak, Syrië-Israël of Iran-Israël zijn nu eenmaal ondenkbaar. Ook dat ligt niet aan Israël; dat ligt aan de houding van al die landen die Israël niet erkennen. Omdat? Omdat Israël een Joodse staat is.

In de internationale sportarena worden Israëlische sporters helaas ook geconfronteerd met vijandig, zeg maar onsportief gedrag van landen en sporters met een moslimachtergrond. In 2009 werd tennisster Shahar Peer een visum geweigerd om deel te nemen aan het WTA-toernooi in Dubai, tot grote publieke ergernis en woede van Venus Williams en organisator WTA. In augustus 2013 ging de Egyptenaar Mohamed Salah vlak voor de Champions League kwalificatiewedstrijd FC Basel-Maccabi Tel Aviv demonstatief zijn veters strikken om te voorkomen dat hij de spelers van Maccabi de hand moest schudden, inclusief zijn moslimbroeder Maharan Radi. Bij de Olympische Spelen in Rio weigerde een Egyptische judoka de hand te schudden van zijn Israëlische overwinnaar en hem in strijd met alle judoregels zelfs te groeten. En al voor de openingsceremonie weigerden Libanese atleten in een bus te reizen met Israëlische sporters.

In Israël is in principe iedere sporter welkom. Een uitzondering daargelaten als Israël meent dat de staatsveiligheid in gevaar komt en een sporter wordt verdacht van terroristische activiteiten. Geen enkele Israëlische sporter wordt in haar of zijn professionele ambitie door de staat beperkt. Dat is niet meer dan logisch, want in een democratisch land kent sport geen begrenzing of beperking voor wie dan ook. Sporters van elke religie en van elk volk nemen deel aan de nationale competities in Israël. In het nationale elftal van Israël voetballen sinds jaar en dag moslims, druzen en christelijke voetballers.

Hoe anders gaan de meeste moslimlanden hiermee om. Israëlische sporters zijn in veel moslimlanden niet welkom. Israëlische sporters die deelnemen aan een wedstrijd die op tv wordt uitgezonden in menig Arabisch land, worden zonder naam en vlag vermeld. Veel moslimlanden weigeren sporters uit Israël of leggen hun onderdanen op om niet tegen Israëlische teams en sporters uit te komen. Van Jahanbakhsh kan niet worden verwacht dat hij de volstrekt verwerpelijke maatregelen doorbreekt. Hij wil voetballen en zijn eigen sportieve ambities als international niet op het spel zetten. De hand van het totalitaire Iraanse regime weet hem en zijn familie te vinden als hij zou afreizen.

Tegen deze onacceptabele vermenging van sport en politiek zouden de internationale sportbonden moeten optreden. Zonder aanziens des lands zouden ze de landen en niet sporters moeten straffen die Israëlische sporters boycotten of hun onderdanen verbieden om tegen Israëlische teams of sporters uit te komen. Het negeren of tolereren van deze discriminatoire acties, legitimeert het handelen van de staten in kwestie. Het woord is aan bonden, aan de FIFA, de UEFA, de KNVB, het NOC*NSF. Helaas is het akelig stil nu AZ en Jahanbakhsh noodgedwongen zwichten voor een crimineel regime. Die stilte als symbool van selectieve verontwaardiging, die is misschien wel het kwalijkst.

Barbara Barend en Ronnie Eisenmann zijn bestuursleden van Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI).