Onder het heroïnestof kwamen ze naar buiten

Wie: Bekir, Hanifi, Senyol

Waar: Amsterdam

Kwestie: wapenbezit, heroïne

Drie gedrongen Nederlands-Turkse mannen; sportschoenen, spijkerbroek. Ze houden hun jassen aan als ze voor de meervoudige strafkamer plaatsnemen.

Dit is georganiseerde misdaad, met overvloedig bewijs; een zaak die ook snel voor de rechter is gebracht. De mannen werden op 12 juni gearresteerd, toen ze samen een appartement verlieten. Dat was de woning van de schoonouders van één van hen, Hanifi, zo blijkt, die een half jaartje in Turkije verbleven.

Binnen trof de politie 11,6 kilo verpulverde en gezeefde heroïne aan, uitgespreid op plastic zeilen. En een grote hoeveelheid coffeïne/paracetamol in poedervorm. De politie had voorinformatie – er zou daar een grote partij harddrugs worden ‘versneden’. Maar de officier van justitie wil over de bron niks zeggen. Er is sprake van een „afgeschermd procesverbaal”, dienstgeheim dus. Vermoedelijk is dit één schakeltje in een lange drugsketen.

Een stofwolkje heroïne

Of dit drietal bijvangst is in een groter onderzoek, zoals de verdediging veronderstelt, zal vanmiddag niet duidelijk worden. Een van de advocaten noemt het een „korte klap-dossier, wat het OM steeds vaker doet”. De officier zal 2,5 jaar, 4,5 jaar en 5 jaar cel eisen. Twee hebben een blanco strafblad; Senyol zat eerder vijf jaar in België uit wegens drugshandel.

Een observatieteam noteerde dat één van de mannen bij het verlaten van de woning zijn broek afklopte, wat een stofwolkje opleverde. Dat bleek achteraf heroïne. De mannen zaten onder. In het appartement hing een branderige, chemische geur; er werd een blender gevonden, zeven, een teil, en, in een gangkast, een Spar-tas met een automatisch machinepistool met munitie en een demper.

In de Mercedes van Senyol vond de politie een geladen Smith & Wesson-revolver en twee ‘jammers’, waarmee telefoons en beveiligingscamera’s worden gestoord. De gevonden heroïne had een straatwaarde van een half miljoen.

Hanifi zal op alle vragen zwijgen, Bekir bekent zeer omstandig en Senyol heeft niks gedaan en niks gezien. Hij verklaart zijn gedrag geheel uit „onze Turkse cultuur”, waarbij je weinig vragen stelt aan de gastheer en je altijd netjes in de huiskamer blijft zitten. De Smith & Wesson in zijn auto hield verband met een geheime eerwraakkwestie die nog tot zijn overgrootvader terugging. Van heroïne weet hij niets.

Bekir praat veel, zelfs zóveel dat zijn advocaat hem waarschuwt niet „zomaar wat te zeggen”. In zijn pleidooi noemt hij hem „een hele domme, volgzame, naïeve man”. Iemand die niets met opzet zou kunnen doen, laat staan dit misdrijf. Hij was aan het werk gezet. In de slaapkamer moest hij een paar stevige brokken ‘steen’ met een hamer en een handdoek verpulveren. Dat het heroïne was, hoorde hij pas later. Bekir kreeg geen geld – hij was „willoos werktuig”. Het bewijs tegen Senyol bestaat alleen uit het heroïnestof op zijn kleding – Bekir heeft hem wel in het appartement gezien, maar niet bij de drugs.

Ruzie tussen de tolken

Het stof op de kleding van Senyol kan volgens zijn advocaat ook zijn overgedragen toen Bekir buiten zijn broek afklopte. En van de zwijgende Hanifi vindt de advocaat het twijfelachtig of het wel zijn machinepistool was; er waren vingerafdrukken op de Spar-tas gevonden, maar kennelijk niet van hem. Anders was dat wel als bewijs aangedragen. Dus hier is mogelijk ontlastend bewijs weggelaten.

De rechtbank heeft geen moeilijke middag. Alleen valt de microfoon steeds uit en krijgen de tolken na twintig minuten ruzie. De tolk van Bekir zou wel Turks verstaan, maar het niet kunnen spreken, zegt de tolk van Senyol. Waardoor de vragen van de rechtbank niet goed zijn overgebracht. De rechtbank lost het op door de bekritiseerde tolk van zijn taak te ontheffen en met het verhoor van Bekir opnieuw te beginnen, nu via de tolk van Senyol.

De rechtbank veroordeelt het drietal conform de eis van het OM. Alleen de straf van Bekir wordt gematigd tot anderhalf jaar. Hij had geen strafblad en speelde een ondergeschikte rol.