Nobelprijs voor Economie naar Hart en Holmström

Het duo krijgt de prijs voor hun onderzoek naar contracttheorieën.

Foto Stina Stjernkvist/TT via AP

De Nobelprijs voor economie is uitgereikt aan de Amerikaan Oliver Hart (68) en de Fin Bengt Holmström (67). Zij hebben de prijs ontvangen voor hun onderzoek naar contracttheorieën. Oliver Hart en Holmström zijn verbonden aan de prestigieuze Amerikaanse instituten Harvard en MIT. Het onderzoek waar de twee de prijs voor hebben ontvangen, werpt licht op hoe contracten kunnen helpen bij het nader tot elkaar brengen van partijen met tegengestelde belangen. De Zweedse Koninklijke Academie voor Wetenschap over de twee economen:

“Hun werk heeft een intellectuele basis gelegd voor het ontwikkelen van beleid en instituties op veel vlakken, van faillissementsbeleid tot aan grondwetten.”

Het duo krijgt naast de prijs een bedrag van 8 miljoen Zweedse kroon (928.000 dollar).

Anders dan de overige Nobelprijzen, is de Nobelprijs voor Economie niet in 1901 in het leven geroepen, maar pas in 1969. De prijs werd toen geïntroduceerd door de Riksbank, de Zweedse centrale bank, ter ere van haar 300-jarige bestaan. Overigens ging de eerste Nobelprijs voor Economie toen naar de Nederlander Jan Tinbergen en zijn Noorse collega Ragnar Frisch.

Kritiek op Nobelprijs

Een opiniestuk van Joris Luyendijk - schrijver van het over de Londense City handelende Dit kan niet waar zijn - leidde vorige week tot veel discussie. Economie is volgens Luyendijk geen wetenschap, en een Nobelprijs zou alleen maar tot zelfoverschatting van economen leiden:

Een Nobelprijs voor economie impliceert dat de menselijke wereld net zo valt te beschrijven, begrijpen en modelleren als de fysieke. Dit is een levensgevaarlijk misverstand omdat het precies de wegkijkcultuur in de hand werkt die leidde tot de financiële crisis van 2008.