Column

Manifestaties van onbeschoftheid

Ooit hebben wij besloten dat televisiedebatten een manier zijn om politici te beoordelen. Dit is natuurlijk vreemd. Van een groenteboer verwacht je ook niet dat hij eindeloos over zijn groente discussieert: hij moet goede groente leveren.

In het kabinet zit één Nederlands kampioen debatteren. Ard van der Steur won de bokaal in 1991, op 22-jarige leeftijd, dit was natuurlijk knap van hem. Maar na anderhalf jaar ministerschap op Veiligheid en Justitie kennen we de waarde ervan: ze hadden bijna evengoed de Nederlands kampioen touwtjetrekken kunnen aanstellen.

De invloed van debattalent op de politieke praktijk wordt kortom zwaar overschat. Daarbij is het idee van debat als ideeënstrijd allang vervlogen. Debat is nu vooral zelfexpressie: een alibi om eigen ideeën te verspreiden.

Het debat zondagnacht tussen Clinton en Trump was er een ontluisterende illustratie van. Zij wilde minuten praten over de opname met obscene teksten van hem. Hij over onbewezen beschuldigingen tegen haar echtgenoot. Ook wilde hij haar, als hij wint, de bak ingooien. Liberia imiteren en dan zeggen: Make America great again.

Je kunt denken: deze nachtmerrie is na de verkiezingsdag, 8 november, vanzelf voorbij. Ik weet het niet.

Evengoed kun je beargumenteren dat dit debat, in zijn naakte onbeschoftheid, illustreert wat van democratie resteert nu politiek en entertainment definitief vervlochten zijn geraakt. Kandidaten die worden geselecteerd op bekendheid in plaats van kwaliteit, en hun apathische publiek alleen bereiken met vergroving van woorden en gedrag.

Rutte zegt graag dat we in een gaaf land wonen, nogal overdreven, maar inderdaad: wat hebben we het hier, met onze politici, goed getroffen.

Toch zag ik Wilders vannacht twitteren: „Trump has rocked this debate and is the absolute winner!” Misschien kunnen de cameraploegen hem vandaag even vragen of hij ook vindt dat je vrouwen bij hun kruis kunt grijpen alleen omdat je bekend bent.

Los hiervan mag ik hopen dat de media zich ook hier vragen stellen over de ruimte die ze politici geven. Welbeschouwd is Trump er in één jaar in geslaagd het relatief civiele discours van Amerikaanse verkiezingsdebatten om te buigen tot een manifestatie van onbeschoftheid, ook omdat hij goed voor kijk- en klikcijfers was.

En wie zich realiseert dat die debatten amper inzicht bieden in de kwaliteit van de politici die erin optreden, kan zelfs opwerpen of ze, gezien hun relatief grote invloed op de uitslag, überhaupt moeten voortbestaan tijdens campagnes.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.