‘Lineaire tv nog maar 38 procent van kijktijd’

Nrc.checkt We besteden nog maar 38 procent van onze dagelijkse kijktijd aan traditionele tv, blijkt uit een onderzoek. Staat ouderwets tv-kijken er echt zo slecht voor?

©

De aanleiding

Nederlanders besteden nog maar 38 procent van hun dagelijkse kijktijd aan ouderwets lineair tv-kijken, meldde onderzoeksbureau Telecompaper eind vorige maand. De rest van de dagelijkse portie kijktijd gaat op aan online video-diensten als NPO Gemist, RTL XL, Netflix en YouTube. Het bericht werd vooral door vakbladen als Villamedia en Emerce overgenomen.

Dat de traditionele tv langzaam uit de mode raakt – in Nederland en wereldwijd – is een veelbesproken onderwerp in de media. Vooral jongeren kijken veel meer on demand en daardoor staan inkomsten uit tv-advertenties onder druk.

Maar staat het ouderwetse kijken er echt zo slecht voor? Er is een groot verschil tussen de resultaten van Telecompaper en de cijfers van andere instanties. Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) gaat niet 38, maar 78 procent van de kijktijd naar lineaire tv. En terwijl Telecompaper stelt dat de Nederlander in 2015 110 minuten lineaire tv per dag keek, kwam Stichting Kijkonderzoek (SKO) uit op ruim een uur méér.

Waar is het op gebaseerd?

Telecompaper vraagt elke zes maanden tienduizend Nederlanders naar hun telefoon-, internet- en tv-gebruik. Respondenten wordt ook gevraagd in te schatten hoeveel minuten per dag ze verschillende soorten videomateriaal bekijken. Op basis van informatie over leeftijd, geslacht en onderwijsniveau berekenen de onderzoekers een gemiddelde voor alle Nederlanders.

En, klopt het?

Het onderzoek van Telecompaper is niet erg betrouwbaar, zegt Lex Olivier. Hij is ombudsman bij MOA, de branchevereniging voor marktonderzoekers. Het probleem is dat kijkers wordt gevraagd een inschatting te doen van hun gedrag. „Daarom is het absoluut ongeschikt om uitspraken te doen over het daadwerkelijke aantal gekeken uren. Bij dit soort attitude-onderzoeken spelen emoties en zelfoverschatting altijd een grote rol.” Het zou best kunnen dat mensen niet (willen) beseffen hoe lang ze achter de tv doorbrengen. Bovendien valt in de vragenlijst lineaire tv in één categorie, terwijl nieuwe media zijn onverdeeld in veel meer categorieën. Omdat respondenten elke categorie afzonderlijk beantwoorden, is de kans groot dat die bij elkaar opgeteld te hoog uitkomen.

Het was „misschien niet de meest betrouwbare methode om kijktijd te meten”, erkent marktonderzoeker Monique van Camerijk van Telecompaper. „Maar de afname van lineaire tv is niet het hoofddoel van het onderzoek; dat gaat over de hele videobranche in Nederland.” Toch stonden juist de resultaten over het lineaire kijken in de kop en eerste alinea van het persbericht.

Zijn de andere twee grote Nederlandse kijkonderzoeken dan wel betrouwbaar? Ja en nee, zegt Olivier. Ze zijn een stuk beter dan het Telecompaper-rapport, maar op beide valt wel wat aan te merken. Het SCP (144 minuten lineaire tv per dag, 78 procent van de totale kijktijd) heeft 12.100 Nederlanders gevraagd een week lang een dagboek bij te houden waarin ze elke activiteit met een interval van vijf minuten beschrijven. „Veel nauwkeuriger dan een vragenlijst”, oordeelt Olivier. Nadeel is dat kort kijken (een YouTube-filmpje van een minuut) niet wordt meegerekend en het aandeel nieuwe media dus waarschijnlijk te laag uitkomt. Overigens: lineair en non-lineair kijken worden door beide onderzoeken hetzelfde gedefinieerd, dus daar kan het verschil niet in zitten.

Het SKO (178 minuten lineaire tv per dag) heeft volgens Olivier de beste methode: bij 1.250 Nederlandse huishoudens werd een kastje geïnstalleerd om bij te houden waarop de tv stond afgestemd. Nadeel is dat sommige doelgroepen waarschijnlijk ondergewaarderd zijn, zegt Olivier. „Welke 20-25-jarige is bereid zo’n kastje in huis te nemen?” Ook is de kans groot dat de schatting te hoog uitvalt, omdat mensen die toch al veel kijken eerder zo’n kastje nemen.

Tenslotte, een terzijde: uit elk van de onderzoeken blijkt dat we minder tijd achter de ouderwetse tv doorbrengen ten opzichte van eerdere metingen. Uitspraken over het naderende einde van de tv - Netflix-baas Reed Hastings gaf het medium vorig weekend in College Tour nog twintig tot dertig jaar - komen dus niet uit de lucht vallen.

Conclusie

„Nog slechts 38 procent dagelijkse kijktijd is voor traditioneel tv-kijken”, kopte Telecompaper boven een persbericht. Maar de onderzoeksmethode is onbetrouwbaar en resultaten van beter uitgevoerde onderzoeken laten een heel ander beeld zien. We beoordelen de stelling daarom als onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt