Commentaar

Lehman-crisis vraagt geduld

Acht jaar na de financiële crisis van 2008 gaat het beter met de wereldeconomie, maar de groei is broos. Het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) voorziet een wereldwijde groei van 3,1 procent dit jaar en 3,4 procent volgend jaar. Dat is nog steeds minder dan wat de wereld gewend was. Het weerspiegelt niet alleen de afkoeling van de Chinese economie, maar ook de mindere prestaties van de westerse economieën. In de Verenigde Staten schat de centrale bank de ‘kruissnelheid’ van de economie op minder dan 2 procent groei. In de eurozone speelt op dit moment een opleving, maar ook hier is de piek voorlopig minder dan 2 procent.

Zelfs deze beperkte prestaties worden bereikt met behulp van een ongekend ruim monetair beleid, met rentes die nagenoeg nul of zelfs negatief zijn. Inmiddels dringen het IMF, en vorige maand ook de G20, de groep van twintig belangrijkste economieën in de wereld, aan op extra uitgaven door overheden die daar de budgettaire ruimte voor hebben. Ook moeten hervormingen de dynamiek in de economie en de productiviteit vergroten.

Tegelijk zijn de opties beperkt. Veel landen hebben de begrotingsruimte niet. De staatsschulden zijn al hoog.

Verder is het de vraag in hoeverre meer economische hervormingen nog geaccepteerd worden door het publiek, dat in veel landen al veel veranderingen en bezuinigingen heeft moeten incasseren. De sluimerende onvrede lijkt zich te uiten in weerstand tegen verdere economische integratie en nieuwe vrijhandelsinitiatieven. De overheid wordt verzocht te beschermen, niet om bloot te stellen aan nog meer marktkrachten. En daarnaast: zeker niet alle maatschappelijke onvrede waarvan de oorzaak wordt gezocht in de globalisering, hangt samen met economie. Identiteit speelt een belangrijke rol.

Beleidsmakers lijken soms te vergeten dat groei en herstel voor het grootste deel een zaak zijn van particuliere ondernemingszin. En die is vooral gebaat bij rust en bij voorspelbaarheid van beleid. Daadkracht, uit bezorgdheid over de opstand van de burger, lijkt op dit moment de leidraad voor het economisch beleid. Maar haast kan een slechte raadgever zijn. Ook de economie kan wel wat rust gebruiken om te herstellen. Na een financiële crisis neemt het helingsproces tijd in beslag. Dat geldt met name voor de financiële sector: recent bleek nog bij Deutsche Bank hoe groot de fragiliteit is. In veel landen zijn de begrotingen nog lang niet genoeg op orde om bij een volgende recessie de klap op te vangen. Het ongeduld mag begrijpelijk zijn. Maar soms is het ook goed om de ‘animal spirits’ hun werk te laten doen.