‘Golden girl’ Inge Dekker stopt met zwemmen

De 31-jarige zwemster zegt na vijftien jaar topsport aan “iets anders” toe te zijn.

Inge Dekker tijdens de halve finale van de 50 meter vrij op de Olympische Spelen. Foto ANP/ROBIN UTRECHT

Inge Dekker slaagde erin een glimlach tevoorschijn te toveren toen ze twee maanden geleden in Rio de Janeiro haar laatste olympische race had gezwommen. Ondanks die ondankbare vierde plaats waartoe ze met de meiden van de estafetteploeg was veroordeeld, die klamme avond in het olympische bad van Rio, toonde ze zich vooral dankbaar dat ze er weer bij had mogen zijn.

Maandag maakte Dekker (31) bekend dat ze het na vijftien jaar topsport voor gezien houdt. Met olympisch goud, zilver en brons in haar prijzenkast verwierf de voormalige ‘golden girl’ van Beijing (2008) zich een plek tussen de meest succesvolle zwemsters uit de Nederlandse geschiedenis.

Het scheelde in Rio maar een fractie van een seconde of ze had bij vier achtereenvolgende Spelen - sinds Athene (2004) - een medaille gehaald. Een unicum. Maar het was de blonde Drentse niet gegund.

De gouden estafetterace van Beijing (2008):

Kanker

Dat ze toch tevreden terugkeek op ‘Rio’ had alles te maken met de mokerslag die ze begin dit jaar te verwerken kreeg. In februari werd bij haar baarmoederhalskanker geconstateerd. Ze was ervan overtuigd dat haar zwemcarrière ten einde was gekomen, een half jaar voor haar geplande olympische afscheid. Dat ze na een operatie snel opkrabbelde en binnen drie weken weer in het water lag, kon ze toen niet voorzien. Haar lichaam bleek sterk genoeg om alsnog uit te komen op haar vierde Spelen.

„Vierde worden is shit”, zei ze daarom na de estafettefinale van Rio, „maar ik ben heel blij dat ik het gehaald heb, dat ik kon zwemmen in de finale van de Spelen. Dat had ik een half jaar geleden echt niet gedacht.”

Wereldrecords

Dekker, van oorsprong specialist op de vlinderslag, was jarenlang een zekerheidje op de 4×100 meter vrije slag, met als hoogtepunt het goud van Beijing. Ze grossierde in titels en records, ook op de vlinderslag. Tien wereldrecords zwom ze, ze haalde negentien keer Europees goud op de lange- en kortebaan, en won 29 nationale titels.

Maar gemakkelijk had ze het nooit in haar loopbaan. In 2008 deed ze in NRC uit de doeken hoe bang ze was voor het zwemmen van finales. Doodsangsten stond ze uit – haar passie veranderde in één lange, donkere tunnel. Zelfs toen ze gouden medailles won. In 2009, bij wedstrijden in Parijs, overwoog ze zelfs te stoppen. „Ik vond het frustrerend dat ik door mijn zenuwen niet kon doen wat ik wilde doen. Elke keer. Ik vond het helemaal niet leuk om wedstrijden te zwemmen”, zei ze. Toch overwon ze haar angst, haalde dat jaar goud op de WK in Rome, en in 2012 nog eens olympisch zilver in Londen.

Nu is het mooi geweest, zeker na wat er dit jaar allemaal gebeurde. „Nu kan ik zeggen dat het halen van Rio één van mijn grootste prestaties uit mijn loopbaan is geweest. Ook al was een vierde plaats heel zuur, toch ben ik er trots op dat ik heb kunnen strijden om de medailles. Deelname aan deze Spelen was zo bijzonder en de keuze om te stoppen was hierdoor zeker niet makkelijk. Het plezier in het zwemmen ben ik nooit verloren, maar het is nu tijd voor nieuwe uitdagingen.”