Column

In het theater (en ook in het echte leven) is verrassing zuurstof

©

In Trouw luidde acteur/regisseur Martijn de Rijk de noodklok: naast de talloze problemen die de theatersector al teisteren staat nu ook de positie van acteurs in Nederland onder druk. Grote gezelschappen houden liever hun productieniveau op peil, dan dat ze investeren in een vast ensemble. Als voorbeeld noemde De Rijk Theater Rotterdam, dat onder leiding van artistiek directeur Ellen Walraven een ‘platform van makers’ wil zijn. Ondanks eerdere toezeggingen worden de twee laatste acteurs van het Ro Theater, Sylvia Poorta en Jack Wouterse, ontslagen. De Rijk verweet Walraven opportunisme (geen acteurs in vaste dienst scheelt geld), zij verweerde zich door te wijzen op de wens van bepaalde hedendaagse makers om een ander soort theater te maken, zonder de inzet van (tekst-)acteurs.

Beiden hebben een punt. Natuurlijk moeten theatermakers als Wunderbaum of Marjolijn van Heemstra in de wijk met amateurs kunnen werken, als zij dat willen. Of duo Boogaerdt/ Vanderschoot met mimespelers. Tegelijkertijd wijst De Rijk terecht op goed werkgeverschap. Dat toegespitst op Theater Rotterdam: zou het binnen de nieuwe artistieke koers echt onmogelijk zijn om te werken met Poorta, een fenomenaal actrice, of Wouterse, een persoonlijkheid van formaat? Waarom zou Poorta niet in producties van Boogaerd/Vanderschoot kunnen staan? Op Facebook ging de discussie meteen over de vaardigheden van de klassiek geschoolde tekstacteur versus de wensen van een nieuw soort theatermaker – die zouden onmogelijk samengaan. Maar denk aan Ariane Schluter in Het Verjaardagsfeest of Marieke Heebink in De Pelikaan, beide in regie van Susanne Kennedy. Daar kwamen twee koninginnen van het psychologisch naturel in de kundige handen van Kennedy tot een verbluffende nieuwe, abstract-artificiële vorm. Kan dus best. En de verrassing van de transformatie maakte het extra spannend.

Het roer gaat om in Rotterdam, en dat is prima, en een welkome aanvulling op het bestaande bestel. Maar waarom daar Poorta en Wouterse niet in betrekken? Misschien had een serieuze poging tot samenwerking beide kanten, zowel makers als spelers, wel onverwacht geïnspireerd. Wie vernieuwt, drukt natuurlijk graag een eigen stempel. Maar als die vernieuwing uitsluitend plaatsvindt op basis van eigen dogma’s, omringd door vertrouwelingen, is ze in feite conservatief. In de kunst, en trouwens ook het leven, is verrassing zuurstof.

Herien Wensink is redacteur theater