Het verdeelde Turkije even verdeeld in Tweede Kamer

Hoorzitting Representanten van vele Turks-Nederlandse organisaties spraken met de Kamer over de invloed vanuit Turkije.

Nederlandse Turken betogen bij de Erasmusbrug in Rotterdam tegen de mislukte staatsgreep in Turkije. Foto David van Dam

Vertegenwoordigers van Koerden waren er, van alevieten, van Armenen, de Turkse Arbeiders, verschillende islamitische groeperingen, culturele instellingen, een overkoepelende Turkse Federatie en tenslotte ook nog het Turks-Nederlands tegengeluid. Weinigen waren er niet, maandag bij de hoorzitting in de Tweede Kamer van de commissie sociale zaken met Turks-Nederlandse organisaties.

De Turks-Nederlandse onderzoeker Zeki Arslan had het vorige week al gezegd in zijn gesprek met dezelfde Kamercommissie: wie in de Turkse gemeenschap geen voorzitter kan worden van een stichting richt er zelf een op. Het bewijs voor die stelling werd maandag geleverd: de Tweede Kamer ontving Turkije in het klein. Met al zijn verschijningsvormen, al zijn verschillen, en zijn soms heetgebakerdheid.

Hoe staat het nu met die invloed vanuit Turkije op de Turkse gemeenschap in Nederland? Dat was de centrale vraag van de commissie. Anders gezegd, wat is er nu waar van al die verhalen over de ‘lange arm van Ankara’? Al ruim een jaar geleden vroeg een meerderheid van de Tweede Kamer minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PvdA) een onderzoek te doen. Volgens de Kamer was er sprake van „parallelle samenlevingen” in Nederland. Het onderzoek loopt nog.

Direct na de mislukte coup in Turkije van 15 juli van dit jaar leek de parallelle samenleving zich in volle omvang te openbaren. Het Turkse binnenlandse conflict speelde net zo heftig in de Turkse gemeenschap in Nederland. Tegenstanders van Fethullah Gùlen die volgens president Erdogan achter de verijdelde staatsgreep zat, bedreigden in Nederland vermeende aanhangers van de in ballingschap levende geestelijke. Honderden kinderen werden van zogeheten Gülenscholen gehaald.

Rechtstreekse aansturing vanuit Turkije? Niemand die het wilde bevestigen. Wel uitten zich enkele gedupeerden die overtuigd waren van het bestaan van de lange arm. Maar harde bewijzen? De commissie kreeg ze niet boven tafel. Er zijn banden, maar dat is een gevolg van verbondenheid, was het veel gehoorde antwoord. En ja, de verbondenheid met Turkije, met Erdogan zelf, lijkt toe te nemen. Maar, aldus de wedervraag, kwam dat wellicht omdat veel Turken zich in Nederland buitengesloten voelen? Zoals advocaat Ejder Köse van de Adviesraad Turkse Diaspora zei: „Turkije heeft de spanning niet geëxporteerd, maar Nederland heeft de spanning geïmporteerd.”