Gemep

Dus ik zondagavond met mijn zus naar Nieuwsuur kijken: cavia’s op schoot, halve liter sojamelk erbij, niemand kon ons wat maken. Er was een item over voetbalhooligans die met elkaar in het geheim op de vuist gaan. De deelnemers spreken af in de wilde natuur en elke ploeg/divisie/brigrade trekt een T-shirt in dezelfde kleur aan, want je wilt dat je vrienden hun voortanden behouden. Iemand zegt ‘klaar af’ en dan volgt er een wederzijds gemep van ongeveer een minuut. Erg spannend zag het filmpje er niet uit, ik heb indrukwekkender knokpartijen meegemaakt in zwembad ’t Wooldrik te Borne, maar goed, dat was dan wel Twente. Getuige de reportage liepen sommige hooligans blauwe ogen, kaakbreuken en hersenschuddingen op, dus het groepsuitje was zeker niet zonder gevaren. Toch waren de deelnemers enthousiast.

„Je bent vijf minuten razend pissig op de persoon tegenover je, maar je hebt hem nodig!” zei een gebivakmutste supporter.

„Wauw”, zei ik tegen mijn zus, „ze gebruiken elkaar als agressie-afwatering, zo poëtisch!” Maar mijn zus, die psychologe is en geen dichter, siste dat ik stil moest zijn. Er werd een hoogleraar klinische psychologie aan het woord gelaten die vond dat dit soort vechtdates prima konden. Hij beschouwde het als een uitlaatklep voor de ‘primaire, eerste natuur’ van de Man. „In psychologisch opzicht raken ze iets kwijt en leren ze hun grenzen kennen,” zei hij. Het klonk alsof hij deze illegale vechtpartijen beschouwde als een door geweld geassisteerde gymles, in plaats van een ordinaire matpartij waarbij doden en gewonden konden vallen.

Ik krijg altijd oprispingen wanneer het gaat over de ‘primaire eerste natuur’ van de Man. Dat riekt naar het mystificeren van de mannelijke aard en het vergoelijken van agressie. Mijn zus was zich inmiddels zo aan het opvreten dat haar wangen op inductieplaten (stand 9) begonnen te lijken.

„Wat een volidioot!”, zei ze, „er zijn genoeg onderzoeken die erop wijzen dat je alleen al door een hersenschudding depressies en angststoornissen kunt ontwikkelen. Je raakt door dat soort ongeorganiseerde gevechten helemaal niets kwijt – behalve je geestelijke stabiliteit! Ga het vooral aanmoedigen, dan krijg je tientallen kerels, echtgenoten en vaders die totaal depri thuis op bank zitten, da’s lekker voor de samenleving!”

Het was in ieder geval niet goed voor mijn zus. Die wond zich zo op dat ik de televisie uitdeed om op zoek te gaan naar iets kalmerends.

„Ik ga die hoogleraar op Tinder opzoeken en dan afspreken in het bos en hem in elkaar slaan!” riep ze.

Ik verstopte voor de rest van de avond haar telefoon en schonk kopjes kamillethee voor haar in. Die hoogleraar kon maar beter geen kennismaken met de primaire eerste natuur van mijn zus.

Ellen Deckwitz heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.