Cultuur

Interview

Interview

Nederlandse Turken betogen bij de Erasmusbrug in Rotterdam tegen de mislukte staatsgreep in juli.

Foto David van Dam

Een Turkse lange arm? ‘Het probleem is de Europese paniek’

Interview In Nederland wordt het Turkse departement YTB als de ‘lange arm’ van Ankara gezien. „Ons voornaamste doel is dat mensen actieve burgers in hun land zijn”, zegt de directeur Kudret Bülbül.

De ‘lange arm’ van Ankara steekt omhoog en hij glimt: het departement voor Turken in het buitenland en verwante gemeenschappen (YTB) heeft een eigen kantoorflat in de hoofdstad. Op de dertiende zit directeur en politicoloog Kudret Bülbül (46). De YTB geeft studiebeurzen en subsidies aan Turkse burgers in het buitenland. Dat moet bevorderen dat ze goed Turks spreken, opkomen voor hun rechten en een band met Turkije hebben. Turkse Nederlanders kunnen via de YTB ook stages regelen in Turkije en projectsubsidies aanvragen.

In Nederland wordt de YTB gezien als een van de organen die de Turkse regering gebruikt om greep te krijgen op Turkse Nederlanders. De vrijwillige adviesraad bestaat uit uitgesproken bewonderaars van president Erdogan. Die mengden zich fanatiek in het conflict met de Gülenbeweging na de mislukte staatsgreep van 15 juli. De Nederlandse regering bekijkt mogelijkheden de invloed van Ankara op Turkse Nederlanders te verminderen.

Volgens Bülbül bevordert zijn organisatie juist hun integratie.

„Wij vragen Turken de taal te leren van het land waar ze wonen. Onze president roept ze op om inwoners te worden van die landen. We wensen dat ze actieve burgers worden, die gelijkwaardig deelnemen. Als ze geen Turks spreken en de taal van hun gastland, als ze niet genoeg integreren, hoe kunnen ze dan succesvol worden?”

Waarom zouden ze Turks moeten kunnen spreken als ze in Nederland leven en zijn geboren?

„Het gaat om mensen die geïnteresseerd zijn in Turkije en die het Turks niet willen vergeten. Het is hun eigen wens de banden met Turkije te versterken en die is heel begrijpelijk. Niemand dwingt ze. Het biedt beide landen kansen als je mensen hebt met kennis van beide talen.”

De zorg is dat ze Turks beter beheersen dan Nederlands. En zich loyaler voelen aan de Turkse regering en maatschappij, dan de Nederlandse.

„Turken in Europa spreken nu minder goed Turks dan twintig jaar geleden. Maar de angst in Europa is veel groter. Het probleem is dus niet Turken die Turks spreken, maar de paniek in Europa.”

Bülbül vergelijkt het huidige klimaat in Europa met Turkije in de jaren tachtig en negentig. De EU werd toen sterk gewantrouwd en religieuze en etnische minderheden gediscrimineerd. Vanaf 2004 begon de EU „te lijden onder de manier van denken die wij juist achter ons lieten”. Hij geeft als voorbeeld dat moskeeën worden aangevallen. Uit een peiling door YTB onder Turken in Nederland, Oostenrijk, Frankrijk, België en Duitsland bleek twee jaar geleden dat 71 procent discriminatie ervaart.

Uw departement is een reactie op racisme en islamofobie?

„We steunen activiteiten die dat tegengaan. Wat ik probeer te zeggen is dat er in Nederland een retoriek is van ‘van de islam afkomen’. Wilders heeft het over Nederland reinigen van islam. Dat laat zien welke kant Europa op gaat en in wat voor crisis het verkeert. Wat is het verschil met de nazi-retoriek van ‘het elimineren van alle Joden’? We moeten daar samen ‘nee’ tegen zeggen of het leidt tot een duistere toekomst voor Europa.”

Met welke organisaties werkt u in Nederland en welke programma’s financiert u?

„Met uitzondering van steun aan academici en ons programma ‘jeugdbrug’ waarmee jongeren een of twee weken naar Turkije komen, krijgen we weinig aanvragen uit Nederland. Dat komt doordat ze bang zijn om voor hun rechten op te komen. Als ze bijvoorbeeld problemen hebben op straat, als ze gekleineerd worden of onderdrukt, vrezen ze repressie of te grote blootstelling in de media.”

Als ze de hulp van Ankara niet zoeken is dat wellicht omdat ze weten dat de Nederlandse overheid wil dat ze zich gedragen als Nederlandse en niet als Turkse burgers.

„Kan een persoon geen Nederlandse burger zijn die de Nederlandse samenleving respecteert en daaraan bijdraagt en tegelijk de Turkse identiteit hebben? Ik vind het niet van deze tijd het als een dreiging te zien als individuen loyaliteit jegens meerdere landen voelen.”

Zijn mensen die in Nederland zijn geboren, tweede, derde generatie, volgens u nog steeds Turks?

„Het maakt niet uit of mensen Assyriër zijn, Turk of iets anders. Als ze een goede band hebben met Turkije maakt ons dat gelukkig.”

De indruk in Nederland is dat u Turken in Nederland aanmoedigt de Turkse taal en cultuur meer te omarmen en dat hun primaire identiteit te maken. Doet u dat?

„Nee. Ons voornaamste doel is dat mensen actieve burgers in hun land zijn. Niet actieve burgers van Turkije. We ondersteunen dat ze op gelijke voet deelnemen aan de economie, wetenschap, techniek. Als ze dat doen, wie heeft daar dan het meeste profijt van? Nederland.”

Is dat niet eigenlijk een taak van de Nederlandse regering?

„We nemen die een last van de schouders.”

Turkse politiek zorgt voor verdeeldheid in Nederland. Heeft uw organisatie een politieke agenda?

„In Turkije zijn nu erg democratische debatten gaande en vanzelfsprekend hebben die elders hun weerslag. Dat hoort bij een open samenleving. Natuurlijk moet het binnen de Nederlandse wet blijven.”

Kent u de term ‘de lange arm van Ankara’?

„Ik weet het, ik weet het.”

U wordt gezien als deel van de lange arm van Ankara.

„Zeker niet, zeker niet.”

De indruk in Nederland is dat u alleen projecten en organisaties financiert die dezelfde politieke agenda hebben als uw regering en u die daarmee verspreidt.

„Dit is gemakkelijk op te helderen. Al onze projecten staan online. Door de angst van mensen in Nederland zijn er haast geen aanvragen. Er is dus ook geen politieke agenda.”

Hoe verklaart u dat Turken in Nederland onderling botsen?

„Weet je, de FETÖ-kwestie [in Turkije wordt gerefereerd aan de ‘Fethullah Gülen-Terreurorganisatie’ die achter de couppoging zou zitten; red.] was voor ons ook heel moeilijk te begrijpen. Ik begrijp dat dit voor jullie ook zo is. We hebben te maken met een organisatie die uiterst geheimzinnig is. Ontzettend goed in zichzelf verschuilen en zich anders voor doen.”

Waarom zou de Nederlandse regering, zoals uw regering wil, optreden tegen scholen van de Gülenbeweging als die de Nederlandse wet niet overtreden?

„Draai die vraag eens om. Stel een terreurorganisatie verschuilt zich jaren in Nederland, opent scholen, infiltreert justitie en de geheime dienst. Op een dag omcirkelen ze met hun beveiligers de koning en de premier. Ze proberen een coup te plegen. Bombarderen het parlement en mensen op straat. Stel, die terreurorganisatie mag in Turkije bestaan. Nederland benadert ons en wij zeggen: ‘dat is een Nederlandse binnenlandse aangelegenheid’. Is dat het niveau dat de mensheid heeft bereikt?”

Niemand betwist dat uw regering het recht heeft tegen de daders op te treden. Dit draait om het exporteren van problemen. Bijvoorbeeld om het vragen van informatie van Turken in Nederland over andere Turken. Dat voelt als bemoeienis met Nederlandse burgers.

„Dit soort vragen zegt echt iets over de angsten in Nederland, voor maar 400.000 Turken. Wij hebben de laatste jaren 3 miljoen Syriërs verwelkomd. Zie je niet dat Europa een verkeerde kant op gaat?”

Hebt u een lijst met de namen van alle Turkse Nederlanders?

„Als ze stemden in de Turkse verkiezingen heeft de Hoogste Kiesraad hun namen. En als ze bij ons aanvragen hebben gedaan, hebben wij die. Zo’n vraag impliceert dat Turken in Nederland geen onafhankelijk denkende vrije mensen zijn, maar slaven van Turkije. Dat staat los van de realiteit.”

Er zijn in Nederland grote zorgen over de Turkse democratie. Over persvrijheid. Over de noodtoestand. Beangstigende ontwikkelingen die mensen niet naar Nederland geëxporteerd willen zien.

„Dus zeventien miljoen mensen laten alles uit hun handen vallen en focussen op wat Turken doen? Laat ze zich concentreren op wat er echt mis is. Dit is als het Europa van voor de Tweede Wereldoorlog. Een buitengesloten bevolking is vatbaar voor extremistisch gedachtengoed. Zou dat niet veel ernstigere problemen voor Nederland creëren?”