China loopt voorop bij energiebesparing

Energiebesparing is succesvol – als de overheid regels oplegt. Dat blijkt uit een rapport van het Internationaal Energie Agentschap.

Foto Reuters

Het zijn opkomende landen als China die de snelste vorderingen maken bij het besparen van energie. En die besparingen zijn succesvol door ingrepen van de overheid. Dit blijkt uit onderzoek van het Internationale Energie Agentschap (IEA) dat maandag werd gepubliceerd.

Met het rapport geeft het IEA voeding aan een internationale discussie over energiebesparing en de rol van de overheid daarin. In Nederland liet minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) juist vorige week weten dat hij de energie-intensieve industrie verplichtingen gaat opleggen.

iea

China, India en andere opkomende landen boeken het meeste vooruitgang op het gebied van energie-intensiviteit: de hoeveelheid energie die gebruikt wordt voor een eenheid van het bruto nationaal product (bnp). Het IEA berekende dat China op dit gebied in 2015 een verbetering heeft laten zien van 5,6 procent. Om de gedachten verder te bepalen: terwijl de economie met 6,9 procent groeide, steeg de energievraag slechts 0,9 procent.

Daarmee draagt China voor een belangrijk deel bij aan de vorderingen die wereldwijd worden gemaakt. Dat was 1,8 procent in 2015. Zonder China zou dat 1,4 procent zijn geweest.

De markt bespaart niet

De schoonste energiebron is de energie die je niet gebruikt. Energiebesparing is één van de belangrijkste instrumenten om de klimaatdoelen te bereiken en de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden. En op het oog één van de meest rechtvaardige: ieder land kan over evenveel van deze first fuel – zoals de besparing ook wel wordt genoemd – beschikken, als het wil. Een kwestie van beleid.

In werkelijkheid ligt dat anders omdat het energieverbruik in minder ontwikkelde landen veel sneller groeit dan in bijvoorbeeld Europa en de Verenigde Staten. In China en India moet iedereen immers nog een auto, een ijskast en een airco.

Beleid is cruciaal om energiebesparing te bereiken. De vrije markt doet dat niet vanzelf. Het Chinese succes is, volgens het IEA, een gevolg van het invoeren van standaardeisen voor de industrie.

Het nieuwe IEA-rapport. De tekst gaat onder het document verder:

Wereldwijd winnen dit soort verplichtingen steeds meer terrein. In 2015 leidde dat tot een vermindering van het brandstofverbruik voor personenauto’s met 2,3 miljoen vaten per dag. Dat is zo’n 2,5 procent van het olieverbruik in de wereld.

Inmiddels is 30 procent van het totale energieverbruik gebonden aan besparingsverplichtingen. Een forse groei sinds 2000, toen dat nog maar 11 procent was. Maar ondanks deze groei, blijft dus nog 70 procent van het energieverbruik buiten schot. Beleid moet het verschil maken, schrijft het IEA. „Maatregelen om de energiebesparing te vergroten en de energievoorziening koolstofvrij te maken, zijn de belangrijkste instrumenten om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen tussen nu en 2040”, aldus het in Parijs gevestigde agentschap.

Grootverbruikers

Het IEA-rapport komt voor Nederland op een interessant moment. De grootverbruikers van energie – staal- en metaalindustrie, petrochemie, papierindustrie – hadden van minister Kamp tot 1 oktober de tijd gekregen om afspraken te maken over een vrijwillig energiebesparing. Die is nodig om de doelen te halen van het Energieakkoord: 14 procent duurzame energie in 2020 en 16 procent in 2023.

Maar vrijwillig kwamen ze daar niet uit. De minister zal in de loop van oktober bekendmaken aan welke verplichtingen ze zullen moeten voldoen. De energie-intensieve industrie maakt zich grote zorgen, zo liet de koepel Vereniging voor Energie, Milieu en Water weten.