Opinie

100.000 ton vis overboord gooien is voedselverspilling

Opinie Veel van de bijvangst van Noordzeevissers bestaat uit jonge vis. Die moet kunnen doorgroeien, schrijft Floris van Hest.

Foto ANP /Freek van den Bergh

Het is een van de grootste twistpunten tussen de visserijsector en natuurorganisaties: de ‘aanlandplicht’. Deze Europese maatregel, die tot 2019 stapsgewijs wordt ingevoerd, bepaalt dat vissers ongewenste bijvangsten niet langer overboord mogen gooien.

De bijvangst moet aan land worden gebracht (‘aangeland’), samen met de vis die wél gewenst is. De maatregel geldt uitsluitend voor vissoorten waarop een vangstbeperking van kracht is – zoals tong, schol, schar en kabeljauw. Alle overige bijvangst, zoals krabben, zeesterren en vissoorten zonder vangstbeperking blijft gewoon overboord gaan.

De aanlandplicht is vooral nodig om de enorme voedselverspilling tegen te gaan die het gevolg is van de bijvangsten. Met name de bodemvisserij vangt in haar netten grote hoeveelheden vis waar ze niet op uit is. In bijvoorbeeld de fijnmazige sleepnetvisserij op tong gaat het om bijna driekwart van de totale vangst.

De bijvangst wordt teruggegooid in zee, iets wat veruit het grootste deel niet overleeft. Van de schol, die veel wordt bijgevangen in de Nederlandse tongvisserij, overleeft tussen de 72 en 96 procent het teruggooien niet, afhankelijk van de omstandigheden. Nederlandse bodemvissers zetten door de ongewenste bijvangsten jaarlijks tussen de 40.000 en 100.000 ton vis overboord op de Noordzee.

Wij zetten ons in voor duurzaam gebruik van de Noordzee. Deze voedselverkwisting, waar nagenoeg niets aan wordt gedaan, is met de beste wil van de wereld niet duurzaam te noemen. In 2050 moeten op de wereld ruim negen miljard mensen worden gevoed. Een dergelijke verspilling van eiwitten kunnen we ons simpelweg niet veroorloven.

Dat de visserijsector zich tegen de aanlandplicht keert, is begrijpelijk. De maatregel kost vissers op korte termijn namelijk geld. Ze moeten aan boord ruimte en mankracht reserveren voor moeilijk verkoopbare vis, en bovendien wordt de aangelande bijvangst afgetrokken van hun visquotum. Deze kostenpost kunnen de vissers echter verkleinen door hun vismethoden aan te passen en selectiever te gaan vissen, met minder bijvangst. De rekening van de aanlandplicht stimuleert vissers tot innovatie en gedragsverandering.

De visserijsector heeft zijn ondernemerschap en innovatiekracht door de eeuwen heen vaker laten zien. In de platvissector worden tegenwoordig goede winsten gemaakt – deels dankzij inspanningen van de milieubeweging, waardoor de visstanden in de Noordzee weer op peil zijn. Bovendien komt Europa vissers tegemoet met innovatiesubsidies.

Ook wij erkennen dat vissen zonder enige bijvangst onmogelijk is. Platvissen zwemmen niet in scholen, zoals haringen en makrelen, maar leven tussen andere soorten. Wij ijveren dan ook allerminst voor nul procent bijvangst, maar wel voor een zeer sterke reductie door selectiever vissen.

Er kan bijvoorbeeld worden gevist met ontsnappingspanelen in de netten en in sommige gevallen met grotere mazen. Er kan minder worden gevist in gebieden waar (tijdelijk) veel jonge vis voorkomt. Naast de technische innovaties kan er ook worden gewerkt aan marktinnovaties: betere afzetmogelijkheden en marktkansen van sommige bijvangstsoorten waar nu nog weinig vraag naar is. Denk bijvoorbeeld aan schar, een heerlijk visje dat – mits duurzaam bevist – een plek op het menu verdient. De aanlandplicht is er om nu eindelijk eens iets te doen aan de hoge bijvangsten op de Noordzee. Veel van de bijvangst bestaat uit jonge vis. Wanneer die de mogelijkheid krijgt door te groeien, is dat in het voordeel van ons allemaal – zeker ook van de visserijsector. Duurzaam gevangen vis is een geweldig product. Laten we er zuinig mee omgaan.

Floris van Hest is directeur van Stichting De Noordzee