‘Zwart schaap’ Almere maakt naam, vooral met zijn ‘Allyminati’

Hockey

Almere won voor het eerst in de hoofdklasse. Het staat een strijd onderin te wachten, maar heeft in ieder geval de steun van de fanatieke Allyminati.

Een deel van ©

Achter de kleine stenen statribune aan de overkant van het clubhuis staan zes volle pitchers bier. Er zijn er al drie leeg, de wedstrijd is net een kwartiertje bezig. Een paar seconden na de 1-0 zingt een twintigtal jongens dat ze Europa ingaan.

Even later: „En wie niet springt, staat onderaan.” Beetje zelfspot. Als Almere, als debutant in de hoofdklasse veroordeeld tot een seizoen waar elke volgende wedstrijd de belangrijkste is, ergens om gaat opvallen dan zijn het wel de Allyminati, de supporters van Almere.

Dat krijg je al snel als je tijdens de wedstrijd een zwart spandoek met een wit doodshoofd omhoog houdt. ‘Ally’ staat erop, de botten zijn vervangen door hockeysticks. Al zul je meer om de Allyminati lachen als je ze bezig ziet, dan ze vrezen. Want het wordt nergens gemeen. Ze brengen vooral wat extra’s in een sport die een wat tam imago heeft. „Hockey is een leuke sport, maar er kan wel wat meer sfeer komen”, zegt een van hen. Liever niet zijn naam in de krant, zegt hij.

Eigen jeugd

Ze zijn al wel een beetje op hun hoede, dat blijkt. Voor het geval dat er wél een keer een spandoek is dat verkeerd valt, of er iets wordt geschreeuwd waar wat over te doen is. Hij is 31 en heeft zelf nog in het eerste gespeeld, een elftal dat voor het grootste deel bestaat uit eigen jeugd. Geen gehuurde buitenlandse internationals in Almere.

Nou ja, er speelt één Ier. „Leuk verhaal wel, iemand die hem kende, zag op Facebook dat hij naar Nederland kwam. Alleen om te studeren. Maar toen hebben ze gevraagd of hij eens mee wilde spelen. Zodoende.” Zoals het elftal bestaat uit mensen die min of meer allemaal met elkaar zijn opgegroeid, zo geldt dat ook een beetje voor de Allyminati. Ze speelden of spelen in de meeste gevallen zelf bij de club, of kennen de spelers goed. Tien jaar geleden was er al een hecht groepje dat bij thuiswedstrijden stond te joelen, maar de Allyminati, inclusief naam, kregen pas vorm vlak voor de play-offs in de overgangsklasse vorig seizoen, toen via SCHC voor het eerst een plek in de hoofdklasse werd gerealiseerd. Een paar jaar eerder speelde Almere nog in de eerste klasse. „We waren een beetje het zwarte schaap van het hockey. Niet zo’n rijke traditie als veel clubs. Maar we maken nu naam.”

Groter worden dan de Bloemigans

De Allyminati spelen een beetje met het „grimmige imago” dat de stad Almere soms heeft, zegt Chipp Hulsken (22), deze zondag naar voren geschoven als ‘woordvoerder’ van de groep. Ze willen ook gezien worden als die groep fans waar je het als tegenstander elke week een beetje extra druk door krijgt. En een persoonlijk doel voor de Allyminati: groter worden dan de Bloemigans.

De Bloemigans zijn al jaren de harde kern van Bloemendaal. „Zij zijn het begonnen, maar wij willen eroverheen”, zegt Hulsken. Het is toch een wedstrijd waar hij erg naar uitkijkt. Op het Instagram-account van Allyminati staat een foto van een kaart van Bloemendaal, waar een sticker van Almere op is geplakt, en dan een pijl. Alvast een eerste plaagstootje.

A photo posted by Allyminati (@allyminati_) on

Sportief gezien is Bloemendaal, koploper, zeker niet de ploeg waarmee Almere zich moet meten. Eerder met een club als Pinoké, zoals zondag. Een strijd onderin. Almere wint met 3-2, door een goal laat in de wedstrijd. De eerste overwinning ooit in de hoofdklasse.

Coach Alex Verga, de vader van international Valentin Verga, duwt zijn spelers vlak na het eindsignaal richting dat twintigtal schreeuwende jongens aan de overkant van het veld. Die hebben inmiddels fakkels ontstoken. Een bedankje. Vervolgens nog één liedje. Die worden vaak ter plekke bedacht, volgens Hulsken. „Ik heb een moment later al geen idee meer hoe we het zongen.”