Universiteiten voldoen aan prestatieafspraken met de overheid

Onderwijs

Universiteiten voldoen aan de beloftes over rendement en profilering die zij vier jaar geleden deden. Maar nog een keer dat soort afspraken: nee.

De VU - Vrije Universiteit in Amsterdam. Foto Koen van Weel/ANP

De veertien Nederlandse universiteiten hebben de prestatieafspraken die ze vier jaar geleden met het ministerie maakten over onder meer uitval van studenten, volgens eigen berekening gehaald. Dit maakt de Vereniging van Universiteiten, VSNU, deze maandag bekend.

Met prestatieafspraken hebben universiteiten en hogescholen in 2012 voor het eerst aan de overheid beloofd om met zelf gestelde normen vooruitgang te boeken op het gebied van bijvoorbeeld studierendement. Instellingen die hun toezeggingen niet haalden, kunnen voor maximaal 7 procent op hun budget worden gekort. Een reviewcommissie brengt daarover dit jaar nog advies uit.

Vorige week werd bekend dat hogescholen de prestatieafspraken niet gaan halen omdat ze naar eigen berekening door verhoging van het opleidingsniveau een hogere studie-uitval hebben dan afgesproken met het ministerie.

Niet alle universiteiten haalden al hun afspraken. Zo is bijvoorbeeld de uitval van studenten bij de Vrije Universiteit van Amsterdam met relatief veel studenten van niet-westerse achtergrond hoger dan in het begin maar bij andere afspraken presteert de VU boven de zelf gestelde norm.

Ondanks hun succes zouden de universiteiten niet nogmaals dergelijke prestatieafspraken willen maken. Politieke partijen verschillen daarover van mening. „Het zijn bijna topdown afspraken van universitaire bestuurders met de overheid. Het wordt van bovenaf in de trechter gegooid en dat moeten de faculteiten en opleidingen dan halen”, zegt Karl Dittrich, voorzitter van de VSNU. „Wij vinden draagvlak veel belangrijker dus wij willen het graag omkeren. Wij willen liever een aanbod doen aan de overheid dan dat de overheid iets afdwingt. Docenten en studenten moeten via de inspraakorganen met de bestuurders kunnen zeggen waar ze voor moeten gaan.”

Doordat studenten geen studiefinanciering meer krijgen van de staat, komt er 238 miljoen euro extra vrij voor de universiteiten (420 miljoen voor hogescholen) en docenten en studenten moeten volgens Dittrich mee kunnen bepalen waar dat geld aan moet worden besteed. Daarbij moeten universiteiten zich nog beter kunnen profileren met onderzoek, onderwijs of digitalisering.