Recensie

Straatmuziek uit Kinshasa te veel in herhaling

Het is een klein wonder dat deze ongepolijste elektronische muziek uit de straten van Kinshasa een hipsterpubliek naar popzalen weet te trekken.

Trance begint met overgave. Wie daartoe bereid was, had vrijdag 7 oktober een geweldige avond met de rammelende straatsound van Konono no1. De eerste vijf minuten is het doorbijten, want de Congolezen maken behoorlijk rauwe muziek waarbij twee likembe’s, zelfgemaakte duimpiano’s, de enige melodie-instrumenten zijn. En zelfs die klinken percussief. Het aanslaan van de ijzerstaafjes, versterkt via megafoonspeakers, lijkt op de vastlopende jingle van een stationsomroeper. De zang is verre van zuiver en vooral repetitief. Alles draait om herhaling. Met percussie op koebellen, twee grote houten drums en een drumstel kun je na verloop van tijd weinig anders dan meebewegen. Pas twintig minuten later is het eerste nummer ten einde en wordt de trance tijdelijk opgeheven, waarna het volgende nummer op exact dezelfde manier weer doorgaat.

Het is een klein wonder dat deze ongepolijste elektronische muziek uit de straten van Kinshasa, waar Konono al sinds de jaren zestig met zelfgebouwde versterkers speelt, een hipsterpubliek naar popzalen weet te trekken. Hun laatste album is een samenwerking met de Portugees/Angolese dj Batida, geweldig diepe afrohouse.

Het is vreemd om te concluderen dat het de dj is die voor de variatie op die plaat zorgt, want de herhaling van het dj-loze vijftal in Utrecht begint na een uur - drie nummers dus - toch te vervelen. Zelfs trance-opwekkende muziek heeft variatie nodig.