Column

Hoe Theresa May ruimte op links zoekt

Theresa May, leider van de Britse Conservatieven, heeft vorige week het startsein gegeven voor New Conservative. Zo noemde zij het niet, maar de lijn die zij op het partijcongres uitzette, is het spiegelbeeld van wat Tony Blair met Labour deed. Op de economische as trok Blair Labour flink naar rechts en op de sociaal-culturele as een stukje naar links: meer marktwerking en deregulering, veel aandacht voor minderheden en open grenzen. May doet het omgekeerde. Zij beweegt economisch naar links: meer aandacht voor werkzekerheid en arbeidsrechten, en sociaal-cultureel naar rechts: migratie beperken, nationale identiteit versterken. Et voilá: New Conservative. De redenering van Mays strategen zal de volgende zijn: het Labour van Blair komt de gewone man de keel uit, het Labour van Corbyn lust hij niet. Hoe dan ook: ruimte op centrum-links. Waarom zouden de Conservatieven die niet innemen? Staat ergens geschreven dat ‘conservatief’ synoniem is aan ‘elitair’? Dat sociale ongelijkheid een ingrediënt is van het conservatieve wereldbeeld? Nee.

De kiezer stemt niet voor zijn belangen, maar voor zijn identiteit, beweert de politieke psychologie. Zelfs door grote investeringen in de veiligheid van het mijnbedrijf te beloven, kon Al Gore de mijnwerkers van Pennsylvania niet aan zijn kant krijgen. Zij kozen voor George W. Bush, die het homohuwelijk ging tegenhouden. „Veiligheid in mijnen is voor mietjes”, riep een rechts actiecomité. Tot zover de logica van het democratisch proces. Dat fameuze A-4 tje van de PVV – voer het letterlijk uit en je weet één ding zeker: dat de ‘gewone man’ er over een paar jaar aanzienlijk slechter voor staat dan vandaag. Niemand met ook maar enig denkvermogen gelooft dat als Nederland zijn grenzen sluit, de economie zal opbloeien.

In de meest optimistische interpretatie van dat gegeven kun je zeggen dat de gewone man, ondanks zijn kleine beurs en hachelijke economische positie, bereid is te bloeden voor zijn principes. De realistischer interpretatie is waarschijnlijk dat hij nu stemt en dan zorgt. En ‘dan’ is er weer een andere politicus die zijn directe behoefte bevredigt, die zijn ‘identiteit’ een fopspeen voorhoudt. De kiezer stemt op zijn identiteit, maar rekent af met zijn portemonnee. In die zin lijkt de Engelse geschiedenis zich enigszins te herhalen. 1979: Labour verloor de verkiezingen door Thatcher, waarna de even marxistische als niet-charismatische Michael Foot de macht greep; het begin van een jarenlange oppositieperiode, binnen Labour bekend als ‘the wilderness’.

De Conservatieven zien een reprise hiervan wel zitten, en Theresa May lijkt er op voor te sorteren. Zij heeft nog niet het charisma van Thatcher, maar met een agenda die de onderbuik én de portemonnee van de gewone Brit aanspreekt, doet zij een geduchte gooi naar de gunst van de kiezer. „It’s time to remember the good that government can do,” hield zij het congres voor. De leider van de Conservatieve partij! Op een bepaalde manier is het logisch: de uitvinders van het Thatcherisme zijn de eersten om het weer terzijde te schuiven.

Het wordt interessant om te zien hoe dit in Nederland zal gaan. Dat laatste is al zichtbaar. De PvdA heeft zich dermate gecommitteerd aan het funeste begrotingsfundamentalisme dat Jeroen Dijsselbloem laatst geen betere verdediging te bieden had dan: „De markten eisten dit beleid.” Prima tekst, verkeerde partij. Een beweging naar links op de economische as heeft de VVD nog niet laten zien, maar het is pas oktober. Nog alle tijd voor Rutte om met een smakelijke May-sandwich voor de dag te komen.

Jan Kuitenbrouwer is columnist en directeur van Kuitenbrouwer Woorden Die Werken, woordendiewerken.com.