Interview

‘Dit kan onze evolutie veranderen’

Interview Jennifer Doudna

Ze ontdekte crispr-cas, de nieuwe techniek waarmee we DNA van planten, dieren en onszelf kunnen herschrijven.

Foto Lars van den Brink

Het verwachte telefoontje uit Stockholm kwam vorige week niet voor Jennifer Doudna.

Wetenschappers en journalisten over de hele wereld hielden er sterk rekening mee dat de Amerikaanse biochemicus de Nobelprijs zou krijgen voor de ontdekking van crispr-cas in 2012. Dat is een genetische techniek waarmee heel gericht het DNA van levende wezens veranderd kan worden. Het geldt als de grootste revolutie in de biologie en geneeskunde van de laatste jaren. Misschien was de impact ervan nog niet voldoende uitgekristalliseerd om al meteen Nobelwaardig te zijn.

Doudna, hoogleraar biochemie en moleculaire biologie aan de Universiteit van Californië in Berkeley, kreeg eind september wel een andere grote onderscheiding: de Heinekenprijs voor Biochemie en Biofysica voor haar werk. De dag na de uitreiking daarvan in Amsterdam vertelt ze dat het haar niet ontgaan is dat zij genoemd wordt als Nobelkandidaat. Op de vraag hoe ze daar mee omgaat, lacht Doudna luid. „Oh, daar probeer ik niet aan te denken, haha.”

Doudna – spreek het liever uit als dautna, niet doetna, zegt ze, „want vroeger werd ik in het lab The Dude genoemd vanwege die naam” – deed haar grote ontdekking samen met de Franse microbioloog Emanuelle Charpentier, die zij ontmoette op een congres in Puerto Rico.

„De ontdekking van crispr-cas komt voort uit fundamenteel onderzoek, uit nieuwsgierigheid naar hoe het werkt in de natuur”, vertelt Doudna. „In dit geval onderzochten we een bacterieel systeem dat crispr heet, verantwoordelijk voor de bacteriële afweer tegen virus-infecties. We ontdekten dat het eiwit-onderdeel hiervan, cas9 geheten, werkt als een programmeerbaar enzym. Daardoor kan het in principe elke willekeurige DNA volgorde opsporen en knippen in het genoom.

„Toen we dat eenmaal begrepen, konden we het ook nog versimpelen. En dat maakte het mogelijk het systeem te gebruiken als een eenvoudig gereedschap voor het redigeren van het genoom.”

Toen u crispr-cas ontdekte, zag u toen meteen hoe groot dit was?

„Het was meet af aan duidelijk dat dit een zeer bruikbare manier zou worden om genomen te veranderen. Simpelweg omdat het vrij makkelijk te doen is! Destijds konden we alleen niet bevroeden hoe snel deze technologie zich zou verspreiden. En toen eenmaal bleek dat het echt breed toepasbaar was, werd snel duidelijk dat het ook het denken over landbouw en synthetische biologie zou veranderen, en het denken over bijvoorbeeld het microbioom in onze darmen. We zouden nu bacteriën kunnen veranderen om de menselijke gezondheid te bevorderen.”

Kort nadat u uw resultaten had gepubliceerd in 2012 dook er opeens concurrerend onderzoek op van Feng Zhang en George Church. Hoewel zij iets later waren dan u, verkregen zij het octrooi op de techniek. Bent u nu verwikkeld in een octrooistrijd?

„Nou, niet ikzelf persoonlijk, maar onze universiteiten zijn nu inderdaad ruzie aan het maken, helaas. Er zijn octrooigevechten bij vrijwel iedere doorbraak-technologie, en dat is ook logisch, want mensen willen nu eenmaal geld verdienen en een technologie helemaal bezitten. Dat zit in de menselijke natuur.

„Dit soort disputen vergen veel tijd om uit te zoeken, maar gelukkig, vind ik, heeft dat geen effect op de voortgang van de wetenschap. Want alle mensen die academisch onderzoek doen, kunnen gewoon vooruit.”

Waarom zegt u helaas?

„Weet je, in een perfecte wereld zou het geweldig zijn als we allemaal collegiaal konden zijn en samen prachtige wetenschap konden vieren. Dan zouden we kunnen samenwerken om erop toe te zien dat crispr-cas gebruikt wordt om echte menselijke problemen op te lossen.”

U sprak zich ook al uit voor een moratorium op het gebruik van crispr in embryo’s?

„Ja. Begin 2014 werd er een onderzoek gepubliceerd waaruit bleek dat je hiermee de embryo’s of geslachtscellen van apen kunt veranderen, om zo gemodificeerde apen te maken. Het leek mij duidelijk dat de volgende stap zou zijn dat wetenschappers hetzelfde bij mensen zouden doen. Dat vond ik een richting die we niet op moesten gaan, voordat duidelijk was wat de ethische consequenties zouden zijn.

„We noemden het trouwens geen moratorium, maar een pauze in alle klinische toepassingen. Ik ben namelijk niet tegen het onderzoek naar het gebruik van deze technologie in geslachtscellen, wat ze in sommige landen al doen (China, SV). Dat is de enige manier waarop we kunnen leren of de technologie inderdaad goed werkt in dat soort cellen en of het veilig is.

„Ik denk dat het heel belangrijk is niet te overhaasten en niet direct een crispr-baby te maken. Als je een stap terug doet, dan zie je dat deze technologie mensen in staat stelt om hun eigen evolutie te veranderen. Dat is wel iets om goed over na te denken. De vraag is of, wanneer en hoe we dit willen doen.”

Als vrouw in de wetenschap, voelt u zich verwant aan Rosalind Franklin?

„Ja. Ons werk heeft parallellen, zij deed met röntgendiffractie onderzoek aan de structuur van DNA, en ik doe hetzelfde met RNA. Maar onze situatie is niet te vergelijken.

„In haar tijd was het erg moeilijk voor vrouwen om zich te handhaven in de wetenschap. Toen ik nog jong was las ik het boek The double helix, van Jim Watson, over de ontdekking van het de helixstructuur van het DNA. Een prachtig verhaal dat mij zeker heeft geïnspireerd.

„Later pas kwam ik erachter dat die ontdekking feitelijk was gebaseerd op het werk van Franklin, die daarvoor tijdens haar leven geen erkenning heeft gekregen. Haar levensverhaal is triest. Ze overleed al jong aan kanker, waarschijnlijk als gevolg van de röntgenstraling waarin zij blootstond tijdens haar experimenten.”