Deze hardliner moet nu voor vrede zorgen

Álvaro Uribe, oud-president Niet president en Nobelprijswinnaar Santos, maar voorganger en rivaal Uribe is nu de machtigste man bij de hernieuwde vredesonderhandelingen.

Foto Fredy Builes/Reuters

Álvaro Uribe trof het dode, met kogels doorzeefde lichaam van zijn vader Alberto aan op de haciënda die al generaties lang in het bezit van de famile was. Eerder die ochtend in 1983 waren vijftien zwaargewapende FARC-strijders het landgoed in de streek Antioquia binnengeslopen om de grootgrondbezitter en veehandelaar Alberto Uribe te ontvoeren.

Voor Álvaro Uribe, destijds burgemeester van de stad Medellín, zou de moord op zijn vader de grootste drijfveer worden in zijn strijd tegen de FARC. Nu het vredesakkoord on hold staat, zijn alle ogen gericht op de oud-president.

Jaren na de moord, toen Uribe in 2002 de verkiezingen won en president werd, beloofde hij de FARC met harde hand uit te roeien, de drugsmaffia te bestrijden en Colombia veilig te maken. De guerrillero’s beantwoordden deze belofte met de beschieting van het presidentiele paleis tijdens Uribes inauguratie en een dodelijke bomaanslag in Bogotá.

Talloze moordaanslagen tijdens zijn presidentschap volgden, maar Uribe overleefde en liet zich niet uit het veld slaan. Met steun van de VS en sterk opgevoerde defensiebudgetten lukte het Uribe de FARC in zijn twee termijnen als president uit de steden te verdrijven, de jungle in. Het aantal FARC-strijders slonk fors, ontvoeringen namen met 60 procent af. Bij een undercoveractie waarbij het leger infiltreerde in de guerrilla lukte het de grote FARC-troef, presidentskandidate Ingrid Betancourt, na zes jaar gevangenschap te bevrijden.

Bandes criminales

Uribe had ook een duistere en gevaarlijke kant: hij zou hechte banden hebben met de omstreden paramilitairen die tienduizenden burgers vermoordden. Deze bewapende burgermilities waren in het leven geroepen door de grootgrondbezitters om de FARC en de drugshandel op te ruimen, maar veranderden op den duur in ongeleide criminele bendes die moordend en plunderend over het platteland trokken. Uribe sloot vrede met hen in 2003 maar ze verdwenen nooit helemaal van het toneel: de voormalige leden gingen op in criminele groeperingen die Colombia ook nu nog teisteren, de zogenoemde bacrim (bandes criminales).

In 2010 nam Uribe afscheid omdat hij zich niet meer herkiesbaar kon stellen. Zijn toenmalige minister van Defensie Juan Manuel Santos won de verkiezingen. Uribe bleef als senator een zichtbare criticus van het vredesproces dat Santos aanging met de FARC. De twee partijgenoten raakten erdoor gebrouilleerd: Uribe was het oneens met het volgens hem veel te milde akkoord waarin de FARC geen celstraffen maar alternatieve straffen voor hun daden zouden krijgen, en verzekerd waren van tien parlementszetels. Hij werd de personificatie van de boze, verongelijkte burger, en met een sterke anticampagne wist in het referendum van vorige week zondag een meerderheid zover te krijgen tegen het akkoord te stemmen. Santos kon niet anders dan overleggen met zijn invloedrijke rivaal.

Of het nu met Uribe als machtige sleutelfiguur lukt om tot een voor alle partijen acceptabel akkoord te komen, is nog de vraag. Kan hij zijn haat voor de FARC opzijzetten? En zal de FARC de macht van zijn grote vijand accepteren? Sinds de uitslag laat Uribe zich verrassend positief uit. De populistische retoriek is weg, ook hij wil vrede. Bovendien: de tijd dringt, niemand wil weer terugvallen in oorlog.

Ook wordt duidelijk dat Uribe geen idee heeft hoe het vredesakkoord er wél moet uitzien: de anticampagne diende vooral als tegenstem. „Wij hebben het akkoord bekritiseerd, niemand verwachtte dat we echt een meerderheid zouden halen”, bekende een partijgenoot dit weekend op de Colombiaanse televisie.