‘De FARC zal waarschijnlijk celstraffen niet accepteren’

Interview Mark Freeman, vredesonderhandelaar

Na het Colombiaanse ‘nee’ staat het vredesproces onder hoogspanning. Hoe kan er op korte termijn een nieuw akkoord komen?

Rebellen van de FARC. Foto Ricardo Mazalan/AP

Mark Freeman viel om van verbazing toen helder werd dat de Colombianen met een nipte meerderheid tégen het vredesakkoord hadden gestemd waarover de regering en de rebellengroep FARC vier jaar onderhandelden. „Deze uitslag had echt niemand verwacht.”

De Belgische Canadees Freeman was als adviseur van de Colombiaanse regering in 2014 en 2015 in Havana bij de vredesbesprekingen. Hij praatte over het deelakkoord over slachtoffers en het juridisch systeem.

Dat element bleek een van de belangrijkste pijnpunten voor de bevolking. Naast weerstand tegen de FARC als legitieme politieke partij is het nee-kamp fel tegen straffeloosheid van oorlogsmisdadigers. In het akkoord zouden FARC-guerrillero’s noch regeringsmilitairen naar de gevangenis gaan. In ruil voor bekentenissen krijgen zij hooguit alternatieve straffen, oplopend tot acht jaar. Alleen wie niet de waarheid spreekt riskeert celstraf, tot twintig jaar.

Is dit bekritiseerde systeem van overgangsjustitie een compromis? Om te vermijden dat een algemene amnestieregeling in het akkoord zou worden vastgelegd?

„Algemeen pardon voor daders is nooit een optie geweest in Colombia, om politieke en juridische redenen. Tijdens de onderhandelingen werd al gauw duidelijk dat in Colombia, dat het inter-Amerikaanse mensenrechtensysteem onderschrijft, geen ruimte is voor een debat over totale amnestie. Het was vanaf het begin een no-go voor de regering.”

Een belangrijke reden waarom de Colombiaanse bevolking nee zei. Waar zit de grootste weerstand?

„De FARC wordt op grote schaal gehaat in Colombia. Daardoor zagen veel Colombianen onderhandelen sowieso niet zitten. Onderhandelen betekent het bereiken van consensus tussen twee tegenovergestelde groepen. Daarvoor moet je, ook op kernpunten, bereid zijn in te binden.”

Is de FARC bereid om in nieuwe onderhandelingen tot een strenger justitieel systeem te komen?

„Dat wordt lastig. De overeenkomst weerspiegelt de consensus tussen de strijdende groepen. Het is voor beide partijen niet perfect, maar ze gingen ermee akkoord. Het vredesakkoord, bestaande uit zes deelakkoorden, is een heel pakket. Het is alles of niets. De realiteit is dat een nieuwe speler, oud-president Álvaro Uribe, een prominente rol voor zichzelf heeft opgeëist. Hij is nu aan zet.”

U noemde amnestie in het verleden een ‘noodzakelijk kwaad’. Vindt u dat nog steeds?

„Ja. Het kwaad dat voortkomt uit het voortzetten van oorlog is vaak zoveel groter dan het accepteren van amnestie, dan het creëren van immuniteit voor mensen die het niet verdienen. Het is altijd een uitzonderlijke maatregel, die nooit een doel is, maar dient als middel. Het is vaak noodzakelijk een partij over te halen de strijd te staken.

„In liberale democratieën zijn algemene amnestieregelingen bovendien niet te rechtvaardigen. Wel kunnen elementen onderdeel zijn van een breder akkoord. Uiteindelijk kun je een amnestieregeling ontwerpen die juridisch acceptabel is, maar toch niet als legitiem wordt beschouwd, zoals in Colombia. En legitimiteit is belangrijker, want dat biedt een grotere garantie voor duurzaamheid.”

Waar zit nu de ruimte in Colombia om tot een legitiem akkoord te komen?

„Een belangrijke uitdaging is hoe het proces wordt vormgegeven. Het moet inclusief zijn – zowel de Colombiaanse regering als de FARC als oud-president Uribe moet erbij betrokken worden – en de redenen achter het ‘nee’ moeten een plek krijgen in de onderhandelingen. Maar het akkoord is geen boodschappenlijst, het is een systeem. En daarin heeft iedere partij haar voorkeuren verankerd. Veranderingen in het huidige akkoord zullen ook andere elementen beïnvloeden.”

De partijen staan nu lijnrecht tegenover elkaar.

„De premisse voor de onderhandeling van een vredesakkoord in Colombia is de transformatie van de FARC van een gewapende groep naar een ongewapende en legitieme politieke partij. Als er voorwaarden op tafel komen die dat belemmeren, zal de FARC het akkoord niet tekenen. Ook is het onwaarschijnlijk dat FARC-leiders gevangenisstraf zullen accepteren. Dat zijn allebei sleutelkwesties die een nieuw akkoord bemoeilijken.

Heeft u er vertrouwen in dat de partijen tot een oplossing kunnen komen?

„De Nobelprijs voor Santos is een belangrijke steun in de rug. Maar voor vertrouwen is het nog te vroeg. Er zijn manieren. We moeten ze alleen nog vinden.”