Opinie

Chaos in de klas – we moeten ons schamen

Opinie In Nederlandse klassen heerst chaos. En daar zijn vooral kinderen uit lagere milieus de dupe van, schrijft leraar Ton van Haperen.

In deze klas op de foto is het niet per se een chaos. Foto Koen Suyk/ANP

Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft het Nederlandse onderwijs een ordeprobleem. Het is nergens zo’n bende in de klassen als hier. Ontkennen heeft weinig zin. De onderwijsinspectie constateert in haar jaarverslagen namelijk eveneens dat kinderen het leuk hebben op school, maar niet gemotiveerd zijn om te leren. Bijzonder is dat deze schoolluie jeugd wel hoog scoort in prestatieklassementen. Vijftienjarigen staan aan de top van Europa. Kortom, scholieren voldoen aan de eisen zonder daarvoor te werken. Wat is dit? Een mirakel?

Nee hoor. De tegenstelling in leergedrag en resultaat is verklaarbaar. Vijftienjarigen scoren hoog in de onderzoeken die prestaties in taal, wiskunde, natuurwetenschappen en probleemoplossen meten met gestandaardiseerde vragenlijsten. Nederlandse kinderen maken in het door de overheid opgelegde leerlingvolgsysteem vanaf het begin van de basisschool gelijksoortige testen. Zo ontwikkelen ze handigheid in het voldoen aan eisen. Maar deze momentopname is niet hetzelfde als leren. Dat is een proces van integratie van nieuwe kennis met wat eerder geleerd is, alsook herkenning en gebruik van die kennis in de dagelijkse werkelijkheid. Gebeurt dat niet, dan vervliegt de tegen een relatief hoge score getoetste inhoud als ether in een schaaltje.

Kortom, hard werken op school, nadenken en praten over wat geleerd wordt, waarom dat interessant is, tijdens ordelijke lessen, is een noodzakelijke voorwaarde voor beklijving. Alleen dan heb je later iets aan het geleerde. Een serieus probleem. Het hogere onderwijs klaagt steen en been over de kwaliteit van de instroom.

De verschillen tussen leraren en scholen zijn enorm. Het kan op dezelfde school bij de ene leraar doodstil zijn, terwijl in het lokaal ernaast de materialen in de rondte vliegen. Dat kan omdat een samenhangende onderwijscultuur, als referentiekader voor een gesprek over kwaliteit van lesgeven, ontbreekt. Een direct gevolg van twintig jaar bedrijfsmatig bekostigen en mislukt vernieuwen.

Halverwege de jaren negentig werden onderwijsinstellingen zelf verantwoordelijk voor de besteding van hun budget. Een zelfstandige onderwijsinstelling die beleid wil maken – en dat willen ze allemaal – bezuinigt op personeel. De leraar is vanaf dan vooral kostenpost. Het opleidingsniveau van leraren daalt. Het aantal onbevoegden groeit.

In diezelfde jaren negentig dwingt de overheid vernieuwingen af. De leerling moet zelfstandiger kennis verwerven. Deze vernieuwing mislukt jammerlijk, maar wordt niet opgeruimd. De politiek trekt zich met de staart tussen de benen terug. Scholen mogen het voortaan zelf doen. Ongecoördineerd. Rond de sector zien entrepreneurs kansen. Het beroep onderwijsconsultant is ineens een serieuze carrière.

De ene heilige graal na de andere wordt de scholen binnengedragen. Terwijl er op de hedendaagse werkvloer feitelijk weinig nieuws onder de zon is. Wat werkt en wat niet in een klas met dertig leerlingen, dat weten we vrij aardig en is uitgebreid beschreven.

De actuele onderwijscultuur laat zich nog het best vergelijken met het wilde westen. Iedereen schiet losjes uit de heup wat om zich heen. De slecht toegeruste leraar overleeft met persoonsgebonden en intuïtieve waarheden. Laat de klas maar even uitrazen, het is al later op de middag. Jammerlijke onzin. Lesgeven is geen therapie, maar werk. En nee, het gaat niet om orde, tucht of strengheid. Normaal en effectief leergedrag, dat is de kwestie. Als een leerling iets niet weet, vertelt een leraar dat. Lezen is een alternatief. In beide gevallen is het stil. En natuurlijk, een probleem oplossen, een lastige berekening: kinderen leren van elkaar en overleggen. Op gedempte toon, zodat iedereen zich kan concentreren. Discussie kan, maar we laten elkaar uitpraten. In bijbaantjes doen kinderen wat volwassenen opdragen. Op school werkt het niet anders. Maar dan moeten leraren wel hun rol pakken

En dat gebeurt volgens OESO en inspectie te weinig. Waarna zich een drama aftekent. Zelfstandig leren vanuit de kwaliteiten van het kind, het leerlingvolgsysteem op de basisschool – in de chaos leiden ze ertoe dat niet het leren op school maar de bagage van thuis het schoolsucces bepaalt.

En die wanorde? Niemand zit ermee. Het kroost van mondige middenklasseouders is op werkdagen onder dak en krijgt wat het wil: hetzelfde diploma als de ouders. Als het niet vanzelf gaat, helpt het huiswerkinstituut. Maar voor lagere milieus is de chaos onbegrijpelijk. Ontwikkeling blijft daardoor uit. Afstromen naar een lager niveau volgt als vanzelf. De OESO stelde eerder dat de kansen in ons onderwijs steeds minder voor iedereen gelijk zijn. En dat heeft alles te maken met die lamlendige werksfeer in de klassen. Inderdaad, om je kapot te schamen.