24 uur oud en gebrekkig zijn, is best lastig

Ouderenzorg

Zorgverleners ondergaan in de Participatiekliniek een etmaal lang wat het is om oud en gebrekkig te zijn. „Ik zeg ook weleens: hup-hup.”

In de Participatiekliniek ervaren zorgverleners in zes gekleurde kamers (boven en onder) de ervaring van ouderen. Foto’s Ilvy Njiokiktjien

„Het is toch niet normaal om zó weinig te kunnen”, verzucht een vrouw hardop. Ze is een van de 43 zorgverleners uit de ouderenzorg die over de keien van het Brabantse Megen schuifelen of hobbelen. Ze dragen gewichten aan enkels en polsen, verduisterende brillen, katheters en dempende oorkleppen. Een van hen weet het zeker: als ze weer thuis is, stelt ze een wilsbeschikking op.

De verpleegkundigen en verzorgenden zijn voor 24 uur opgenomen in de Participatiekliniek. Daar ervaren ze hoe het is om oud en beperkt te zijn, terwijl als vrijwilliger vermomde acteurs de dienst uitmaken. Initiatiefnemer V&VN, beroepsvereniging van verpleegkundigen en verzorgenden, hoopt dat de training aanzet tot nadenken over hoe ouderenzorg eruit moet zien.

1010binzorg6

Want dat moet vanuit de verzorgenden komen, vindt Sonja Kersten, de directeur van V&VN. „Dit is een beroepsgroep die zelf de schijnwerpers niet opzoekt en waarnaar niet altijd wordt geluisterd. Terwijl juist deze mensen kunnen aangeven wat er nodig is om zorg te verbeteren.”

De Participatiekliniek is een van de organisaties die profiteren van de behoefte van zorgverleners om beter te snappen waaraan ouderen in de zorg behoefte hebben. De deelnemers in ‘belevingsgerichte cursussen’ ervaren bijvoorbeeld dat het niet prettig is als degene die je rolstoel duwt tegen je praat.

De 24-uursaanpak van de Participatiekliniek is populair. De eerste vijftien trainingen, gesubsidieerd door het ministerie van Volksgezondheid zijn gevuld. Meer dan honderd instellingen hebben hun belangstelling al kenbaar gemaakt, zegt medebedenker Stef Verhoeven.

De staarbril gaat al na enkele seconden af. ‘Zo zie ik toch helemaal niks meer?’

Deze dag is het de beurt aan medewerkers van enkele verpleeghuizen van BrabantZorg. De Participatiekliniek is gevestigd in een verlaten vleugel van een verpleeghuis in Megen. De aanleunwoningen zijn nog wel in gebruik. Bewoners Riet Matze (86) en Annie Janssen („bekant tachtig”) serveren worstenbroodjes en cake.

Mankementen

De zorgverleners ondergaan in zes gekleurde kamers ervaringen van ouderen. Zo moeten ze een geriatrisch simulatiepak aantrekken, zelf in een tillift plaatsnemen en flarden van geluiden beluisteren die iemand met beginnende dementie ook hoort. Sommigen zijn lacherig, anderen krijgen het te kwaad.

Vooral de kamer waarin zorgverleners wordt gevraagd na te denken over hun laatste thuis, leidt tot emotie bij de oudere collega’s. Ze vertellen over cliënten die zo verdrietig zijn dat hun hond of papegaaitje niet mee mocht verhuizen, of de stress van mensen die een selectie uit hun spullen moeten maken om mee te nemen naar het verpleeghuis.

1010BINzorg7

Dan krijgen alle deelnemers via loting hun mankementen opgelegd. Misschien moeten ze gepureerd eten, krijgen ze een incontinentieluier of worden ze ’s nachts gewekt.

De reacties zijn wisselend. Een vrouw doet een bril die staar simuleert al na enkele seconden af. Verontwaardigd: „Zo zie ik toch helemaal niks meer?” Een ander gaat juist helemaal op in haar rol als beperkte tachtiger in een rolstoel. Ze botst met opzet op stoelen en doet alsof ze wegdommelt aan het diner.

Vooral de jongere collega’s vinden de beperkingen nuttig. „Het is moeilijk je een voorstelling te maken van hoe het is om oud te zijn met gebreken”, zegt Lisa (24), ergotherapeut in Den Bosch. „Ik denk dat ik me nu beter in mensen kan inleven. Je zegt toch weleens: ‘Hup-hup-hup, nog een klein stukje, we zijn er bijna.’ Nu ik heb ervaren hoe het is, hoop ik dat ik meer rust en geduld heb.”

1010BINzorg11

Helma (53), die inwoners van Oss ondersteunt bij hun persoonlijke verzorging en in de huishouding, is minder enthousiast. „Wat we hier leren, vertel ik leerlingen al jaren: zeg altijd wat je gaat doen, voorkom paniek of boosheid bij mensen.”

Kitty (46), die hetzelfde doet in Veghel, denkt dat de omgang met ouderen hier en daar beter kan. „Je hoort weleens door de gang roepen: ‘Kan iemand meneer Piet even op het toilet zetten.’ Of dat verzorgenden een kamernummer noemen in plaats van een naam. Hoe zou je het vinden als dat je eigen familie is?”

Met het langer thuis wonen van ouderen is de zorg in verpleeghuizen complexer geworden. Kersten: „Maar voor het echt leren kennen van iemand is geen tijd en aandacht meer. Juist dat is van belang voor het signaleren van problemen.” Door de training moeten verzorgenden weer weten waarom ze dit vak doen, zegt V&VN-directeur Kersten. „Kleine dingen in beleving maken het verschil.”

Kersten wijst op het publiceren van een lijst van zwakke verpleeghuisinstellingen door de Inspectie voor de Gezondheidszorg, in juli. „Dat is niet goed voor het vertrouwen van verzorgenden. In verpleeghuizen is de laatste jaren veel risicomijding ontstaan. Deze training is niet bedoeld als kritiek, maar als steun in de rug.”