Interview

Zoeken als Google, maar dan beter

Interview Steven Schuurman

Het Amsterdamse bedrijf Elastic maakt snel opmars in de technologiewereld. Het softwarebedrijf maakt zoektechnologie, Elasticsearch, die door grote hoeveelheden gegevens kan spitten.

Foto Olivier Middendorp

Wat hebben Uber, Facebook, Microsoft, Netflix, Verizon, Bol.com, The New York Times en Goldman Sachs met elkaar gemeen? Ze gebruiken allemaal de software van een Nederlands bedrijfje dat snel opmars maakt in de technologiewereld.

Het Amsterdamse Elastic, opgericht in 2012, verovert zijn plek in een wereld die draait op data. Het softwarebedrijf maakt zoektechnologie, Elasticsearch, die door grote hoeveelheden gegevens kan spitten. Zelfs al zijn die data verspreid over honderden servers, in de cloud.

Zonder al te technisch te worden zou je Elastic een zakelijke variant van Google kunnen noemen. Waar Google webpagina’s indexeert en snel oplepelt als je wat zoektermen intikt, grasduint Elastic door databergen van honderden terabytes. Zo kun je financiële transacties, netwerkdata of klantengegevens analyseren.

Google verkoopt eigen zoektechnologie voor de zakelijke markt, verpakt in een kanariegele computer. Maar door gebrek aan succes wordt daar dit jaar de stekker uitgetrokken.

Elastic doet het beter. Een paar voorbeelden: Netflix gebruikt Elastic om berichtenverkeer naar klanten te regelen. Microsoft bouwde er zijn eigen zoekmachine mee. Zakenbank Goldman Sachs installeerde de Nederlandse software om beurstransacties te analyseren, The New York Times gebruikt Elasticsearch om lezers naar krantenartikelen te laten zoeken. En Facebook zet Elasticsearch in om kwaadaardige software te ontdekken en vragen van gebruikers te beantwoorden.

Dat is het product. Maar welk bedrijf zit er achter die beroemde namen?

Elastic is zelf ook een beetje van elastiek. Op het hoofdkantoor in Amsterdam werken 35 mensen, de overige 400 medewerkers zijn uitgewaaierd over de wereld, met een belangrijke kern in Mountain View in Silicon Valley.

Een dresscode is er niet bij Elastic en daarvan is Steven Schuurman, gekleed in korte broek en T-shirt, het levend bewijs. De 41-jarige Nederlander is een van de vier oprichters. Twee mede-oprichters komen van zijn vorige softwarebedrijf Orange11. De vierde oprichter is het technische brein achter Elastic: de Israëlische programmeur Shay Banon.

Schuurman: „We wilden in 2012 een betere zoekmachine bouwen op basis van open bron-software. We waren al een aardig eind op weg met wat we toen Search Workings noemden. Totdat we zagen wat Shay had gebouwd, met dezelfde techniek. We wilden hem eerst kapotconcurreren natuurlijk. Maar hij liep met zijn product al twee jaar op ons voor, dus hebben we gevraagd of hij mee wilde doen. Hij zei ja.”

Hoe leg je een leek uit wat Elastic doet?

„We bouwen een database waarin je snel trends kunt ontdekken in grote hoeveelheden gegevens. We hebben nu net een bedrijfje overgenomen dat ook niet voor de hand liggende dingen, de afwijkingen in data, vindt op basis van kunstmatige intelligentie. Daar is veel behoefte aan. Het gros van de bedrijven weet namelijk niet wat ze aan moeten met de enorme hoeveelheid data die ze verzamelen. Sommige gegevens zijn honderd jaar relevant, andere kun je binnen 24 uur weggooien. Mensen hebben nog niet goed in de gaten wanneer het de ene soort is of de andere.”

Tekst gaat verder onder de video.

De omzet van Elastic wordt geschat op 50 tot 100 miljoen dollar. Hoe kun je verdienen aan gratis software?

„De basisversie is gratis maar we vragen wel geld voor de uitbreidingen. Dat gaat goed, want we pushen onze producten niet echt. We maken veel werk van het ‘evangeliseren’ van die openbrongemeenschap. Dat is ook een bron van nieuw talent. Een ontwikkelaar in het buitenland wordt verliefd op onze gratis software, richt een gebruikersgroep op en belt ons voor hulp of sponsoring – iemand moet toch de pizza’s betalen als ze bij elkaar komen. Als het klikt nemen we zo iemand in dienst. Zo zijn we als bedrijf uitgewaaierd naar Australië, Zuid-Korea, Japan, Hongkong, Singapore en China.”

Elastic is Schuurmans derde eigen softwarebedrijf. Hij begon met SpringSource, dat voor 420 miljoen dollar werd gekocht door het Amerikaanse VMware. Daarna stapte hij in Orange11, weer een bedrijf dat software voor de zakelijke markt ontwierp. Ook Orange11 werd verkocht. Of hij moet werken voor het geld laat hij in het midden. „Geld interesseert me weinig. Ik vind het leuk om iets te bouwen. Als je een mooi bedrijf bouwt, wordt het geld waard, maar daar gaat het mij niet om.”

Echt niet? Harde lach: „Man, ik rijd in een tweedehands Mini!”

Zijn vorige bedrijven maakten ook hypergespecialiseerde, zakelijke software. „Als iemand er op een visite naar vraagt, zeg ik dat ik in de software zit. En als-ie doorvraagt leg ik uit hoe het werkt. Maar het is complexe technologie, echt low level-IT. Dus de meeste mensen haken vrij snel af. En waarschijnlijk terecht, haha.”

Past die relativering van wat u doet in de softwarecultuur?

„In Silicon Valley denken ondernemers vaak dat ze halfgoden zijn. Je moet niet denken dat, omdat je een keer een goed idee had, de bomen in de hemel blijven groeien. In de hightech-hoek kun je leuk geld verdienen. Maar zeker voor software geldt dat er per definitie iemand op een zolderkamertje een product bedenkt dat jou overbodig maakt. Het gaat erom dat je een duurzaam bedrijf bouwt. En als die persoon dan komt met dat nieuwe briljante dingetje, dat je hem of haar naar binnen hijst. Of, als dat niet lukt, dat je toch bestaansrecht blijft houden.”

In 2014 schatte Forbes de waarde van Elastic op 700 miljoen dollar. Is dit Nederlands nieuwste ‘unicorn’ – dus meer dan 1 miljard waard?

„Ach, die unicorns zijn zo verschrikkelijk voorbij. Noem er eens vijf die winst maken. Ik weet dat Elastic echt iets moois wordt, maar ik heb geen Heineken opgebouwd en we zijn nog lang niet zo ver als Adyen (succesvolle start-up uit Amsterdam met eenzelfde investeerder als Elastic, red.) of Takeway.com dat net naar de beurs ging .”

„Over waarderingen wil ik het niet hebben. Ik vind het belangrijker dat onze kasstroom over een paar jaar positief wordt. Er komt nu nog veel minder geld binnen dan eruit gaat. De marges op software zijn goed, maar het geld spoelt hier nog wel met zeeën tegelijk door het putje. Ik word daar niet zo zenuwachtig van, zolang het maar verloopt volgens het pad dat we uitgestippeld hebben. Wat we dit jaar gaan verbranden aan cash is nog maar eenderde van vorig jaar. Dan zit je goed.”

„Ik let ondertussen wel op de kleintjes. Dus als je moet vliegen voor een afspraak, boek dan niet tien minuten van tevoren een vlucht die 70 procent duurder is dan wanneer je ’m twee maanden eerder zou boeken. Dat trek ik slecht. Dan ben ik echt een enorme krent.”

U houdt van informeel. De topman wandelt in korte broek en op slippers door het hoofdkantoor.

„Ik word steeds informeler, elk jaar weer. Ik vraag veel van mijn mensen, ik vind het fijn als iedereen gewoon zichzelf is. We hebben een no nonsense houding en permitteren ons geen gekkigheden – glijbanen op kantoor of zo. Hooguit een pingpongtafel. We zitten hier niet te wachten tot klanten ons geld komen brengen. Die combinatie, van superprofessioneel en informeel, bepaalt onze bedrijfscultuur. ”

„Ik ben van de grote lijnen en doe veel op onderbuikgevoel. Cijfers komen op een tweede plaats. Veel details heb ik niet nodig, daardoor kan ik snel bepalen wat ruis is en wat signaal. In ons wereldje is veel onzin; bedrijven en technologieën die snel opkomen en morgen weer verdwenen zijn.”

Is dat informele typisch Nederlands?

„Ons grootste kantoor zit in de VS en het merendeel van het managementsteam is Amerikaans. Mijn investeerder noemde een bestuursvergadering met Elastic ooit een breath of fresh air. Er zijn natuurlijk weleens problemen, maar daar doet niemand moeilijk over. Dat past in de Nederlandse stijl.

„Voor ondernemers is Nederland prachtig, maar je hebt hier geen berg ontwikkelaars. Bedrijven vechten elkaar de tent uit en zijn bang dat je hun medewerkers steelt. Er is te weinig bèta-instroom op hogescholen en universiteiten en er wordt op de basisschool en middelbare school weinig gedaan aan vaardigheden die je in de 21ste eeuw nodig hebt. Goed, kinderen kunnen een telefoon gebruiken. Maar ze weten niet wat er aan de achterkant gebeurt.”