Opinie

Deze IKEA-gids gaat te ver. Zeg me niet hoe ik leven moet

Opinie In de nieuwe IKEA-catalogus woont iedereen in hippe lofts, met een multicultureel huisgezelschap en kinderen die rauwe broccoli eten. „De jaarlijkse verspreiding van je gids is groter dan de bijbel, maar daarom hoef je nog niet te preken”, schrijft journalist Kersten Augustin (1988) aan IKEA-oprichter Ingvar Kamprad (1926).

Foto Marcel van Hoorn / ANP

Beste Ingvar,

Wij kennen elkaar niet, maar ik tutoyeer je toch. Doe jij tenslotte ook. Of tutoyeer je mij, omdat je denkt dat je mij wél kent? Hoe ik leef en hoe ik liefheb? Hoe ik denk en hoe ik eet?

Ik schrijf je omdat je nieuwe catalogus in het trappenhuis lag. Normaal neem ik nooit folders mee naar binnen, maar jouw gids heb ik meegenomen. Daaruit kun je afleiden wat voor invloed je nog altijd op mij hebt. Ingvar, ik heb het boekwerk doorgebladerd en werd woedend. Je bent alle grenzen te buiten gegaan. Je wil mij niet meer louter meubels verkopen. Je wil mij vertellen hoe ik leven moet.

Op de omslag staat: ‘Ontworpen voor jou. Niet voor iedereen.’ Je gids heeft een miljoenenoplage en die meubels zouden uitsluitend voor mij zijn? Op de omslag zie je een groepje mensen bij het avondeten, duidelijk een gezelschap dat door een anti-discriminatie-ambtenaar samengesteld is.

In het voorwoord schrijf je: „Er is vast ergens iemand bij wie alles altijd precies zo loopt als gepland. Iemand die perfect is. Ben jij zo iemand al eens tegengekomen? Wij niet.” En verder: „Het maakt helemaal niets uit als de pasta een keertje overkookt. Bij normale mensen gebeurt dat nu eenmaal.”

Dat klopt. Maar daar heb ik je toestemming helemaal niet voor nodig. Op andere gebieden dwing je me wel steeds tot perfectie. De badkamer noem je „mijn, jouw, onze oase”. Mijn badkamer is vier vierkante meter, Ingvar. Een vochtig hol, de voegen tussen de oranje tegels schimmelen. Mijn oase? Als ik een komkommermasker op mijn gezicht leg, zoals het model in je gids, stoot ik mijn hoofd aan jouw plank.

Je wilt mijn leven perfectioneren, maar ik leef in het imperfecte. En je bemoeit je met dingen die je niets aangaan. Je stelt bijvoorbeeld „vijf ouderregels voor het koken met kinderen” op, bijvoorbeeld: „Mopper niet als er iets mis gaat.” Ingvar, ik mopper op mijn ongeboren kinderen wanneer ik dat wil! De jaarlijkse verspreiding van je gids is groter dan de bijbel, maar daarom hoef je nog niet te preken.

171000-nl_001.indd

Ik heb je oude catalogi ingekeken. Vroeger was je veel eerlijker! Toen stond er nog een televisie op de foto’s, met een voetbalwedstrijd erop. Kinderen aten spaghetti en Zweedse gehaktballetjes. Niet gezond, maar wel lekker. In je nieuwe gids bijt een kind in een rauwe broccoli. Onvoorstelbaar!

Op de foto’s van vroeger stonden kleine gezinnen: vader, moeder, zoon, dochter. In de nieuwe gids komt deze gezinsvorm slechts op één foto voor. Begrijp me niet verkeerd: ik ben blij dat je in veel dingen je tijd ver vooruit was. Je hebt al heel vroeg modellen met een donkere huidskleur laten zien. Dat waarderen we, maar nu overdrijf je echt.

Bekijk je jouw catalogus, dan krijg je de indruk dat ons leven de afgelopen twintig jaar heel erg veranderd is. Niemand woont meer in rijtjeshuizen met tuintjes in de voorsteden; iedereen woont in de grote stad, in lofts in oude fabriekspanden, met ramen tot op de grond. Vrijwel uitsluitend mannen koken, het liefst zelf gevangen vis. Niet langer het homogene kleine gezin, maar de zo heterogeen mogelijke vriendenkring wordt in scène gezet – multi-etnisch, multicultureel. Waarom noem je BILLY niet meteen YUSSUF?

ikea2

Geloof me, ik ben je voor veel dankbaar. Jij maakte het mogelijk dat mensen met weinig geld het ouderlijk huis konden verlaten. Jouw design was niet alleen in esthetisch opzicht een vooruitgang, het hielp ook het wonen democratischer en liberaler te maken. Maar nu ben jij het meubel-establishment geworden. Net als al mijn vrienden heb ik de afgelopen jaren geprobeerd jou weg te strepen en je te vervangen, met meubels van de vlooienmarkt, met wijnkisten en europallets en met een eettafel van de meubelmaker. Maar je bent ook bij me gebleven: de schalen in de boekenkast komen van jou, net als de boekenkast zelf. De keukentafel, waaraan ik nu zit, is van jou. Hij heet INGO. Waarom weet ik dat überhaupt?

Ik blader verder. Je schrijft: „De tijden dat er uitsluitend aan een ordentelijk gedekte eettafel werd gegeten, zijn voorbij. Ga toch gewoon op de bank of meteen op de grond zitten!” Op de foto zie ik een jonge vrouw met drie mannen om een bijzettafeltje zitten. Een van hen heeft een knotje, een ander heeft een keppeltje verkeerd om op zijn hoofd. Ze wonen op een fabrieksetage. Als je dat bijzettafeltje goed bekijkt, zie je dat ze rauwe bleekselderij uit een glas eten. Bleekselderij!

Ik ben bang dat je firma in een midlifecrisis verkeert. Je wilt nog steeds haantje de voorste zijn. Maar wat moet je doen als de avant-garde van vroeger de mainstream van nu is? Hoe kun je je dan nog onderscheiden? Je bent het slachtoffer van je eigen succes.

ikea4

Vandaag de dag heeft niemand meer een plavuizen tafel. Ze hebben allemaal meubels van lichtgekleurd hout. Daarom keert de jonge avant-garde zich van je af. De jeugd wil jouw producten niet meer. Omdat we graag denken dat we individuen zijn. Omdat we niet meer in gigantische hoeveelheden willen consumeren – en als we dat wél doen, dan graag klimaatvriendelijk en duurzaam.

De samenleving is veranderd en jij wilt laten zien dat je dat hebt begrepen. In je catalogus staat een reportage uit Irak; je hebt een paar onderkomens voor vluchtelingen betaald. Goed gedaan. Maar als ik naar de groenteman ga, vertelt hij me ook niet dat hij gisteren twee euro aan een dakloze heeft gegeven en ik me daarom met zijn aubergine in mijn knusse oase moet gaan ontspannen.

Ingvar, je nieuwe catalogus zet me onder druk, ook al beweer je het tegendeel. „We willen dat je gelukkig bent”, schrijf je. Maar mag ik ook ongelukkig zijn, op z’n minst in mijn eigen huis? Zelfs als ik probeer te leven conform je gids, kan ik alleen maar falen. Je laat een man met laptop aan de eettafel zien. Een paar pagina’s later bepaal je met ‘Dresscode: joggingbroek’ wat ik thuis aan moet hebben.

Ik werk momenteel thuis. Daar „waar je graag bezig bent”, zou jij zeggen. Maar dresscode joggingbroek? Mijn joggingbroek zit net in de was. Daarom zit ik hier in mijn onderbroek, maar je weet: niemand is perfect. Ben ik nu te openhartig? Maar we tutoyeren elkaar toch!

Ik heb een boek uit de BILLY-kast getrokken om je beter te kunnen begrijpen. De Israëlische sociologe Eva Illouz beschrijft in Cold Intimacies hoe goederen met gevoelens worden beladen. En hoe gevoelens opduiken als producten, bijvoorbeeld de theelichtjes GLIMMA (24 stuks voor 2,99 euro). „Meer plek voor hartstocht”, schrijf je. Maar ik denk dat je hartstocht niet kunt kopen.

Ingvar, ik weet dat je niet meer de enige verantwoordelijke bent voor je bedrijf, want je bent negentig. Hebben je marketingmensen de firma overgenomen? Zijn ze op hol geslagen? Ik wil niet alleen maar mekkeren, ik heb een constructief voorstel; daar ben ik heel Zweeds in. Een idee voor een nieuw product, namelijk een doos voor oud papier. Daar hoort jouw catalogus in thuis. Je hebt er alleen nog een komisch klinkende Scandinavische naam voor nodig. Wat dacht je van KERSTEN?

Met vriendelijke groet,

Kersten Augustin