Wie bij Oranje boezemt angst in?

Nederlands elftal

Arjen Robben is er weer niet bij tegen Wit-Rusland en Frankrijk. Na hem is het stil op de flank.

Foto REMKO DE WAAL/ANP

Arjen Robben „komt niet”. Hij is „niet fit”. Bondscoach Danny Blind viel donderdagmiddag maar meteen met de deur in huis op zijn persconferentie in het clubhuis van Quick Boys te Katwijk, waar Oranje traditioneel traint.

Geen Robben (32) tegen Wit-Rusland (vrijdag, in de Rotterdamse Kuip) en ook niet tegen Frankrijk (maandag, Amsterdam Arena). De twee WK-kwalificatieduels ‘gewoon’ weer zonder de aanvoerder met het broze lichaam, op wie de afgelopen dagen nog gehoopt werd. Zijn fitheid zou van dag tot dag bekeken worden, maar een ribblessure die uitstraalt naar zijn schuine buikspier houdt Robben waar ie is: in Zuid-Duitsland. Beelden woensdag van een ogenschijnlijk pijnvrij trainende Robben op de site van Bayern München ten spijt: hij komt niet naar Oranje.

Dat is „een tegenvaller, maar ook weer niet”, stelt Blind vast, gewend als hij is aan de afwezigheid van zijn beste international. Sinds Robben vorige zomer tot aanvoerder gekroond werd – de eerste majeure beslissing van Blind als bondscoach – speelde de Groninger nog maar twee interlands. In 2016 zelfs nog niet één. Het went. Het zal moeten wennen. Maar schraal is het, op de Hollandse vleugels.

Dreigen, dreigen, doen

Opvolgers bijten zich stuk op Robbens status, springen ruim onder die lat die hij onbereikbaar hoog legt. En toch moet Robbens spel maatgevend zijn. Dreigen, dreigen, doen. Scoren. Maar Memphis Depay, naar wie de natie afgelopen jaren hoopvol keek, worstelt met zichzelf bij Manchester United. Hij is 22, nu weer eens opgeroepen. Quincy Promes – links- en rechtsbuiten – speelde veertien interlands, scoorde niet. Eén assist. Luciano Narsingh? 26 jaar oud, te licht.

Er werd geschamperd toen Blind ongeveer een jaar geleden, rond de dreigende uitschakeling voor het EK, zei dat achter Robben eigenlijk alleen Steven Berghuis aan het profiel van rechtsbuiten voldoet. Die was toen bankzitter van Watford. Het was tekenend voor de schrale staat van het Nederlandse voetbal. Berghuis (24), nu geblesseerd, mag zich inmiddels international noemen, maar in hem schuilt (ook) geen Robben.

Dat vleugelspelers het krijt (van de zijlijn) aan de schoenen hebben – mannetje voorbij, achterlijn halen, voorzetten – is natuurlijk allang niet meer zo. Blind, nostalgisch: „Ik kom nog uit de tijd dat ik in het Ajax onder Cruijff de bal moest inleveren bij Jan Wouters, om in twee passes John van ‘t Schip te bereiken die zijn man passeerde en de voorzet gaf. Ik wou dat het nog zo simpel was. Dat gaat niet meer. De ruimtes zijn klein, de lijnen worden afgesloten, er is dubbele dekking. Je moet inventiever zijn.”

Wesley Sneijder, gekwetst aan de hamstring maar in principe speelklaar tegen Wit-Rusland, speelde vorige maand ‘hangend op links’ tegen Zweden (1-1), de eerste wedstrijd van dit WK-kwalificatietraject. Dat deed hij, middenvelder, naar behoren. Blind zoekt – zeg gerust: hij mist – een aanvaller die „initiatief neemt, die durft”. Dat laatste is Sneijder ten voeten uit, maar de vleugelaanvaller die angst inboezemt? Slechts Robben.

In Blinds preferente spelsysteem, ‘good old’ 4-3-3, eist hij dat er „vrijheden en afwisseling” in de uitvoering zijn. Korte voetballes:

„Dat zit hem er vaak in hoe spelers op de flanken dat positioneel in vullen. Dat er ook een back moet zijn die er overheen durft te komen zodat de tegenstanders in die zones moeten kiezen, moeten denken. Want waar gedacht wordt en bewogen, daar laat men steekjes vallen.”

Zo moet het dus tegen Wit-Rusland, dat zich ongetwijfeld gaat ingraven en dat ook nog eens doet met spelers van „redelijk niveau” en „een fysiek sterke spits die overal op loopt”, aldus Blind. Erger kan je het niet hebben, zou je zeggen. Hoe dan ook: winnen moet in zo’n thuiswedstrijd. Zoals zo vaak, zonder Robben.