Vredesprijs terwijl de vrede wankel is

Nobelprijs voor de Vrede

Het Nobelcomité hoopt dat de prijs president Santos van Colombia „de kracht zal geven in deze uitdagende taak” om vrede in zijn land te realiseren.

Foto Reuters

Een aanmoedigingsprijs om een unieke kans op vrede niet te laten schieten. Vijf dagen nadat Colombianen een vredesverdrag met rebellenbeweging FARC wegstemden, is hun president Juan Manuel Santos (65) vrijdag onderscheiden met de Nobelprijs voor de Vrede. Het Noorse Nobelcomité „hoopt dat de vredesprijs hem de kracht zal geven om te slagen in deze uitdagende taak. Ook hoopt het comité dat het Colombiaanse volk de komende jaren de vruchten zal plukken van het verzoeningsproces”.

De toekenning van de prijs is een belangrijke opsteker voor Santos. Binnenlands kwam hij deze week zwaar onder druk te staan, maar in het juryrapport wordt zijn „resolute” inzet voor de vrede geprezen. Het was zijn besluit om te gaan onderhandelen met de in Colombia zeer impopulaire en gewantrouwde FARC.

Dit was een opmerkelijke wending in zijn politieke loopbaan: als minister van Defensie onder de vorige president Uribe was Santos juist een havik die de militaire strijd tegen de guerrilla fors opvoerde. Als president ontpopte hij zich tot duif en onderhandelde zijn regering vier jaar lang met de van oorsprong marxistische guerrillero’s.

Dat verdrag kwam er na moeizame en vaak verlengde gesprekken. Santos’ besluit om het akkoord voor te leggen aan de bevolking, was een gok. Die bovendien verkeerd uitpakte toen de Colombianen het verdrag zondag met een zeer nipte meerderheid verwierpen. De uitslag stortte de Colombiaanse politiek in grote verwarring.

Santos probeerde deze week te redden wat er te redden valt en ook de FARC zei te blijven streven naar vrede. Beide kampen zijn ook bereid opnieuw te gaan onderhandelen, maar een uitweg uit de ontstane impasse tekent zich nog niet af. Dinsdag maakte Santos bekend dat het staakt-het-vuren met de FARC eind deze maand beëindigd zal worden. De FARC liet hierop weten dat het zijn troepen misschien ook weer in staat van paraatheid brengt.

Het Nobelcomité waarschuwde vrijdagochtend dan ook dat het ruim een halve eeuw oude conflict zou kunnen oplaaien. In de Colombiaanse burgeroorlog vielen naar schatting 220.000 doden en 5 miljoen mensen raakten ontheemd. De Noren riepen Santos en FARC-leider Timochenko op „hun verantwoordelijkheid te nemen en op constructieve wijze deel te nemen aan de komende vredesonderhandelingen”.

Colombianen die zondag tegenstemden hadden vooral bedenkingen bij de relatief coulante straffen waarmee de FARC-strijders onder het verdrag wegkwamen. Ook de wijze waarop de guerrillagroep zich zou mogen omdopen tot een politieke partij, stuitte bij burgers op bezwaren.

Gevraagd of de toekenning van deze prijs niet beledigend is voor de Colombiaanse democratie, antwoordde de juryvoorzitter Kaci Kullmann Five ontkennend. Ze zei te denken dat Colombianen zondag niet de vrede hebben verworpen, maar bepaalde punten uit het verdrag.

Voor het referendum was de speculatie dat, mocht het verdrag worden aangenomen, ook de FARC of zijn leider(s) onderscheiden zouden worden. Dat heeft het Nobelcomité na het ‘nee’ van zondag niet aangedurfd. De FARC is naast een rebellenbeweging die in de afgelopen 53 jaar duizenden slachtoffers maakte, bovenal ook een criminele organisatie die miljarden verdient aan ontvoeringen, afpersingen en drugshandel. Gevraagd waarom de FARC niet ook de prijs krijgt, antwoordde de juryvoorzitter dat „we nooit uitspraken doen over degenen die niet winnen”.