Recensie

Verbaan en Spitzenberger spelen SM-spel geraffineerd en zinderend intens

Niet hij is de baas, maar zij. Verbaan en Spitzenberger laten meesterlijk zien hoe hun rollen langzaam maar zeker verwisseld raken.

Beeld uit de voorstelling. Foto Leo van Velzen

‘Ik ben, zeg maar, geknipt voor die rol”, verkondigt de actrice die veel te laat auditie komt doen bij een regisseur die een toneelbewerking heeft gemaakt van de negentiende-eeuwse roman Venus im Pelz door Leopold von Sacher-Masoch, de man naar wie het sadomasochisme werd genoemd. Maar aanvankelijk ziet hij, de regisseur, niets meer dan een actreuteltje in haar – totdat gaandeweg blijkt hoe veel ze van hem en zijn stuk afweet. Hoe manipulatief ze is. En hoe ze hem tenslotte letterlijk op zijn knieën krijgt.

Venus in fur werd geschreven door de Amerikaanse toneelauteur David Ives, was anno 2011 een Broadway-hit en werd twee jaar later verfilmd door Roman Polanski. Venus is de eerste Nederlandse versie, door Johan Doesburg geregisseerd voor theater DeLaMar in Amsterdam. Levendig vertaald door Gerardjan Rijnders en met sterk ingeleefde intensiteit gespeeld door Georgina Verbaan en Jeroen Spitzenberger. Het stoeipakje dat Verbaan op de affiches draagt, komt in de voorstelling niet voor. Het zou ook overbodig zijn – hun suggestieve spel is veelzeggend genoeg.

Zij is de baas

Ives zette zijn stuk behendig onder druk door de actrice allengs verder te laten gaan in de hang naar overheersing en onderwerping dan de regisseur, die zichzelf zo baanbrekend acht. Haar sadomasochistische doortastendheid blijkt consequenter dan de zijne. Niet hij is de baas, maar zij.

Verbaan en Spitzenberger laten meesterlijk zien hoe hun rollen langzaam maar zeker verwisseld raken. Effectief schakelend tussen licht en donker, ironie en geobsedeerdheid. Dat de schrijver er tenslotte een ietwat pathetisch eind aan draait („kleineer me, verneder me!”) kan deze acteurs niet worden verweten. Uiterst geraffineerd spelen ze dit stuk in een stuk. Met een auditiescript in de hand spelen ze de man en de vrouw uit de (fictieve) voorstelling, en telkens stappen ze uit die rollen om commentaar te leveren op wat de toneelpersonages te zeggen hebben.

Johan Doesburg, die met Venus zijn regiedebuut in de vrije sector maakt, geeft zijn acteurs in deze enscenering de volle laag van de aandacht. Om hen gaat het. Het was wellicht niet nodig geweest op de achterwand een groot videoscherm te hangen, dat vaak niets meer vertoont dan een nogal willekeurige uitsnede uit het toneelbeeld. Het scherm is alleen functioneel op de zeldzame momenten waarop hij of zij zich expliciet tot de camera wendt.

Dan wordt het publiek extra betrokken bij wat deze twee in de ander weten los te maken.