Veerkracht is de redding van Haïti

Nu is de vrees dat de cholera-epidemie van 2010 opnieuw uitbreekt op Haïti, zegt Annalisa Lombardo, van het Rode Kruis.

Foto HECTOR RETAMAL/AFP

De verwoesting die is aangericht door de orkaan Matthew in Haïti dreigt te leiden tot een humanitaire ramp wegens een nijpend tekort aan schoon drinkwater in het getroffen gebied. Dat zegt Annalisa Lombardo. Zij is vertegenwoordiger van het Nederlandse Rode Kruis in het land. Het zuidwestelijke deel van Haïti, dat het zwaarst is getroffen door de orkaan, loopt volgens haar groot gevaar op een uitbraak van cholera – een ziekte die een aanhoudend probleem vormt sinds de zware aardbeving van 2010.

„Haïti heeft al sinds 2010 te maken met een cholera-epidemie”, zegt Lombardo telefonisch vanuit de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince, van waaruit ze de situatie in het rampgebied volgt en actief is bij de coördinatie van hulpverlening. „We zijn bang dat dat veel erger wordt. Haïti is een land met slechte infrastructuur. Toegang tot schoon drinkwater is al in normale tijden een probleem.”

Onder de eerste prioriteiten voor de hulpverlening in Haïti is dan ook om de bevolking van het getroffen gebied te voorzien van schoon drinkwater, zegt Lombardo – vooral door de verspreiding van middelen waarmee water ter plekke kan worden gezuiverd.

Nu de orkaan zich heeft verplaatst in de richting van de Amerikaanse staat Florida, en het getroffen gebied weer langzaam in contact komt met de buitenwereld, ontstaat een beeld van de omvang van de schade in Haïti. Het is het armste land van het Westelijk Halfrond, met zeer beperkte middelen om dit soort klappen op te vangen. Het land is nooit volledig hersteld van de zware aardbeving in 2010. Daarbij kwamen 200.000 mensen om en werd grote verwoesting aangericht.

Het dodental van de storm is de afgelopen dagen flink opgelopen, vrijdagavond inmiddels tot naar schatting 800. Sinds Matthew dinsdagavond aan land kwam, was de regio afgesloten van de buitenwereld. „Alle verbindingen waren verbroken, zowel telecommunicatie als de wegverbinding”, zegt Lombardo, die al ruim acht jaar in Haïti werkzaam is – ze heeft ook de aardbeving meegemaakt. Collega’s van het Rode Kruis zijn met helikopters naar het rampgebied geweest om de schade te inventariseren.

Hoe is de situatie ter plekke?

„Het lijkt erop dat tachtig procent van de huizen in het getroffen gebied hun daken hebben verloren. Dus naast drinkwater is ook onderdak een dringende kwestie. Een belangrijke brug op de weg naar Port-au-Prince is ingestort, maar mensen kunnen de rivier daar nu wel weer over. De zuidelijke stad Jérémie is verwoest, huizen hebben geen daken meer en bomen zijn allemaal omgewaaid.”

Hoe verschilt deze ramp van de aardbeving van 2010?

„Een belangrijk verschil is dat de hoofdstad Port-au-Prince nu niet ernstig is getroffen. Bij de aardbeving was dat wel het geval. Daardoor is er nu een sterkere capaciteit om het hulpwerk te coördineren. Die was er in 2010 niet. De steden die nu het zwaarst getroffen zijn, Les Cayes en Jérémie, waren juist relatief gespaard bij de aardbeving.”

De hulpverlening na de aardbeving is zwaar bekritiseerd als ineffectief. Wat is er van die ervaring geleerd?

„Haïti kan nauwelijks op dat soort ervaring voortbouwen. Het historische en institutionele geheugen is zwak. Toch hebben we lessen geleerd. We moeten niet aankomen met oplossingen van bovenaf. Het is belangrijk dat de coördinatie via de nationale autoriteiten loopt.”

Hoe reageren Haïtianen erop dat een nieuwe ramp hun land treft?

„Ze zijn er aan gewend. Veel mensen omschrijven Haïtianen als zeer veerkrachtig. Daar ben ik het mee eens. Ze hebben solidariteit, kunnen elkaar helpen in tijden van nood. Maar Haïtianen zouden erom glimlachen veerkrachtig te worden genoemd. Want ze hebben geen andere keus dan veerkrachtig te zijn.”