Tv-makers bezorgd over nieuw subsidiefonds NPO

Mediafonds

Wie een mooie documentaire of tv-serie wilde maken kon extra geld krijgen van het Mediafonds. Dat verandert vanaf 1 januari.

Regisseurs Niki Padidar (met paardenhoofd) en Laura Hermanides in 'De kunst van het maken', een interviewreeks gemaakt voor het afscheid van het Mediafonds.

Je kunt er ook een feestelijk einde van maken. Het Mediafonds, dat extra geld geeft aan tv-makers om bijzondere documentaires en tv-series te maken, moet eind dit jaar stoppen van de regering. Om dat einde te markeren, houdt het fonds vrijdagmiddag in Amsterdam het This is Media-festival. De VPRO zendt zaterdag De nacht van het Mediafonds uit: een keur van de vierduizend programma’s die het fonds financierde.

Regisseurs, scenarioschrijvers en omroepmensen loven desgevraagd het fonds en betreuren het einde. Zonder de steun van het fonds, zeggen ze, was veel gedenkwaardige televisie nooit gemaakt. Juist bij een massamedium – waar al snel de kijkcijfers prevaleren – moet je artistieke kwaliteit, ontwikkeling en experiment financieel extra ondersteunen.

En dat kan veel schelen: voor een uur documentaire op NPO 1 heeft de omroep 40.000 euro over; het Mediafonds kan dat verhogen tot zo’n 2 ton. Voor een tv-serie kan het fonds een budget van 2,5 ton per aflevering verdubbelen naar 5 ton. Om één direct voordeel te noemen: met dat geld kun je een serie ook eens op een andere plaats of in een andere tijd laten spelen. Scenarioschrijver Frank Ketelaar (Overspel, De Prooi): „Zonder dat extra geld speelt al het tv-drama zich af in het Amsterdam van nu.”

Is dat voorbij nu het fonds verdwijnt? Zeker niet. Zodra het Mediafonds op 31 december in Amsterdam zijn deur sluit, opent de opvolger zijn kantoor in Hilversum. Het NPO-fonds, opgericht door de publieke omroep, heeft een soortgelijke taak en hetzelfde budget: 16 miljoen per jaar. Dat gaat dan wel af van het gewone programmabudget.

kunst-van-het-maken-3

Hoewel de tv-makers blij en opgelucht zijn dat de NPO zo de goede werken van het Mediafonds wil voorzetten, is er ook ongerustheid. Blijft de kwaliteit en het experiment wel voorop staan? Zal het nieuwe fonds, nu het onderdeel van de NPO wordt, wel onafhankelijk kunnen uitdelen? Het Mediafonds speelde een vrije rol juist omdat het los stond van de publieke omroep. Scenarioschrijver Robert Alberdingk Thijm (Duya & Desi, De Daltons, A’dam – E.V.A.): „Je moet je eigen oppositie organiseren, iets dat buiten je staat; dat houd je scherp.”

Documentairemaker Sunny Bergman (Sletvrees, Zwart als roet) verwoordt de vrees: „Het Mediafonds heeft een grote expertise opgebouwd die nu verloren gaat. Bovendien komt er nu nóg meer macht bij de NPO te liggen.” Bergmans VPRO en andere omroepen ageren al langer tegen de centralisatie in Hilversum.

Volgens andere omroepmensen zit het echter wel snor met die onafhankelijkheid: de drie commissies (documentaire, series en radio) bestaan uit onafhankelijke regisseurs en andere betrokkenen uit de tv- en filmwereld. Zij geven bindend advies over het toekennen van de subsidies. Het NPO-bestuur beslist, maar kan een advies alleen op formele gronden naast zich neerleggen. De woordvoerder van de NPO: „Er is geen sprake van meer macht. De NPO heeft geen invloed op de adviezen van de commissies.”

En de kwaliteit? Omdat het NPO Fonds verschillende neventaken laat vallen (debatten, workshops, games, online- en crossmediale producties) blijft er meer geld over voor de tv-programma’s. Dat is dus goed voor de tv, zou je zeggen. Maar Joost de Wolf, als hoofd drama van de VPRO grootafnemer van het Mediafonds, vreest minder vrijzinnigheid: „Het NPO-fonds richt zich vermoedelijk meer op langlopende middle of the road-series.” Zijn collega Barbara Truyen, hoofd documentaire van de VPRO, vindt alle kritiek voorbarig: „Allemaal angst en emoties. Wees nou blij dat die 16 miljoen gewaarborgd blijft.”

kunst-vh-maken-4

De lijst commissieleden stelt de betrokkenen enigszins gerust: allemaal collega’s in wier handen ze met een gerust hart hun lot leggen. Die adviseurs krijgen het wel drukker: het Mediafonds had 130 adviseurs, het NPO Fonds heeft er 21. Bij het Mediafonds werkten veertien mensen, bij het NPO-fonds twee. De woordvoerder van de NPO: „We willen de overhead zo klein mogelijk houden en dus de organisatie zo lean en mean mogelijk.”

Ongerustheid is er ook over de continuïteit. Algemeen secretaris Hanneke Bouwsema treedt pas aan op 7 november en wil tot die tijd niets zeggen. Ondertussen zitten de tv-makers met een aanvraag-gat. Bij het Mediafonds kan al vanaf 1 juli geen subsidie meer worden aangevraagd, en het nieuwe fonds begint op 1 januari. Tv-makers kunnen dus een half jaar bij geen van beide terecht.

De NPO-woordvoerder belooft nu dat de aanvraagformulieren binnenkort klaar zijn en dat het aanvragen voor ‘ontwikkeling documentaire’ „over enkele weken” kan beginnen. Op 17 november houdt Bouwsema een informatie-avond op het documentairefestival IDFA.