‘Toen Eric kwam dacht ik: gelukkig, dit is prettig’

Spitsuur

Liesbeth Honders (58) en Eric Bos (74), waren allebei getrouwd, maar niet in al te gelukkige huwelijken. Eric kwam bij Liesbeth in het atelier te werken, en van het een kwam het ander. „Sinds 2009 hebben we een relatie.”

Foto David Galjaard

Elkaar voorlezen

Eric: „Voordat we gaan slapen, lees ik Liesbeth eerst voor. Daar zijn we mee begonnen toen we elkaar net kenden. We zaten in een roeibootje en ik had het boek Lady Chatterley’s Lover bij me. Sindsdien zijn we het blijven doen, met boeken zoals de briefwisseling tussen George Sand en Gustave Flaubert, of De dagboeken van de gebroeders Goncourt.”

Liesbeth: „Het duurt meestal een kwartiertje voordat ik in slaap val. Maar dat hangt van het boek af. Hoe leuker het is, hoe langer ik wakker blijf.”

Eric: „We houden van kunst, muziek en boeken. We hebben beide de kunstacademie gedaan, en schilderen allebei. Ik ben jarenlang kunstjournalist geweest, dus ik heb een brede smaak: van modern en experimenteel tot negentiende-eeuws.”

Liesbeth: „Ik ben meer geïnteresseerd in vrouwen en kunst, daar is soms weinig aandacht voor. Ik heb bijvoorbeeld een project gedaan waarvoor ik 24 vrouwen schilderde, die ik zelf bewonder.”

Eric: „We kunnen van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat met kunst bezig zijn, zonder schuldgevoel omdat je partner het niet leuk vindt.”

Liesbeth: „Toen we elkaar leerden kennen bleek ook dat we heel veel boeken dubbel hadden. Al heeft hij van alles net iets méér: meer boeken, meer kennis. Maar qua muzieksmaak zitten we gelijk. En ook wat betreft onze energie trouwens.”

Samen een atelier

Eric: „We waren allebei getrouwd, maar niet in al te gelukkige huwelijken. Ik kreeg de tip van een vrije plek in een atelierruimte, die ik zou delen met een andere kunstenaar. Zo kwam ik bij Liesbeth in het atelier.”

Liesbeth: „Ik kende hem van zijn teksten in het Dagblad van het Noorden, waarin hij een kunstcolumn heeft. Een atelier delen vond ik eerst wel spannend, ik wilde even kijken hoe dat ging. Maar toen Eric kwam dacht ik: gelukkig, dit is prettig. Langzamerhand werd het meer. Sinds 2009 hebben we een relatie.”

Eric: „Toen zijn we samen in een mooi bovenhuis gaan wonen in Groningen. Het is een prettige stad, en ons werk is hier natuurlijk.”

Liesbeth: „En mijn kinderen kunnen dan makkelijk langskomen.”

Eric: „We hebben allebei kinderen uit onze huwelijken, en ik heb inmiddels drie kleinkinderen. We bellen ongeveer twee keer in de week met ze, we zien ze op verjaardagen of in de vakantie.”

Liesbeth: „Onze kinderen wonen vrij verspreid over Nederland. Ze hebben een eigen leven, en wij ook. Ik vind het niet prettig als ze het gevoel hebben dat ze naar ons toe moeten komen, ik wil dat ze komen als ze dat leuk vinden. En het bijzondere is: als er iets is, dan zijn ze er ineens allemaal.”

Teken- en schilderlessen

Eric: „Ik heb afgelopen half jaar twee schilderijen verkocht, en Liesbeth ook eentje.”

Liesbeth: „Dat is uniek hoor.”

Eric: „De verkoop loopt niet zo hard, dat zie ik ook bij andere kunstenaars. Het komt door het ingezakte kunstklimaat van de laatste jaren. Daarom zijn we dit jaar ‘Onderneming op Kunstgebied’ begonnen in ons pandje. Boven hebben we ons atelier, beneden geven we lezingen en teken- en schilderlessen. We komen nu rond van mijn pensioen en van het lesgeven. Dat gaat goed.”

Liesbeth: „Heel harmonisch zelfs, werk en thuis lopen in elkaar over.”

Eric: „Als ik het nodig heb geconcentreerd te werken, als ik aan een roman schrijf bijvoorbeeld, dan blijf ik thuis en gaat Liesbeth naar het atelier. Of andersom. Dat gaat vanzelf, we hoeven het niet eens uit te spreken.”

Liesbeth: „Ook thuis gaat dat zo. Dan werk ik in de achterkamer, en Eric in de voorkamer.”

Een overvol huis

Eric: „Liesbeth doet het meeste in het huishouden, al zou ik dat wel anders willen.”

Liesbeth: „Hij heeft last van zijn rug, en ik vind het ook geen punt. Hij doet andere dingen, zoals afstoffen terwijl hij aan het bellen is. En onze boodschappen doen we meestal samen.”

Eric: „We hebben er ook geen onenigheid over. We doen het op het moment dat het uitkomt. Soms kook ik, soms kookt Liesbeth. We hebben allebei onze eigen gerechten die we goed maken, dus het ligt er maar net aan waar we zin in hebben. Het gaat zo vanzelf.”

Eric: „We zijn allebei wel enorme rommelpotten, dus het kan heel lang rommelig blijven zonder dat we ons eraan ergeren.”

Liesbeth: „Mijn zoon kwam laatst bij ons thuis, en die zei: ‘Het huis wordt wel vol hoor’.”

Eric: „Ja, aan de reacties van onze kinderen merken we dat we wel veel spullen hebben. Maar je neemt ook je geschiedenis met je mee natuurlijk. We schilderen ons huis ook vol.”

Liesbeth: „Hij bedoelt de wanden, de muur, de deuren…”

Eric: „Dat is een van mijn eigenaardigheden. Ik vind het ook leuk om zo’n schilderij echt op de muur te schilderen.”

Liesbeth: „Soms kopen we ook iets.”

Eric: „We hebben niet zo’n groot budget, maar als we een kunstwerk echt graag willen hebben, kopen we het ook gewoon. We hebben laatst een werk gekocht van Kenne Grégroire.”

Liesbeth: „Dat hadden we onafhankelijk van elkaar gezien en vonden we allebei zo mooi. Het is het plafond van een oud Frans kerkje. De lichtval is prachtig.”

Eric: „Het is een heel sprankelend schilderij. Weet je wat het is? Ik denk vaak bij kunst: dat zou ik zó graag willen hebben. En meteen daarna denk ik dan: maar dat kan ik ook eerst zelf proberen te maken.”