Toch extra onderzoek naar korrels kunstgrasvelden

Het RIVM ziet vooralsnog geen bewijs voor de schadelijkheid van de korrels.

Laurens van Putten/ANP

Minister Edith Schippers (Sport, VVD) heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vrijdag opdracht gegeven nogmaals onderzoek te doen naar de rubberkorrels op kunstgrasvelden. Aanleiding voor de zorgen is een uitzending van Zembla woensdag. Daarin zeiden wetenschappers dat het RIVM nooit goed heeft onderzocht of kankerverwekkende stoffen in dit zogeheten rubbergranulaat in het lichaam van sporters terecht kunnen komen. Het onderzoek moet nog voor het einde van dit jaar klaar zijn.

Het RIVM ziet vooralsnog geen bewijs voor de schadelijkheid van de korrels, ook niet na de uitzending van Zembla. Er loopt al een groter Europees onderzoek naar de rubberkorrels, zegt het RIVM, maar daarop wil Schippers niet wachten. De uitkomsten hiervan worden begin 2017 verwacht. Schippers kan zich de ongerustheid van veel ouders van sportende kinderen voorstellen en wil dat het RIVM er snel “een schepje bovenop doet”.

De minister neemt het het RIVM niet kwalijk dat het instituut de korrels maar “oppervlakkig” heeft onderzocht. Dat zou gebruikelijk zijn bij stoffen die niet onder bijzondere verdenking staan. Nu moeten onderzoekers tientallen sportvelden onderzoeken en veel meer specialisten aan het woord laten.

De reden voor het gebruik van rubberen korrels op kunstgrasvelden is dat de bal daardoor beter zou stuiteren en voetballers er betere slidings op kunnen maken.

Woensdag riep voetbalbond KNVB het RIVM al op extra onderzoek doen naar eventuele gezondheidsrisico’s van rubberen korreltjes:

“Hoewel in de uitzending van Zembla niet wetenschappelijk wordt aangetoond dat de rubberen korrels gezondheidsrisico’s met zich meebrengen, vindt de KNVB dat het RIVM de bevindingen uit het programma Zembla zorgvuldig moet bekijken en indien nodig vervolgonderzoek moet doen. Meer onderzoek levert meer informatie op. Dat draagt bij aan meer zekerheid over de veiligheid en gezondheid op de Nederlandse velden voor de sporters.”