Recensie

Scherven krijgen stem in verhaal over 3.000 jaar dagelijks leven

In Leidsche Rijn bij Utrecht wonen al 3.000 jaar mensen. Hoe hun dagelijks leven eruit zag is nu te zien in museum Castellum Hoge Woerd. Bij deze tentoonstelling worden alledaagse voorwerpen buitengewoon opwindend.

©

De grond onder wat nu de Utrechtse wijk Leidsche Rijn heet, heeft bij bijna honderd opgravingen meer dan 100.000 vondsten opgeleverd. „De bodem [hier] is voor archeologen een ware schatkamer”, valt te lezen in een net geopende vleugel van museum Castellum Hoge Woerd in Utrecht. Daar vertelt een permanente tentoonstelling het verhaal over hoe mensen al 3.000 jaar wonen in dit stroomgebied van de Rijn.

Dat verhaal is lastig te vertellen, want die prachtige kledingspelden, potten en munten zijn nu eenmaal zonder gebruiksaanwijzing tevoorschijn gekomen. „Dingen praten niet, ook/ oude dingen zeggen niets”, valt dan ook te lezen in een gedicht van archeoloog-dichter Esther Jansma, „ze hebben onze ogen,/ onze handen nodig” – om tot leven te worden gebracht. De tentoonstellingmakers moeten daarbij hun verbeelding laten werken, maar zonder zomaar iets te verzinnen.

Dat verbeelding zonder verzinsels heel goed mogelijk is hebben ze in Castellum Hoge Woerd al bewezen met het Romeinse vrachtschip elders in het museum. De houten boot ligt er op doorzichtige steunen zo naturel bij dat ie elk moment lijkt te kunnen wegvaren; terwijl de heldere teksten maken dat je het schip voor je geestesoog ziet glijden over de ondiepe wateren van lang geleden.

De 25 meter lange boot is een echt geschenk van de geschiedenis, want zelfs de keukenkast is bewaard gebleven en een wijnkruik blijkt afkomstig uit de kelder van een Romeinse keizer, Caligula. De vraag is dus: kunnen de tentoonstellingmakers de geschiedenis ook tot leven wekken met veel gewonere voorwerpen, die soms niet meer zijn dan fragmenten en scherven? Het antwoord is volmondig: ja.

De makers volbrengen dit huzarenstuk met spectaculaire nieuwe media, zoals hologrammen en interactieve computerschermen. Ze vertellen het verhaal ook met simpele klassieke methoden, die een slimme twist hebben gekregen.

Zo’n simpele slimme vertelvorm is bijvoorbeeld een vitrine met Middeleeuwse muntjes. Die liggen niet netjes uitgestald in papieren cassettes, maar op een hoopje en zijn in het halfduister feeëriek aangelicht van onderen. Daardoor zie je ineens voor je hoe zo’n hoopje ooit op tafel gelegen kan hebben, tussen twee handelaren in.

Spectaculair is de animatie, die in het begin van de tentoonstelling wordt vertoond op een panoramascherm in een koepel. Om je heen zie je mensen leven en werken in de bronstijd, de Romeinse tijd, de vroege Middeleeuwen met ontvolking, de latere Middeleeuwen met de bloei, het industriële tijdperk en uiteindelijk de aanleg van de woonwijk. In de film zit een mooi motief: het hertengewei dat jagers in de bronstijd bewerken wordt 3.000 jaar later door archeologen opgegraven.

Het gewei-motief duikt vaker op in de expositie. Een Middeleeuws hertengewei is met een steen puntig gemaakt ( „functie is onbekend”). Een elandengewei wordt getoond in een metalen frame in de vorm van het silhouet van een eland. Daardoor zie je voor je hoe de eland door de bossen dwaalde. Dit laat zien hoe de tentoonstelling de beelden niet voor invult, maar je fantastie prikkelt zelf beelden te maken.

Kroonjuwelen uit de Romeinse tijd zijn een schitterende speer en een sierzwaard – waarschijnlijk offerstukken. Kenmerkender voor de tentoonstelling is echter een touchscreen met een ‘schrijfplankje’, waarmee jezelf in Romeins schrijfschrift een mail kunt sturen. Het lukt. In de inbox staat ‘gekrast’: „Dingen praten niet.” Maar het is niet waar: hier spreken de dingen luid.