Recensie

Prettige provocaties, vervelende valkuilen

Recensie In zijn nieuwe boek Ons creatieve brein schrijft Dick Swaab minder over creativiteit dan over hersenonderzoek. Soms doet hij dat prettig provocerend. Vaker vervalt hij in herhaling, trapt hij in valkuilen en redeneert hij als een klassieke, romantische westerling.

Foto: Merlijn Doomernik

Dick Swaab is de beroemdste neurobioloog van Nederland en omstreken. Dat heeft hij te danken aan zijn boek Wij zijn ons brein uit 2010, waarvan meer dan 450.000 exemplaren zijn verkocht. De dikkere opvolger ligt nu in de boekwinkels. Hij heet Ons creatieve brein. Al vroeg in het nieuwe boek breidt Swaab zijn veel bekritiseerde leus ‘Wij zijn ons brein’ uit naar ‘Wij zijn ons creatieve brein’.

De boektitel is verraderlijk. Verwacht geen diepgaande behandeling van creativiteit. Swaabs nieuwe boek gaat veel meer over hersenziekte en over hersenontwikkeling en over de invloed van kunst, dansen en muziek daarop. De eerste zin van dit artikel is de eerste zin op de flaptekst van het nieuwe boek.

Veel onderwerpen uit Swaabs eerste succesboek komen terug: alzheimer, autisme, schizofrenie, de dood, religie, agressie en puberen, placebo’s en homo- en transseksualiteit. En natuurlijk de vrije wil, zijn absolute stokpaardje, waarvan hij zegt dat die een illusie is.

Die herhaling is niet altijd storend en soms is Swaab een prettige provocateur. Zo schrijft hij een paragraaf die begint met de opmerking dat de meeste volwassenen met psychopathische kenmerken niet in de gevangenis zitten. Wel zijn er veel in de top van multinationals en banken te vinden en in de politiek.

Even vrolijk is de tekst over zijn bezoek aan Harderwijk – Swaab is prominent aanwezig in zijn boek, wat zo’n flaptekstzin ook al doet vermoeden – waar homoseksuelen met een gereformeerde achtergrond samenkwamen. Swaab heeft als hersenonderzoeker zelf aangetoond dat homoseksualiteit en genderindentiteit aangeboren zijn. Maar er is nooit gevonden dat religie aangeboren is. „Ik heb ze verteld dat ik denk dat je het geloof wellicht makkelijker van je af kunt werpen dan de prenatale programmering van de seksuele oriëntatie. Er zijn heel wat meer mensen uit het geloof gestapt dan er van homoseksueel heteroseksueel zijn geworden.

Mooie hersenplaatjes zeggen weinig

Scherpe passages zijn jammer genoeg zeldzaam. Bladzijden lang leest het boek als aaneengeregen korte samenvattingen van recente wetenschappelijke artikelen over hersenprocessen. Over posttraumatische stress (PTSS) staat er dan: „Veteranen die als kind getraumatiseerd waren, hadden een dunnere hersenschors in de paracentrale en voorste cingulaire cortex. Hoe dunner de cortex, hoe ernstiger hun PTSS was. Ook de hippocampus- en amygdalagrootte waren in deze groep gecorreleerd aan de ernst van PTSS.”

Swaab stapt hier met zijn lezers met open ogen in de val van het moderne hersenonderzoek. Dat produceert mooie plaatjes van de hersenen van levende mensen. Het zijn plaatjes die zenuwbanen en de grootte van hersenonderdelen laten zien. Of verhoogde of verlaagde activiteit in bepaalde hersengebiedjes als die mensen in de scanner iets doen, ergens naar kijken of ergens aan denken.

Mooi. Erg mooi. Maar er zijn veel interpretatieproblemen en individuele verschillen. Swaab kan weinig anders dan opsommen wat de plaatjes laten zien.

Het boek is ook dik door veel herhalingen. Vooral waar Swaab moeite heeft tot een scherpe conclusie te komen, wat nogal eens het geval is. In de 2,5 tekstpagina’s over ‘vrije wil en straf’ staat vijf keer dat we delinquenten op de juiste wijze moeten straffen. Voor wie, zoals Swaab, de vrije wil een illusie noemt, is straffen een probleem. Want wie geen vrije wil heeft is, kortweg gezegd, niet toerekeningsvatbaar. Swaab vindt straffen terecht, vanwege de schade die een misdadiger de maatschappij berokkende.

In Wij zijn ons brein beredeneerde Swaab dat de vrije wil niet bestaat. Hij werd er hard op aangevallen. Het zit hem hoog en hij slaat terug. Hij begint ermee in de eerste alinea van zijn boek. Daar gaat het over de missionaris, martelaar en heilige Dionysius die rond 250 in Parijs werd onthoofd op een plek die hem niet beviel. Hij nam zijn hoofd op en liep nog enkele kilometers. Swaab: „Er lijkt daardoor nog heel wat mogelijk te zijn zonder brein.” Hij zet zijn critici meteen weg als gelovigen. En geloof, weten we al, daar heeft hij niet veel mee op.

Een discussie over de vrije wil prikkelt altijd. Swaab noemt zich met trots neurodeterminist, maar hij vindt niet dat ons lot al bij de geboorte vastligt. Onze hersenen pikken signalen uit de omgeving op en mengen die met wat we al hebben meegemaakt. En beïnvloed door onze genetische aanleg komen we tot een besluit. Miljoenen keren per dag. Meestal volautomatisch. Waardoor ook ons hart klopt, per slot van rekening.

De grote vraag over de vrije wil is in het hersenonderzoek: hebben we de als bewust ervaren beslissingen in feite al onbewust genomen voordat we die beslissing bewust ervaren? Laboratoriumexperimenten met snelle proefjes wijzen uit dat het bewustzijn ná de beslissing komt.

Lees het interview met Dick Swaab: Alles is stoffelijk

So what? Die proefjes hebben weinig te maken met wat wij in het dagelijks leven onder vrije wil bestaan: de keus van een partner, een studie, een sollicitatie, een woonplaats, de route die we vandaag fietsen, wat we gaan eten, welke woorden we typen. Verzin eens een goed experiment, hersenonderzoekers.

De hoofdstukken over creativiteit stellen teleur doordat Swaab strikt vanuit de traditie van de klassieke, om niet te zeggen romantische westerling naar kunst, wetenschap en creativiteit kijkt. Hij heeft het niet op abstracte kunst. Hij koppelt kunst en wetenschap ook zo veel mogelijk los van maatschappelijke invloed. Dan volgt de conclusie dat „de mate waarin schoonheid wordt ervaren dus inderdaad wordt bepaald door het brein van de ontvanger.” En ook hierin hebben we geen vrije keus, vindt Swaab.

In zijn dankwoord schrijft Swaab over Bertram Mourits, de hoofdredacteur van zijn uitgeverij, „die me telkens weer welgemoed wist te wijzen op de goede kanten van ingrijpende veranderingen. (…) Op het laatst kreeg ik zelfs het idee dat het hem zwaar viel het boek uit handen te geven en naar de drukker te loodsen.” In die zinnen schuilt waarschijnlijk de tragiek van de uitgever die weet dat hij voor een volgend commercieel succes een onaf boek de wereld in moet sturen.

Lees over de storende foutjes in het boek: DNA, kaas & intelligentie: de kleine foutjes die gaan storen