Oorlog in de islamologie: haters tegen wegkijkers

Islamonderzoek Nederlandse wetenschappers deinzen terug voor kritiek op moslims, zegt promovendus Machteld Zee. Onzin, aldus de aangesprokenen.

©

‘Nuttige idioten’ noemde Lenin de westerse intellectuelen die indertijd het communisme steunden. De Sovjets gebruikten ze als bondgenoten in het bespelen van het Westen. En nu is een nieuwe lichting ‘nuttige idioten’ opgestaan, schrijft Machteld Zee in haar boek Heilige Identiteiten. Ze heeft het over wetenschappers, politici en opiniemakers die zich bewust zouden onthouden van kritiek op moslims en hiermee zouden bijdragen aan de groei van de fundamentalistische islam.

Het boek en het interview dat Zee erover gaf aan het Algemeen Dagblad, leidde deze week tot een golf van reacties. De politicologe noemde als voorbeeld de shariarechtbanken die moslims in het Verenigd Koninkrijk hebben. Veel islamwetenschappers zouden hier welwillend tegenover staan, terwijl de shariarechtspraak volgens Zee in strijd is met seculiere wetgeving.

Collega-wetenschappers reageerden als door een wesp gestoken. Annelies Moors, antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), twijfelt aan de wetenschappelijkheid van Zee’s onderzoek: „Ze is maar twee dagen bij die sharia councils geweest.” UvA-antropoloog Martijn Dekker wees erop dat Zee heeft gestudeerd bij rechtsgeleerde Paul Cliteur, aan de Universiteit Leiden. „Als je ‘wetenschappelijke’ onderbouwing van je xenofobe denkbeelden nodig hebt, dan weet je waar je wezen moet”, schreef Dekker.

Er zijn meerdere kampen

Zee’s beschuldigingen en de reacties daarop laten zien hoe de gepolariseerde maatschappelijke discussie over de islam haar weerslag heeft op de wetenschap. Islamdeskundigen zijn hopeloos verdeeld en trekken openlijk elkaars deskundigheid in twijfel.

Het islamveld kent meerdere kampen. In het ene uiterste ligt ‘kamp Leiden’, met rechtsgeleerden Afshin Ellian en Paul Cliteur, die felle kritiek op de islam leveren. Zij voelen zich een roepende in de woestijn van een overwegend linkse academische wereld.

Het andere uiterste is ‘kamp UvA’, waartoe in elk geval de antropologen Annelies Moors, Martijn de Koning en Ineke Roex gerekend kunnen worden. Zij vinden dat er te paniekerig wordt gedaan over de islam en maken zich vooral druk over islamofobie, discriminatie en stigmatisering van moslims. Ook zíj voelen zich roepende in de woestijn van een samenleving waar angst is voor de islam.

Verschil in politieke opvattingen was er altijd al, zegt Nico Landman, universitair hoofddocent islamologie aan de Universiteit Utrecht, maar volgens hem is de afstand gegroeid. „Het worden twee gesloten circuits die onderling niet meer met elkaar praten. Dat vind ik jammer.”

Zee wil zelf niet reageren op het debat dat is ontstaan naar aanleiding van haar boek. Dat religiewetenschappers moslims de hand boven het hoofd houden, zoals zij schrijft, klopt volgens Landman niet. „Als je publicaties van islamologen in Nederland bekijkt, heeft dat geenszins het karakter van alles maar goedpraten.” Wel begrijpt hij kritiek op antropologen zoals Moors, De Koning en Roex. Zij kruipen voor hun onderzoeken in de huid van ultraorthodoxe moslims om hen beter te kunnen begrijpen. „Dat leidt automatisch tot een beperkte distantie”, zegt Landman, „en het risico daarvan is dat je te veel meegaat met hoe je onderzoeksobjecten de wereld zien. Dat je je als het ware laat inpakken.”

Dat is ook het verwijt dat Tilburgse arabist Jan Jaap de Ruiter deze antropologen maakt. „Iemand als Annelies Moors zou toch ook eens kunnen vaststellen dat veel orthodoxe moslima’s vanuit het westerse perspectief heel ongelukkig zijn? Daar heeft zij geen oog voor in haar publicaties. Of waarom besteedt Martijn de Koning nooit eens aandacht aan het anti-democratische discours van salafisten? Dat is best iets om je zorgen over te maken. Maar als een salafist afkeer toont van de democratie, dan schrijft De Koning: die arme mensen vinden hun plek niet in de democratie. Dat komt omdat er een wolk van politieke correctheid boven dit debat hangt. Men durft geen kritiek op moslims te leveren, uit angst om in het verkeerde politieke hoekje terecht te komen.”

Annelies Moors herkent zich niet in de kritiek. „Blijkbaar wil De Ruiter graag dat ik normatieve uitspraken doe, in de trant van ‘deze vorm van islam is slecht’. Maar antropologen doen iets anders. Die proberen door middel van onderzoek te begrijpen hoe mensen zelf hun geloof leven en beleven. Dat betekent dat je niet begint met je eigen mening, maar dat je open vragen stelt aan orthodoxe vrouwen om te begrijpen hoe zij tot bepaalde keuzes komen.”

Iedereen is voor diversiteit

Normatieve uitspraken doen over de islam is voor meer wetenschappers not done. Toch is er meer aan de hand dan dat islamwetenschappers geen morele oordelen willen vellen. Want als Thijl Sunier in een zaal masterstudenten vraagt of zij diversiteit goed of slecht vinden, dan is iedereen vóór diversiteit. „Dan vraag ik me af: Vinden ze dat écht, of durven ze zich niet uit te spreken?”, vraagt de hoogleraar culturele antropologie aan de Vrije Universiteit zich af. „Diversiteit is natuurlijk niet alleen maar geweldig. Er zijn ook grote problemen. Dúrven studenten er wel hun vraagtekens bij te zetten? Hebben ze het gevoel dat ze diversiteit fantástisch moeten vinden?”

De meeste academici tonen in elk geval „begrip voor pluriformiteit in de samenleving” – dus ook voor moslims. Het is een reactie op de „islamofobe houding van de pers”, zegt Ruud Peters, emeritus-hoogleraar islamitisch recht aan de UvA. „Een deel van die islamwetenschappers verzet zich daartegen. Misschien dat ze daarin te ver doorslaan, maar er hangt een zeer anti-islamitische stemming in Nederland. Wetenschappers zeggen: ‘Ja hallo, er wordt ontzettend gegeneraliseerd, maar wij zien in onze onderzoeken dat dat niet helemaal klopt.’ Ze willen de publieke opinie bijstellen.”

Het felle islamdebat maakt onderzoek naar moslims eigenlijk per definitie omstreden. „Het hele debat onder arabisten is te veel gepolitiseerd geraakt: of je bent een wegkijker, of een islamhater. Meer smaken zijn er niet.”, zegt de Tilburgse arabist Jan Jaap de Ruiter.