Tassen en ijsjes komen straks uit het kweekbakje

Biotechnologie

Schoenen uit de huidstamcellen van koeien en ijsjes en eieren uit gist – na de hamburgers van kweekvlees zet opmars van de ‘cellulaire landbouw’ verder door. Pioniers zetten nu de stap van kweekbakje in het laboratorium naar winkelschappen en kantoor.

Kweekvlees. Foto Patrick Post.

Het is leer, maar ook weer niet. Het is het nieuwe product van Modern Meadow in New York. Deze startup maakt leerachtig materiaal door huid te kweken uit koeiencellen. Inmiddels heeft het bedrijf op congressen al lapjes zacht en soepel bruin leer laten zien, en ook dik stevig leer en dun doorzichtig leer. „Aan gekweekt huid zitten geen haren, vlees of vetten die met chemicaliën moeten worden weggewassen”, noemt oprichter Andras Forgacs als een van de milieuvoordelen.

Het leerachtig materiaal van Modern Meadow (Moderne Weide) is een van de producten van de zogenoemde ‘cellulaire landbouw’. Opvallend is hoe deze nieuwe landbouw wordt gestuurd door een handjevol startups. Behalve door Modern Meadow ook door Mosa Meat voor gekweekt hamburgergehakt in Maastricht. En door Supermeat voor gekweekt kippenvlees in Tel Aviv. In de Verenigde Staten zijn er tenminste vijf startups – voor vleesproducten, eierproducten, melkproducten en leer.

Al deze jonge bedrijven weten hoe ze geld van rijke Amerikanen of Aziaten moeten krijgen voor onderzoek en ontwikkeling. Maar Modern Meadow spant de kroon. Die heeft sinds haar oprichting in 2011 maar liefst 47 miljoen euro opgehaald voor onderzoek en ontwikkeling. Meer dan 10 miljoen kwam van Horizons Ventures – van de in Hong Kong wonende miljardair Li Ka-shing. Zijn fonds stak ook 3,6 miljoen euro in Perfect Day, dat melkeiwitten haalt uit genetisch gemodificeerde gist.

Kweekvlees

Het Nederlandse onderzoek naar kweekvlees kreeg in 2011 een impuls met 750.000 euro van Google-oprichter en miljardair Sergey Brin. Met zijn geld konden de Maastrichtse hoogleraar Mark Post en collega’s een paar ons hamburgervlees maken en in Londen aan de pers presenteren.

Maar ook met al dat geld, blijft het de vraag of deze nieuwe landbouw het gaat maken. In ieder geval worden de bedrijven in hun PR geholpen door het non-profit onderzoeksfonds New Harvest in New York. New Harvest werd in 2004 mede door Nederlanders opgericht. Nederland loopt, samen met de VS, nog steeds voorop in deze ontwikkeling. Niet toevallig ook dat de tweede internationale conferentie over kweekvlees komende week in Maastricht wordt gehouden.

New Harvest schrijft op zijn site dat de cellulaire landbouwbedrijven ‘exact dezelfde’ producten leveren als uit dieren: leer, melk, kippeneiwit, collageen (lijmvormend eiwit), vlees of gelatine. Maar dat is niet helemaal waar. In melk zitten bijvoorbeeld wel driehonderd verschillende eiwitten, terwijl in de melkproducten uit celkweken alleen de belangrijkste zitten.

Cellulaire landbouw, schrijft het fonds ook, ‘combineert de laatste ontwikkelingen in weefselkweek en synthetische biologie.’ Of echt de meest geavanceerde technologie wordt ingezet is moeilijk te verifiëren, want de Amerikaanse bedrijven willen niet meer informatie over hun onderzoek geven dan dat wat op internet is te vinden. Zeker is wel dát synthetische biologische en weefselkweektechnieken worden gebruikt. „Maar we noemen de bedrijven geen synthetisch biologische- of weefselkweekbedrijven”, zegt Ischa Datar, directeur van New Harvest via skype. „Het zijn gewoon zuivelbedrijven, eierbedrijven of vleesbedrijven.”

Namen zijn belangrijk voor het succes. Echt leer verkoopt beter dan nepleer. Maar juristen moeten zich nog buigen over de vraag of leer gemaakt van koeienhuidcellen – en niet van koeienhuid – leer mag worden genoemd. En zo kan een ‘zuivelbedrijf’ klanten meer aanspreken dan een ‘biotechnologiebedrijf’. Maar de zuivelindustrie is misschien niet blij met deze nieuwe concurrent, en zou die naamgeving kunnen aanvechten.

Wat de sector gaat helpen is dat dierlijke eiwitten uit celkweken niet helemaal nieuw zijn.. Zo is er al meer dan twintig jaar een dierlijk enzym uit een genetisch gemodificeerde gist op de markt, namelijk chymosine om kaas te stremmen. Dit enzym komt traditioneel uit de lebmaag van dode kalveren. Begin jaren tachtig slaagde het Nederlandse DSM (toen Gist Brocades) erin om het kalverenenzym te laten produceren door de gist Kluyveromyces lacti met daarin een koeiengen. Het gentech enzym is in Europa en de VS als veilig beoordeeld, en bedrijven hoeven niet op de verpakking te zetten dat het uit een genetisch gemodificeerd organisme komt. In veel landen wordt het nu gebruikt om kaas te maken.

Gentechnologie

Het Amerikaanse bedrijf Perfect Day haalt melkeiwitten uit genetisch gemodificeerde gist. Datar, die Perfect Day mede heeft opgericht, denkt niet dat gentech gistcellen als bron voor melk- of andere dierlijke eiwitten de marketing negatief beïnvloedt. „Nu zijn veel mensen nog kritisch over gentechnologie, maar wij werken voor de toekomst. En we weten niet of we straks nog wel zonder gentechnologie kunnen, gezien de bevolkingsgroei en klimaatveranderingen.”

Een door New Harvest gefinancierde studie van de universiteiten van Oxford en Amsterdam schat dat gekweekt vlees 99 procent minder land vraagt dan gewoon vlees, 82 tot 96 procent minder water, en 7 to 45 procent minder energie. (Environmental Science & Technology, juli 2011).

Maar op die cijfers valt nog wel wat af te dingen. Afhankelijk van het voer voor de celkweken – bijvoorbeeld suiker of landbouwafval – vragen celkweken meer of minder land. Verder vraagt het bouwen en warm houden van grote fermentoren nogal wat energie.

„Het is nog te vroeg om al een echt goede inschatting van de impact op het milieu te maken”, zegt filosofe Cor van de Weele, die onderzoek deed naar de acceptatie van kweekvlees. Van de Weele merkte in discussiegroepen met consumenten dat veel van de deelnemers kweekvlees aanvankelijk niet zo zagen zitten omdat het uit reactoren kwam. Maar al snel gingen ze het vergelijken met de intensieve veehouderij, en dan kwamen veel deelnemers positiever tegenover kweekvlees te staan. Ouderen, meer nog dan jongeren, zagen het aan het eind van de discussies vaak wel zitten dat MacDonald’s hamburgers van gekweekt vlees ging serveren. „We merkten hoeveel kritiek er in de groepen was op de huidige vleesproductie”, vertelt Van de Weele. „Dat doet vermoeden dat in de samenleving een grote onderstroom voor alternatieven is.”

Tegelijkertijd vindt de filosofe dat we het traditionele alternatief niet moeten vergeten: erwten, bonen en andere peulvruchten. „Die eten we steeds minder, terwijl uit oogpunt van duurzaamheid dat nog het beste alternatief is.”

De tweede internationale conferentie over kweekvlees wordt 9, 10 en 11 oktober gehouden in Maastricht. Informatie via https://culturedbeef.org