Recensie

‘Nee, we zijn niet te redden’

Interview

Hanya Yanagihara schreef een bestseller over vier vrienden, die zich niet van hun traumatische verleden kunnen bevrijden. ‘Wat doet het leven ons aan?’

Foto Lars van den Brink

Hanya Yanagihara (Los Angeles, 1974) is een vrolijk type. Maar nu kijkt ze bezorgd. „Ik zoek werk. De New-Yorkse tijdschriftenbranche ligt aan flarden. Ik ben mijn baan als editor kwijt.”

U kunt toch aan een volgend boek beginnen? „Niet zonder baan. Ik wil ergens werken, anders wordt het schrijven moeilijk.”

Ze is naar Amsterdam gekomen voor haar roman Een klein leven, die een miljoenenpubliek bereikte. Het is een kathedraal van een boek, met een man van smarten in het hart: Jude. Van buiten vol littekens, van binnen vol gruwelijke herinneringen. Briljant jurist, dat ook. Jude en zijn drie vrienden-voor-het-leven leiden grootse levens, met topcarrières als acteur, architect, beeldend kunstenaar.

„Zo is het leven in New York. Wie als student naar die stad komt, heeft enorme ambities, zonder houd je het er niet vol. Je verleden doet er niet toe, alleen het nu en het straks tellen. Je vindt jezelf opnieuw uit. Belangrijk daarbij en typisch New-Yorks zijn de constellaties van vrienden die allen geobsedeerd zijn door succes. Op diners wordt vooral gesproken over elkaars prestaties.”

U bent zelf ook een succes. Uw boek is een bestseller.

„Dat was een verrassing. Gebeurt zoiets dan weet je niet wat je overkomt en dat je er niet te veel over na moet denken. De treurige waarheid van de schrijver, ook van de schrijver met succes, is dat de wereld niet geïnteresseerd is. Bijna niemand leest, op een kleine groep mensen na die werkelijk om boeken geeft, en een iets grotere groep die er nieuwsgierig naar is. Ik heb het geluk dat mijn boek in beide groepen is opgemerkt. Maar meer vind ik er niet van. Een kunstenaar in New York moet uitkijken geen praalhans te worden.”

‘Een klein leven’ telt 750 pagina’s. Een dik boek. Wat voor structuur vraagt dat?

„Ik schreef zeven hoofdstukken, bestaand uit drie delen die elk weer in drieën uiteenvallen. Die structuur is stevig maar ook zo soepel dat ik er alles in kwijt kon, extremen, excessen, extravagantie. Toen ik met het boek begon, had ik de hoofdpersonen al: vier vrienden voor het leven. Geen ironische types die elkaar aftroeven, geen sitcom-boek. Het moest oprecht zijn, diepgravend, de lezer belonen met intimiteit. Ik wist ook dat het geleidelijk duisterder zou worden. De lezer zou zich voelen als een kreeft in een pan. Het wordt heter en heter en hij kan er niet uit. En ik ook niet.

„Ik mikte op een hedendaagse naturalistische roman, maar wel met hulp van de sprookjes van Grimm. Een vondeling. Geen ouders. Grote boze wolven. Een aantal zware beproevingen voor de held. En op dat alles volgt een onbevredigende afloop, zoals dat in sprookjes gaat, met dat onwaarschijnlijke ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’. Zo ziet Jude de wereld, zo beschrijf ik zijn geschiedenis.”

Vertel me over Jude, als baby gevonden naast een vuilnisbak. Of erin. Opgegroeid in een klooster.

„Er zijn hem als kind verschrikkelijke dingen overkomen. De enige reden is dat hij pech heeft gehad en dat is pas echt onverdraaglijk. Om de zinloosheid van zijn lijden te ondervangen, geeft hij zichzelf de schuld. De consequentie is dat hij zichzelf straft, bijvoorbeeld door zich uit te leveren aan mensen die hem slecht behandelen. Je kunt je afvragen of dit boek geloofwaardig is, maar daar gaat het niet om. Het gaat om dit personage, om Jude. Zijn trauma is waarachtig. Dat we nog nooit zoiets gehoord hebben, betekent niet dat het niet kan bestaan.”

Het geweld dat Jude heeft doorstaan, beschrijft u feitelijk. Zonder franje, niet sentimenteel, niet pornografisch. Wel uitvoerig.

„Het was choquerend om te schrijven, maar ook geweldig. Ik schreef die scènes heel snel, met het perspectief van het kind. Hem overkomt het, hij ondergaat het, maar interpreteert niet. Zo komt de lezer te weten wat de volwassen Jude zich niet meer wil herinneren en niet kan vertellen. Het is suspense: wat is er met hem gebeurd? Maar in algemenere zin betekent het: wat doet het leven ons aan? Redden we ons? Nee, is het antwoord, we zijn niet te redden. Maar we proberen het toch en de winst is een glorieuze reis.”

Een van de onderwerpen van dit boek is het collectieve sadisme in instellingen als een klooster en een kindertehuis.

„Zo gedragen mensen zich, tenzij ze ervoor kiezen dat niet te doen. Helaas voor Jude kiezen er niet veel mensen voor om er vanaf te zien. Ze voelen zich machteloos, sluiten zich aan bij de daders en pakken de zwakkeling met nóg minder macht.”

Het moeilijkst om te lezen vond ik wat Jude doormaakt in de handen van een Marc Dutroux-achtige maniak.

„Dat was het enige hoofdstuk dat ik weerzinwekkend vond om te schrijven. Ik hoop dat het zo koortsachtig is dat de lezer zich afvraagt of Jude de zaken nog wel helder ziet.”

Ik vrees dat ik alles geloofde wat ik las.

„Ik geloofde zelf ook alles. Het leidde tot de afschuwelijkste post. Zo schreef een Britse maatschappelijk werkster me dat een 19-jarige cliënt precies dit heeft doorgemaakt. En dat ze helaas zeker weet dat hij zichzelf van kant zal maken.”

Hoe verdeelde u het verslag van Jude’s jeugd over het boek? Pas op pagina 333 blijkt dat hij als puber-prostitué is ingezet, met zijn herinnering aan de buik van een obese klant die in zijn nek hangt terwijl hij de man bevredigt.

„Ik doseerde die verhalen volgens de bewustwording die ieder mens doormaakt. Als je jong bent, ben je optimistisch. Je verleden is nog te dichtbij om het te begrijpen. Je kijkt vooruit en denkt dat je alles zult ontgroeien wat je dwars zit. Maar ouder worden lost niets op. Ineens kijk je terug en wat je dacht vergeten te zijn, laat zich niet meer opzij schuiven. Integendeel, je herinneringen worden reëler dan ze ooit geweest zijn.”

Moeilijker dan het beschrijven van seksueel en ander geweld is misschien het beschrijven van ware liefde. Het lukt u.

„Dit boek bevat een aantal romances. Atypische romances, zonder seks, zonder traditionele verliefdheid. Wat ik in deze personages bewonder, is dat zij intuïtief beseffen dat er maar één ding telt in een relatie, en dat is dat iemand consequent aardig voor je is. Vriendelijkheid wordt te weinig op waarde geschat, maar het is de basis van iedere romance, seksueel of niet. Daarnaast is veel liefde gebaseerd op medelijden. Niet erg sexy, nee. Maar als je zo gelukkig bent dat je de liefde vindt, dan kun je niet kieskeurig zijn in hoe die liefde eruit ziet – dat is een van de onderwerpen in mijn boek.”

Is Willem, Jude’s beste vriend en minnaar, werkelijk zo’n intens goed mens als iedereen in hem ziet?

„Willem heeft een zwakte en geen kleintje ook. Zijn seksuele relatie met Jude is vreemd. Hij heeft niet door dat Jude geen seks verdraagt en vrijt met hem. Ik geloof er niks van. Willem heeft een ruime seksuele ervaring, hij weet het best. Maar hij kiest ervoor lange tijd weg te kijken, want dat komt hem beter uit. Daarvoor zou hij zich moeten schamen.”

Er zijn erg weinig vrouwen in dit boek.

„Ze zijn er wel maar ze zijn niet belangrijk. Oorspronkelijk wilde ik helemaal geen vrouwen in dit boek. Maar dat werd al te kunstmatig. Dus ik stopte er een paar in, maar ze worden meer aangeduid dan dat je ze ziet. De ene reden voor de afwezigheid van vrouwen is Jude: hij is niet bang voor vrouwen, hij besteedt weinig aandacht aan ze. De andere reden is dat ik wilde dat dit boek zich beperkte tot mannen en hun emoties.”

Nogal wat mannelijke recensenten huilden bij uw boek. Aan het strand.

„Fascinerend. Mannen in tranen zijn nog altijd niet erg geaccepteerd. Als mannen mijn boek lezen en huilen en dit dan ook nog eens opschrijven, dan beschouw ik dat als een compliment. Het zal ze goed doen.”

Er zijn ook amper kinderen in uw boek.

„Dat is autobiografisch. Ik heb geen kinderen en ik ken ze niet. In mijn vriendenkring is niemand getrouwd. We hebben geen kinderen, en we willen ze niet.”

En als iemand toch een kind zou krijgen?

„Sommigen van ons zouden die vader of moeder blijven zien. Ik vermoedelijk niet want ik interesseer me niet voor kinderen. Ik heb trouwens een petekind, bedenk ik me nu. Ik zie haar nooit, ze woont in Londen.” Yanagihara barst uit in haar aanstekelijke lach: „Ik was haar helemaal vergeten!”

U schrijft: ‘Het leven is zo droevig en toch gaan we er allemaal mee door’.

„Dat is een kernzin, hij verwijst naar de onvermijdelijkheid van het lijden in het leven. Zolang ze jong zijn, hebben de vrienden dat nog niet door. Maar ze worden volwassen en realiseren zich de pertinente droefenis. Allemaal staan ze voor de vraag: waarom hou ik er niet mee op? Het antwoord is: omdat leven onze bedoeling is.”

We nemen afscheid. En pas uren later bedenk ik dat er wel degelijk kinderen in dit boek zitten. Vier stuks. Yanagihara beschrijft Jude en zijn vrienden elk als peuter, kleuter, jongetje, puber. Kind zijn is synoniem met verdriet, in haar boek.