Recensie

Managers en cijfers beheersen de journalistiek

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Met een verschroeiende kritiek op het heersende journalistiek klimaat neemt de Vlaamse journalist Chris de Stoop, die dertig voor het weekblad Knack schreef, afscheid van zijn geliefde en gehate vak. In een inleiding bij Ex-reporter [1], waarin hij een aantal van zijn spraakmakende reportages bundelt, krijgen de mediabazen van tegenwoordig ervan langs. Managers zijn het, geen bezielers. De journalistiek draait om chefs en cijfers. Werd de inhoud van de media voorheen bottom-up bepaald door het vakwerk van creatieve mensen, gedreven door nieuwsgierigheid naar maatschappelijke verhoudingen, nu is de structuur ‘top-down’. Alles moet korter en vooral multimediaal, want het aantal ‘clicks’ per artikel is beslissend voor de journalistieke selectie geworden.

De Stoop erkent wel dat er nog veel goede journalisten zijn. Zeker is dat hij als reporter gemist zal worden. Of zijn verhalen nu draaien om mensenhandel of zelfmoordterrorisme, ze zijn altijd gebaseerd op een combinatie van goede research en de subjectieve beleving van een betrokken, menslievende journalist.

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 uur bombardeerden Duitse vliegtuigen het ‘Sint-Amedeusgesticht voor krankzinnigen’ in het Belgische Mortsel, met tientallen doden als gevolg. De daarop volgende oorlogsgebeurtenissen en een nog omvangrijker bombardement op Mortsel in 1943, zorgden ervoor dat de ramp vrijwel vergeten werd. Behalve door de Antwerpse wattman (Vlaams voor trambestuurder) Leon Vermast, die opdracht kreeg om de overlevende, vaak zwaar gewonde en agressieve patiënten per tram te evacueren.

Twintig jaar later staat Vermast terecht voor de moord op zijn geestelijk gehandicapte zoon. „Wat moet ge doen met een jongen die aan zijn geslacht trekt wanneer zijn moeder hem wast? Wat moet ge doen met een jongen die met zijn handen zijn eigen stront aan de muren smeert?” Tijdens zijn proces rept hij met geen woord over zijn oorlogstrauma, maar in de aangrijpende theatermonoloog De Wattman [2] gunt romancier Erik Vlaminck ons een inkijkje in zijn gewonde geest.

Terwijl Vlaminck met literaire middelen iets toevoegt aan een waargebeurde geschiedenis, doet romanschrijver Jan van Mersbergen precies het omgekeerde. In de roman Een echte Vermeer reduceert hij het levensverhaal [3] van meestervervalser Han van Meegeren (1889-1947) tot een ordinaire soap. Als uitgangspunt nam hij niet de historische feiten, maar het scenario van de recente gelijknamige speelfilm van Rudolf van den Berg. Net als in de film krijgt Van Meegerens (fictionele) tweede vrouw, Jólanka Lakatos, een prominente rol toebedeeld. Pas op tweederde van het boek valt voor het eerst de naam Van Meegeren, voordien is het zonder voorkennis onduidelijk wie de vertelster is en waar ze het over heeft. Aan de historische werkelijkheid en die van de aan eigen wetten beantwoordende speelfilm doet deze roman ernstig afbreuk.

‘Liever niet.' (‘I would prefer not to’). Met die woorden weigert de griffieklerk Bartleby alles wat hem wordt opgedragen, verzocht of afgesmeekt door zijn werkgever, een advocaat op Wall Street, de verteller in deze diepzinnige parabel over de zinloosheid van het bestaan [4]. Het sterk normafwijkend gedrag van de klerk wordt door de advocaat-verteller geduld en mogelijk zelfs begrepen. Herman Melville (1819-1891) schreef het verhaal in 1853, twee jaar nadat Moby Dick door de kritiek was afgebrand. Volgens vertaalster Rosalien van Witsen weerspiegelt het verhaal Melville’s wanhoop over de publieke afwijzing. Bartleby, gezeten tegenover een blinde muur, weigert elk menselijk contact. Hij eindigt in de gevangenis waar hij zwijgend en gelaten wegteert. Het kafkaëske verhaal is onderwerp geworden van talloze literaire en psychologische interpretaties. Mooi dus dat het nu – met tekeningen van Charlotte Schrameijer – in het Nederlands is verschenen.