Recensie

In Nederland kun je ook op safari

Dierenboeken

In de Kinderboekenweek zijn twee bijzondere boeken over dieren verschenen. Met fantastische feiten en schitterende tekeningen.

Dit is een boek om te lezen met een schriftje binnen handbereik: de feiten die op elke bladzijde staan, wil je namelijk opschrijven om ze te onthouden. Je wilt onthouden dat uilen drie oogleden hebben. Dat zeepaardjes elkaar vasthouden aan hun staart als ze zwemmen. Dat een panda onder zijn zwarte vacht zwart is en onder zijn witte vacht roze. Dat krokodillen niet op hun eten kauwen, maar stenen inslikken om het voedsel in hun maag te vermalen. Dat muggen op je plassen.

Maja Säfström is een tekenares uit Zweden die graag dieren tekent. Bij die dieren zocht ze verrassende feiten, vertelt ze aan het begin van haar boek Wonderbaarlijke feiten over dieren. Nou zijn er wel meer boeken met leuke dierenfeitjes, maar dit is een van de beste én mooiste. Hier lees je namelijk feitjes die je écht nog niet wist (bijvoorbeeld: bijen slapen nooit!). Maar het mooist zijn de tekeningen: in zwart-wit, en zó getekend dat de dieren nog net iets bijzonderder zijn dan gewoonlijk.

Dat geldt ook voor de tekeningen die Wendy Panders maakte voor het boek Zij de cobra? Wij de adder!. Daar zitten veel grappige foefjes in: ze plakte een halve getekende adder aan een halve adder-foto. Schrijver Geert-Jan Roebers is de man van de feiten – en hij vertelt met zo veel lol en bewondering dat je soms aan Freek Vonk moet denken.

Roebers zet in het boek dieren van ver tegenover dieren van dichtbij. Want wij hebben in Nederland óók wilde dieren. Als je dacht dat je hier niet op safari kon, omdat wij geen tijgers of albatrossen hebben, dan ken je zeker de wezel en de zilvermeeuw nog niet! In Amerika hebben ze de coyote, maar wij hebben de vos. En die is minstens zo cool.