Opinie

Ik drink niet meer. Hou er toch over op

Wie in Nederland besluit alcohol te laten staan, heeft in bijna elk gezelschap iets uit te leggen, schrijft

Vorig jaar schreef ik in het maandblad Zin een serie columns over stoppen met drinken. Niet in het minst tot mijn eigen verrassing ontwikkelde Een fijn pakketje genen zich tot een vrolijk onbeneveld feuilleton. Het leven zonder witte wijn – doordeweeks gemiddeld een liter per dag, in de weekeinden doorgaans het dubbele – bleek heel goed te doen, aanmerkelijk beter zelfs dan ik had verwacht. Na de afgesproken twaalf afleveringen was ik zelf eigenlijk ook wel klaar met het thema.

In de laatste column concludeerde ik dat ik geen zin had mezelf voor de rest van mijn leven te bestempelen tot Alcoholist, althans niet in de betekenis die daaraan wordt gekoppeld in traditionele afkickkringen zoals de AA: die van een gemankeerd mens, dat de rest van haar leven aan zichzelf moet blijven werken, liefst in overgave aan een hogere macht. „Ik ben namelijk niet zo van de hogere machten”, schreef ik. „Daarbij, alles wat je aandacht geeft, groeit. Liever probeer ik daarom van de drank iets kleins te maken. Een dingetje, ja! Ik heb een dingetje met drank en daarom drink ik niet.”

Zo voelde het inmiddels ook echt. Afgezien van een zeer incidentele tiensecondentrek – en dan mal genoeg niet in wijn, maar in whisky of een Chouffe – oefende de drank geen aantrekkingskracht meer op me uit. Niet op feestjes, niet onder stress, zelfs niet als ik eenzaam was.

Moving on dus. Ander onderwerp. Maar dat gaat zomaar niet. Wie in Nederland besluit de alcohol te laten staan, heeft in bijna elk gezelschap iets uit te leggen.

De ex-drinker is vooral op feesten en partijen een razend interessant fenomeen. Wat drink je nou, zo’n hele avond, als je niet drinkt? En hoe hou je de stemming erin, zonder drank? Dat is eigenlijk niet te doen, toch? Maar ja, jij kunt natuurlijk niet anders, want jij bent een Alcoholist. Toch knap hoor, dat je het al zo lang volhoudt. Echt knap, ik zou het niet kunnen. Maar ook wel handig: jij wordt tenminste morgen niet wakker met een spijker in je kop, haha! En jij weet nog precies wat je allemaal hebt uitgespookt.

Zulke gesprekken dus. Monologen zijn het eerder, vaak uitgesproken met de licht wapperende tongval van toch-weer-dat-ene-glas-te-veel. Want ja, de ex-drinker is ook iemand met wie je op feestjes heel fijn je zorgen kunt bespreken over je eigen drankgebruik zonder dat je het daar dan écht over hoeft te hebben.

Wat gun ik het al die zware drinkers alcohol te kunnen zien als een dingetje, in de oorspronkelijke zin van dat woord: iets kleins, iets wat je ook kunt laten.

Niet dat ik daarmee de kracht van drank wil bagatelliseren, zeker niet. Als alcohol nu werd uitgevonden, zou het zonder meer op de lijst van harddrugs belanden, en terecht. Maar het echte probleem is niet de drank zelf, het echte probleem is de cultuur die wij eromheen hebben gecreëerd. De cultuur van een feest is pas een feest met een glaasje erbij. Van bij lekker eten hoort een goed glas wijn. En vooral van doe niet zo on-ge-zel-lig. In zo’n cultuur, waarin drinken de norm is, maken we van elkaar alcoholisten. „Jij nog eentje? Ah joh, toe nou...”

Daarom ben ik blij met elke publicatie over de schade die wordt aangericht door alcohol, zoals recentelijk het RIVM-rapport en het boek Op je gezondheid van René Kahn. Niet omdat ik inmiddels zelf met een blauwe knoop op mijn borst rondloop en vind dat alle drank verboden zou moeten worden, samen met worst en suiker en zittend je werk doen en wat verder al niet wordt aangemerkt als ‘het nieuwe roken’. Nee zeg, mogen we alsjeblieft nog ergens aan doodgaan? Maar ik hoop wel dat deze publicaties een steun in de rug zullen zijn voor de grofweg anderhalf miljoen Nederlanders die net als ik een dingetje met drank hebben en voor wie drinken dus eigenlijk helemaal niet meer leuk is. Niet drinken zou net zo vanzelfsprekend moeten zijn als niet roken. Punt.