IJsland wordt steeds drukker

Dit jaar bezoeken vijf keer zoveel toeristen IJsland als er inwoners zijn. Vooral ‘stopovers’ op doorgaande vliegreizen zijn populair. Een paar dagen voor Reykjavik, vulkanen en ijsvlaktes.

Toeristen zijn dol op de blue lagoon. Foto Bloomberg / Arnaldur Halldorsson

Het begint al in het vliegtuig. ‘It’s time to rest and dream of an Icelandair Stopover’ staat er op de antimakassar van de stoel. Beetje overbodig, want als je daar zit, ben je dus al onderweg naar IJsland. En dat zijn nogal wat mensen de laatste tijd. Sinds een aantal grote airlines heeft ingesteld dat je zonder overstapkosten een paar dagen in IJsland kunt verblijven als je op doortocht bent, is de toeristenaanwas gestegen van 500.000 in 2010 tot een miljoen in 2014. Dit jaar verwacht men er 1,6 miljoen (vijf keer meer dan het land inwoners heeft), een stijging dus van nog eens 60 procent.

Het hele land vaart er wel bij; toerisme is nu goed voor bijna een kwart van het nationale inkomen en met ruim 3.900 Airbnb-adressen (vorig jaar waren het er nog slechts 1.700) behoort het tot de snelst groeiende Airbnb-bestemmingen. Ook Booking.com, een van ’s werelds grootste boekingsbureaus, ziet sinds vorig jaar een sterke stijging in het aantal hotel- en guesthouse-reserveringen, zowel internationaal als uit Nederland.

„Is het leuk in IJsland?”, vraagt een echtpaar uit Chicago. Ze zijn op doortocht naar Parijs en maken gebruik van de stopover, maar hebben zich niet verdiept in wat ze daar gaan doen. Sterker, ze hebben geen idee. Ze branden los: is er een museum, is het er koud, zijn er vulkanen, spreken ze Engels, wordt het er donker, kun je betalen met creditcards?

Ja, ja, en nog eens ja.

„En het is hier ook nog eens veilig”, zegt de receptionist van hotel Borg als ik incheck (vlak na tennisser Björn Borg met zijn gezin, ik vraag nog dom of hij familie is van het hotel qua naam, maar borg betekent stad, en daarbij is Björn Borg Zweeds, dus nee). „Met alle onrust in de wereld zien we dat steeds meer toeristen dat ook laten meespelen in hun bestemmingskeuze.” Het toonaangevende reisblad Condé Nast Traveller bestempelde het onlangs zelfs als veiligste reisbestemming op dit moment.

100 euro naar het vliegveld

Vlak na de landing heb ik wel al meteen een eerste domper achter de rug. IJsland is duur. En vliegveld Keflavik ligt ver van de stad Reykjavik, per taxi zo’n honderd euro ver. Maar de chauffeur neemt ongevraagd de gidshonneurs waar, dus we leren veel onderweg. Over de Amerikaanse bases die in 2006 op stel en sprong werden verlaten toen de bevolking tegen het opslaan van kernwapens in hun land stemden. Over de lege legerbarakken die nu worden verbouwd tot woningen, en het ontstaan van vulkanen en geisers, miljoenen jaren geleden plus („kijk daar”) de nog zichtbare breuklijnen van de grote aardbeving cum eruptie in 1783 toen een kwart van de bevolking omkwam en de dodelijke gevolgen zelfs tot diep in Engeland werden gevoeld.

De taxi zet ons af op de hoek, want de straat is autovrij. Reykjavik mag dan klein zijn met zo’n 120.000 inwoners, het doet net als de grote wereldsteden mee aan heersende trends: het wordt steeds autoluwer en milieubewuster, het drinkt bij voorkeur gin en tonic met een schilletje komkommer, het jogt ’s morgens en het eet glutenvrij. Kortom: het is opvallend hip. ’s Werelds hipste yoghurt (Skyr) en zout (lava) komen hier vandaan. Net als de gelauwerde designer/kunstenaar Ólafur Eliasson die met zijn ‘actiekunst’ (werkend met ingrediënten als water, licht, lucht en mist) solo-exposities heeft gehad in zowat alle belangrijke musea ter wereld. Hij is verantwoordelijk voor de voortdurend van kleur en lichtinval veranderende, caleidoscoopachtige gevel van het Harpa (anno 2011), een van de mooiste concert- en museumgebouwen van dit moment. Het staat groot en fier aan de waterkant, toeristen selfiën er lustig op los, binnen en buiten, er is een expositie van verpletterend mooie David Bowiefoto’s door Gavin Evans, concerten, toneelvoorstellingen en in de winkels beneden verkopen ze portemonneetjes, wanten en huissloffen van zeehondenbont (dat eigenlijk helemaal niet lekker zacht aanvoelt).

Ik treed in de voetsporen van Bill Clinton en de zanger van Metallica die ooit een hot dog van lamsvlees aten bij de vreetkeet Baejarins Beztu Pylsur, een simpele stacaravan aan de haven, waar men op elk uur van de dag in de rij staat voor zo’n beroemd worstenbroodje. Het is een geliefde pre-alcoholische bodem bij de jonge IJslanders als ze in het weekend uitgaan. En uitgaan doen ze keihard tot het licht wordt (of nog steeds is). Vanwege de hoge alcoholprijzen in de cafés en clubs, drinken ze zich in groepjes eerst thuis in, of op straten en pleinen wat de doorgaans zo rustige straatjes het aanzien geeft van Saturday Night Fever in hartje New York. De volgende dag is het dan massaal bijkomen in een van de ontelbare zwembaden die er zijn (IJsland heeft verhoudingsgewijs de meeste ter wereld).

Toeristen zijn dol op de Blue Lagoon, een door mensenhanden gemaakte oase van stomende warmwaterbaden en watervallen in de openlucht, met allerhande spafaciliteiten en een heftige entreeprijs (van € 50,- tot € 195,- al naar gelang het verwenpakket). Handigste tijdstip is de laatste vakantiedag: het ligt halverwege Reykjavik en het vliegveld.

Game of thrones

Maar IJsland is natuurlijk meer dan Reykjavik. Buiten de stad zijn er uitgestrekte natuurgebieden vol vulkanen, ijsvlaktes, spuitende bronnen en kolkende meren, ongerepter dan waar ook. Dat zal geen nieuws zijn, want u keek immers massaal naar de populaire televisieserie Game of Thrones die voor een deel in het noordelijke gebied rond Akureyri werd opgenomen (icelandtravel.is heeft een meerdaagse Beyond The Wall-tour die langs alle opnamesets trekt). Individueel op avontuur kan ook makkelijk; met een huurauto, bij voorkeur een stevige Four Wheel Drive, cross je door het hele land. Wie daar geen tijd voor heeft maar toch een toefje van het maanlandschapachtige IJsland wil proeven, kan het beste een nacht gaan slapen in het Ion Luxury Adventure Hotel, een uurtje buiten Reykjavik, gelegen in het UNESCO World Heritage National Park, te midden van schier eindeloze lavavlaktes. Boek een kamer met uitzicht op het Thingvellir meer en hoop op noorderlicht (de meeste kans daarop is nu, tussen september en mei).

Tot slot iets over de papegaaiduiker (lundi op z’n IJslands), dat schattige vogeltje, oranje van snavel en guitig van blik. Tien miljoen leven er in IJsland, tweederde van de totale wereldbevolking. Hij is het nationale equivalent van onze klomp en dus kom je zijn beeltenis overal en op alles tegen. Gek word je ervan. Maar er is ook goed nieuws, want behalve aaibaar, is hij ook eetbaar. En dan is hij heerlijk.